Winst of maatschappelijk rendement?

Opinie van Geert Janssens

Het ontslag van Emmanuel Faber bij Danone, onder druk van enkele activistische financiële fondsen, gaf aanleiding tot een boeiend artikel in de zaterdageditie van De Standaard (6 maart 2021). Het spanningsveld tussen ideaal en kapitaal werd treffend geïllustreerd. Is het glas nu halfleeg of halfvol?

Faber maakte van Danone de voorbije jaren een bedrijf met een maatschappelijke opdracht, maar moet binnenkort als CEO een stap opzijzetten wegens te weinig rendement voor de aandeelhouder. Dat is spijtig maar zeker niet het einde van het verhaal. De raad van bestuur gaf enkele dagen geleden te kennen dat ze Faber unaniem blijven steunen. Hij blijft overigens voorzitter van de raad van bestuur van Danone. Vanuit het oogpunt van deugdelijk bestuur is het zelfs een goede zaak dat de functies van voorzitter en CEO worden ontdubbeld. Dat er meer aandacht komt voor rendement is wellicht onvermijdelijk, maar Faber kan ook als voorzitter invloed blijven uitoefenen op de koers van de onderneming.

Meerdere doelstellingen

Een meer fundamentele bedenking is dat spanningsvelden onvermijdelijk zijn wanneer men meerdere doelstellingen tegelijk nastreeft. Winst en maatschappelijke meerwaarde kunnen in een onderneming niet altijd en overal gelijk stromen. En hoewel beide doelstellingen hoe langer hoe meer in elkaars verlengde liggen, ook in de toekomst zullen ze nog af en toe botsen. De transitie naar een meer duurzame economie verloopt immers niet langs een mooi afgelijnd en voorspelbaar pad.

“Winst en maatschappelijke meerwaarde kunnen in een onderneming niet altijd en overal gelijk stromen.”

Ondernemingen beconcurreren elkaar in een mijnenveld dat voortdurend verandert. Laat staan dat er nog een pandemie bovenop komt. Dat de beurskoersen van concurrenten Nestle en Unilever het voorbije anderhalf jaar evenzeer terrein verloren, bewijst dat niemand een glazen bol heeft.

ESG

De activistische fondsen die het ontslag van Faber hadden geëist, halen aldus een slag thuis maar hebben daarom de oorlog nog niet gewonnen. Investeerders houden steeds meer rekening met zogenaamde ESG-criteria, wat staat voor klimaat en milieu (Environment), sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid (Social) en aangelegenheden van deugdelijk bestuur (Governance). Ze zijn van mening dat de grootste toekomstige rendementen juist daar te rapen liggen. Dat geldt des te meer wanneer de samenleving als geheel inziet dat het indijken van, bijvoorbeeld, klimaatverandering geen kost is, maar een investering in een betere toekomst.

Een interessant tegenvoorbeeld voor Danone is overigens ExxonMobil. Het management ligt er reeds enkele maanden onder vuur omdat het te weinig denkt op lange termijn. De beurskoers van Exxon deed het de afgelopen tijd weliswaar beter dan die van concurrenten, maar een aantal investeringsfondsen zijn van mening dat klimaatverandering te weinig aandacht krijgt. De aanloop naar de aandeelhoudersvergadering in mei belooft alvast spannend te worden nu enkele van die fondsen nieuwe bestuurders hebben voorgedragen. Die moeten de cultuur en de ‘governance’ aan de top fundamenteel veranderen.

Activistische aandeelhouders

Fondsenbeheerders en investeerders staan zelf ook onder steeds grotere druk om maatschappelijke doelstellingen te integreren in hun waardenkader. Blackrock, dat 7.800 miljard dollar aan kapitaal beheert, kondigde vorig jaar aan dat ze zittende managers en bestuursraden niet langer het voordeel van de twijfel geeft als het aankomt op klimaat. Vragen van activistische aandeelhouders daaromtrent zullen de nodige aandacht krijgen. Een groepering van 30 fondsenbeheerders met 9.000 miljard dollar in beheer kondigde eind 2020 aan dat ze tegen 2050 koolstofneutraliteit in hun portefeuilles willen bereiken.

Halfleeg, halfvol

De transitie van onze economie met een meer duurzame en maatschappelijk verantwoorde aanpak, verloopt met horten en stoten. Soms is het glas halfleeg, soms halfvol. Wie niet genoeg rendement haalt, riskeert in het vizier te komen liggen van activistische groeperingen die winstbejag meer nadrukkelijk op de agenda willen plaatsen. Wie uit is op puur winstbejag, riskeert dan weer in het vizier te komen liggen van activistische groeperingen die maatschappelijke verantwoordelijkheid centraal stellen.

Dat is een gezonde dialectiek in een wereld waarin ondernemingen geacht worden om winst te maken. En dat is maar goed ook. Overigens, het is ook aan ons allemaal om diegenen die een goed beleid voeren, te belonen met de nodige dosis (kritische) consumententrouw.