Weerslag van de crisis op de arbeidsmarkt

Tussen het geweld van de nieuwe ontwikkeling in de Fortis-soap en de bijeenkomst van de G20 heeft het rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid met als titel “Weerslag van de crisis op de arbeidsmarkt” mogelijk niet alle media-aandacht ontvangen die het verdiende. Het cijfer van 100.000 extra werklozen in 2009 is blijven hangen, maar een aantal andere conclusies zijn ons inziens onderbelicht gebleven.

Zwakkere sectoren zwaarder getroffen

Sectorieel is de industriële sector, met de fabricage van auto’s en de metallurgie voorop, het meest kwetsbaar. Niet verwonderlijk zijn dit de sectoren zijn die in het recente verleden zware jaren klappen gekregen hebben. De evolutie van de laatste jaren, i.e. gestage afkalving van de werkgelegenheid, komt in een stroomversnelling terecht door de economische crisis. Een gelijkaardig verhaal gaat op voor de primaire sector, zoals landbouw en visserij. De dienstensector daarentegen, die de laatste 12 jaar veel jobs creëerde houdt waarschijnlijk beter stand. De financiële instellingen zullen eveneens niet kunnen ontsnappen aan (verregaande) rationaliseringen en afvloeiingen.

Gezien de hogere tewerkstelling in de privésector en de industrie met name, stijgt de werkloosheid in Vlaanderen sterker dan in de andere landsdelen (hoewel de werkloosheidsgraad veel beperkter blijft in Vlaanderen).

Zwakkere bevolkingslagen zwaarder getroffen

Bij de 100.000 nieuwe werklozen zullen opvallend veel vreemdelingen en Belgen met vreemde origine behoren. Dit komt voornamelijk door hun oververtegenwoordiging in risicosectoren. Mogelijk is de mismatch tussen de hun vaardigheden en de gevraagde kwalificaties ook groter, aldus de Hoge Raad. Daarnaast valt op dat de jongerenwerkloosheid erg sterk verwacht wordt toe te nemen. Nieuw aangeworven werkkrachten vallen blijkbaar het eerst uit de boot bij afvloeiingen en nieuwe aanwervingen zijn relatief schaars. Hoewel laaggeschoolden het meest kwetsbaar zijn, treft deze crisis zelfs de hogergeschoolde nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Tot slot valt af te wachten in hoeverre de regels rond brugpensioeneringen worden nageleefd. De kans bestaat immers dat oudere werknemers massaal (en definitief) verdwijnen uit de arbeidsmarkt, waardoor de krapte op de arbeidsmarkt over enkele jaren des te nijpender wordt.

Beperkte slagkracht van de overheid

De Hoge Raad selecteert drie maatregelen die succesvol zijn gebleken doorheen Europa om de impact van de crisis op de werkloosheid te verlichten. Allereerst beletten systemen van tijdelijke werkloosheid dat banen vernietigd worden, waardoor beter kan ingespeeld worden op een mogelijke aantrekking van de conjunctuur. Daarnaast nemen talrijke landen inspanningen om de overgang van werkloosheid naar werk te verbeteren. Hierdoor kan de mismatch tussen de gevraagde kwalificaties op de arbeidsmarkt en de kwalificaties van werkzoekenden verminderd worden, waardoor de nog altijd openstaande vacatures beter ingevuld raken. Overigens telde de VDAB volgens de laatste cijfers nog steeds meer dan 36.000 openstaande vacatures die moeilijk ingevuld raken in Vlaanderen. Ten derde worden maatregelen om de (para)fiscale druk op arbeid te verminderen aanbevolen.

De overheidsschuld in België loopt evenwel nu al op tot boven de 3%. Hierdoor, en door onze zware overheidsschuld, moet de overheid voorzichtiger zijn bij het nemen van extra budgettaire inspanningen dan veel andere lidstaten van de Europese Unie. Landen als Finland, Zweden of Duitsland hebben wel de budgettaire ruimte voor allerhande maatregelen en doen dit dan ook (zie figuur 1). België, en onze nieuwe werklozen op kop, betaalt dus een zware prijs voor het lakse budgettaire beleid van het voorbije decennium. Het uitblijven van een systeem van tijdelijke werkloosheid voor bedienden kan als voorbeeld ter zake dienen.

Onderschatting van de werkloosheid

Een gepast antwoord van onze overheid is des te prangender aangezien de werkelijke impact op werkgelegenheid allicht nog onderschat wordt omwille van drie redenen.

  • Het aantal gewerkte uren daalt verhoudingsgewijs sterker dan het aantal werkenden.Ondernemingen verminderen over het algemeen de arbeidsduur per persoon vooraleer over te gaan tot ontslagen. Dit vertaalt zich tot een ongezien sterke groei van de tijdelijke werkloosheid, die met een recordstijging van 50% zal groeien aldus de Hoge Raad.
  •  Vervroegde pensioeneringen tonen zich de laatste tijd weer erg populair.
    Het generatiepact belet dat het aantal ‘oudere werklozen vrijgesteld van de verplichting om werk te zoeken’, toeneemt, maar belet niet dat het aantal conventioneel voltijdse bruggepensioneerden de hoogte in zal schieten dit jaar (zie figuur 2). Afvloeiingen via deze systemen duiken niet op in de officiële werkloosheidsstatistieken, waardoor het cijfer van 100.000 de werkelijke problematiek onderschat.
  • De schattingen houden rekening met een daling van de output met 1.9 procent in 2009.
    Zoals vaker het geval is in deze crisis, lijkt deze voorspelling ondertussen achterhaald. Het OESO verwacht immers een krimp van 2.5 procent in België. Sommige economen zoals Geert Noels verwachten een terugval tot zelfs 3 à 4 procent (waarmee België een gelijkaardige groei zou optekenen als Nederland, waar het Centraal Planbureau onlangs nog een prognose van -3.5% vooropstelt). Uiteraard zouden de werkgelegenheidscijfers nog pessimistischer uitvallen indien onze economie sterker terugvalt dan verwacht.

Anderhalve maand geleden nog beschouwden we een afname van de werkgelegenheid met 100.000 eenheden nog als een pessimistische schatting. Nu lijken 100.000 werklozen extra eerder tot een optimistisch scenario te behoren.

Grafieken

Grafiek 1: Conventionele voltijdse brugpensioenen in België

Conventionele voltijdse brugpensioenen inBelgië

Grafiek 2: Budgettaire herstelmaatregelen in 2009 en 2010

Budgettaire herstelmaatregelen in 2009 en 2010