Euforie rond STEM gepast?

Naar aanleiding van de recentste ‘STEM-monitor’-gegevens horen we in de media optimistische klanken over het aantal leerlingen en studenten in de STEM-richtingen. Is dit optimisme gegrond? Want de evoluties verschillen sterk tussen de verschillende onderwijsvormen.

"Studierichtingen die een paar uur wiskunde of wetenschappen aanbieden, worden onmiddellijk, en vaak onterecht, als STEM-richting gekwalificeerd. Louter en alleen om marketingredenen: het aantrekken van leerlingen."

Voor het schooljaar 2015-2016 blijkt het aandeel meisjes in de STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering & Mathematics) in de derde graad secundair onderwijs 30 procent te bedragen. Dat is een stijging in vergelijking met de 27 procent in het schooljaar 2010-2011. Dit is een van de positieve vaststellingen.

De overheid is dan ook uitermate verheugd. Ze meent een blijvende evolutie waar te nemen in de richting van de vooropgestelde kwantitatieve doelstellingen, met name een hogere instroom in de STEM-richtingen tegen 2020.

Kanttekeningen

De evoluties verschillen echter heel sterk tussen de onderwijsvormen. In het hoger onderwijs neemt het aantal STEM-studenten toe. Daar is vooral een duidelijke toename merkbaar in de bacheloropleidingen.

In het secundair onderwijs daarentegen stijgt het aantal leerlingen dat voor STEM kiest vooral in ASO. In TSO en BSO zien we een ander beeld. Gaande van een status quo tot een daling van het aantal leerlingen in bijvoorbeeld de derde graad BSO. In TSO en BSO blijft bovendien het aandeel meisjes in STEM zeer laag (TSO) tot extreem laag (BSO).

Dubbele doelstelling

De doelstelling om in het hoger onderwijs meer studenten STEM-richtingen te laten volgen, lijkt via het actieplan effect op te leveren. De doelstelling om de broodnodige instroom van leerlingen in de STEM-richtingen in het TSO en BSO te realiseren, wordt echter niet gehaald.

Bijna integendeel zelfs. Meer dan ooit moet dringend werk gemaakt worden van een doelmatige actie om leerlingen en ouders te overtuigen om te kiezen pro STEM in TSO en BSO.

Containerbegrip

Er is nog een bijkomende factor waardoor we de ‘succes’-cijfers voor een stuk moeten relativeren. Namelijk het feit dat STEM in het secundair onderwijs te veel een containerbegrip is geworden. Waarbij studierichtingen die een paar uur wiskunde of wetenschappen aanbieden, onmiddellijk — en vaak onterecht — als STEM-richting worden gekwalificeerd. En dit louter en alleen om marketingredenen: het aantrekken van leerlingen.

Want bij STEM gaat het niet om de aparte facetten Science, Technology, Engineering en Mathematics. Maar wel om de integratie tussen de verschillende componenten. “We moeten aandacht hebben voor de interdisciplinaire samenhang van de verschillende STEM-componenten en toch hun eigenheid respecteren”, aldus Prof. Dr. Wim Dehaene (KU Leuven). Er is een absolute noodzaak tot integratie van de STEM-leerinhouden, waarbij op een probleem-gecentreerde, onderzoekende en ontwerpende manier wordt geleerd.