'Zonder 'maakbedrijven' verarmen wel'

Karel Van Eetvelt, Johan Van Overtveldt en Geert Noels breken lans voor bedrijven die 'dingen maken'

bart haeck

De Vlaamse regering moet de bedrijven die nog echt 'dingen maken' dringend weer een toekomst geven. Ze mag daarbij niet uit het oog verliezen dat heel wat van die industriële bedrijven kmo's zijn die niet actief zijn in de hightech. Die boodschap gaven Geert Noels (Econopolis), Johan Vanovertveldt (VKW) en Karel Van Eetvelt (Unizo) gisteren op een goed uitgezochte locatie: de voormalige  fabriekshallen van Renault Vilvoorde.

salvo

De studie kan worden beschouwd als het openingssalvo van een publiek debat over de toekomst van de Vlaamse industrie. De komende weken wordt nog een advies verwacht van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, waarin de vakbonden ABVV en ACV en de werkgeversorganisaties Unizo en Voka samenzitten. Ook sectororganisaties als Agoria bereiden een 'stappenplan' voor. Daarna wil de Vlaamse regering alles bundelen in een groenboek. Dat zou bij voorkeur de komende weken moeten gebeuren.

Noels lanceerde tijdens de presentatie gisteren een klein cijferbombardement om aan te tonen dat de 'maakbedrijven' belangrijker zijn dan velen denken. Ze geven werk aan evenveel mensen als de distributie en aan bijna vier keer zoveel als de horeca. Ze zijn ook goed voor drie vierde van het onderzoek en ontwikkeling dat Belgische bedrijven doen. En ze hebben een grote impact op de export en dus op de betalingsbalans van een land.

impact bbp

Maar het opvallendste cijfer is misschien dat van de toegevoegde waarde: geen enkele andere sector levert zulk een bijdrage aan het Belgische bruto binnenlands product(bbp) als de productiebedrijven in bijvoorbeeld de chemie-, de farma-, de informatica- en machinebouwsector. De dienstensector kan maar 66 procent van de toegevoegde waarde creëren die de industrie maakt. De distributie volgt op de derde plaats.

Bij die cijfers horen echter twee kanttekeningen. Ten eerste is de dienstensector in de cijfers van Noels opgeknipt in horeca, distributie en rest. Alleen die laatste categorie krijgt in zijn opdeling het label 'diensten'. Wanneer je de criteria van de Nationale Bank gebruikt, is de dienstensector het belangrijkste onderdeel van onze economie. De tweede kanttekening is dat de huidige bijdrage aan het bbp niets zegt over de poten-  tiële groei van die bijdrage.

Protectionisme

Geert Noels eindigde de voorstelling gisteren met voorstellen om de industrie meer toekomst te geven. Zo vraagt hij de overheid 'voorrang te geven aan maaksectoren' en 'lokale productie troeven te geven'. Dat laatste kan door sterke eisen rond veiligheid, kwaliteit en ecologie te stellen, waardoor een buitenlandse multinational moeilijker via de grote poort binnen kan komen. 'Protectionisme an sich' is dat niet, zei Noels.

Ook riep hij op het matteus-  effect in bedrijfssubsidies aan te passen, omdat die geldstroom vaak de kleine bedrijven niet bereikt. Noels vroeg ook minder onderscheid te maken tussen hightech en lowtech. Een derde van de jobs in de industrie zit bij bedrijven die aan lowtechactiviteiten doen. Van Eetvelt bevestigde die boodschap en zei dat het industriële beleid te vaak alleen over grote bedrijven gaat.

 © Mediafin