Wat betekent de Green Deal concreet?

De EU heeft zich ertoe verbonden om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. Dat is een zeer ambitieuze doelstelling want het vergt niet alleen een transformatie van onze economie, maar ook van de volledige samenleving. Productiemethodes zullen moeten worden aangepast maar ook de leefgewoontes en voorkeuren van consumenten. Met de Green Deal heeft Europa een routekaart voor die transformatie uitgezet. De weg is lang maar de aanzet is gegeven.

Totaalaanpak nodig

Om onze klimaatdoelstellingen te halen is het van belang om koolstofneutraliteit te bereiken. Het recentste VN-klimaatrapport laat er geen twijfel meer over bestaan: de klimaatopwarming is een gevolg van menselijk handelen. Koolstofneutraliteit is dus een belangrijke doelstelling, maar niet genoeg. Het bouwen van een duurzame economie vergt een totaalaanpak. Het volstaat niet langer om hier en daar een paar quick wins te realiseren.

“We kunnen het evenwicht alleen maar herstellen indien we onze eigen economische en technologische cyclus circulair maken naar het voorbeeld van de natuur.”

We kunnen het evenwicht alleen maar herstellen indien we onze eigen economische en technologische cyclus circulair maken naar het voorbeeld van de natuur. Duurzaam omgaan met materialen is daarom een tweede luik dat in de Green Deal werd opgenomen. We moeten grondstoffen recupereren op een slimme en koolstofneutrale manier. In dezelfde geest is het ten slotte noodzakelijk om de biodiversiteit te bewaken en onze voedselketen te verduurzamen.

Green Deal

Met de Green Deal moet Europa in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent terugbrengen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de EU zelfs klimaatneutraal worden. De Green Deal is een soort routekaart en bestrijkt alle sectoren van de economie, inclusief landbouw en energie.

De EU-landen en het Europees Parlement moeten de maatregelen nog goedkeuren, maar op 4 maart 2020 presenteerde de Commissie alvast haar klimaatwetsvoorstel dat dient als juridische basis van de Green Deal. In de wet staat dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Het verplicht lidstaten om op nationaal niveau maatregelen te nemen om deze doelstelling te halen. Wanneer lidstaten zich niet aan de regels houden, kan de Commissie juridische stappen ondernemen.

Meer recent, op 14 juli laatstleden werd onder de noemer ‘Fit for 55’ een pakket maatregelen gepresenteerd waarmee de doelen verder worden geconcretiseerd. Fossiele brandstoffen moeten gefaseerd duurder worden. Er mogen vanaf 2035 geen benzineauto's meer worden geproduceerd. Het Europese systeem voor emissiehandel (ETS) wordt versterkt en uitgebreid naar het transport en de bouwsector. Verder werd een koolstofbelasting aan de EU-grens aangekondigd om oneerlijke concurrentie van niet-duurzame productie te voorkomen.

De transitie naar een duurzame economie zal heel veel maatschappelijke en sociale gevolgen hebben. Om maatschappelijk draagvlak te creëren, werden een transitiefonds en een sociaal klimaatfonds aangekondigd. Het transitiefonds moet regio’s die achteroplopen de kans geven om sneller aan te sluiten. Het klimaatfonds dient om burgers en kleine ondernemers te compenseren voor de gevolgen van de maatregelen uit het 'Fit for 55'-pakket. Dit fonds kan gespijsd worden met opbrengsten uit de handel in emissierechten.

Gevolgen voor ondernemingen

De Green Deal zal grote gevolgen hebben voor de werkzaamheden van ondernemingen en sectoren. Duurzaam materialenbeheer vergt bijvoorbeeld dat er circulair wordt gewerkt. Er wordt in eerste instantie gekeken naar sectoren die veel grondstoffen en materialen gebruiken zoals plastiek, textiel en de bouwsector. Er is een reeds een verordening rond ‘single use plastics’. Voor de textielsector is de link met het watergebruik en pesticiden in de landbouw belangrijk.

De bouwsector is naar schatting verantwoordelijk voor meer dan een derde van onze koolstofuitstoot. Het maken van beton en cement vergt enorm veel energie. Renovatie is evenwel duur en recyclage van materialen kost veel energie en gaat gepaard met veel verlies aan kwaliteit. Maar ook duurzame nieuwbouw is geen evidentie en vraagt dat men de totale levenscyclus van een gebouw in ogenschouw neemt. Materialen zullen in de toekomst zo homogeen mogelijk moeten blijven zodat ze ooit eenvoudig kunnen worden hergebruikt. Gebouwen moeten zodanig worden ontworpen dat ze meerdere bestemmingen of levens kunnen krijgen. Mogelijks vergt het veel meer handenarbeid om materialen te recupereren en opnieuw gebruiksklaar te maken voor een volgende bestemming. Of om gebouwen een nieuwe bestemming te geven. Er zit aldus een enorm potentieel aan nieuwe tewerkstelling in deze sectoren.

Groene financiering?

De logische vraag is dan: wie dit gaat betalen? De overgang naar een circulaire economie vergt handenvol geld. De middelen die de Green Deal op tafel legt zijn dan ook een minimum om de circulaire machine op gang te trekken. Duizend miljard euro over een periode van tien jaar is veel geld maar niet genoeg. De Commissie rekent daarom ook op een inbreng vanwege nationale en regionale overheden. De Vlaamse overheid heeft alvast haar herstelplan gebaseerd op de pijlers van de Green Deal.

Daarnaast moet er ook geld komen vanwege de private sector en de financiële wereld. Een Europese groene taxonomie moet helpen bepalen wanneer een investering als ‘groen’ mag worden bestempeld. Die taxonomie is wetgeving die bedrijven gaat verplichten om te rapporteren omtrent hun duurzaamheidsbeleid. Dat kader zou aandeelhouders en investeerders moeten helpen bij hun afwegingen of zoektocht naar duurzame investeringen. Zij staan immers onder druk om ESG-criteria in overweging te nemen  (Environment, Social, Government).

Overigens, heel wat uitgaven zijn eigenlijk investeringen die zichzelf op termijn kunnen terugbetalen. Dat geldt ook voor consumenten en burgers. We denken aan investeringen in isolatie of duurzame energie. De EU rekent erop dat de financiële sector die investeringen gaat voorfinancieren. Dat vraagt dan wel om een stabiel flankerend beleidskader vanwege nationale en regionale overheden. De onzekerheid in eigen land rond de terugbetaalbaarheid van zonnepanelen is een voorbeeld van hoe het niet moet.

Nieuwe zakenmodellen

De Green Deal versnelt de transitie naar circulaire zakenmodellen zoals ‘product als een dienst’ of de deeleconomie waarbij men niet langer een product verkoopt maar het gebruik ervan. In die transitie zullen ook de mogelijkheden van digitalisering snel om de hoek komen kijken, bijvoorbeeld met slimme energiemeters en smart grids. Internet of things en digitalisering zullen een heel belangrijke rol spelen in de verduurzaming van onze economie. Ook hier liggen kansen voor ondernemingen.

Het realiseren van een circulaire economie zal hoe dan ook een complexe uitdaging worden. Bedrijven kunnen alvast beginnen nadenken over manieren waarop ze hun koolstofuitstoot terugdringen. De volgende stap is dat men zoekt naar manieren om materialen niet verloren te laten gaan. Misschien wordt er beter gewerkt met nieuwe materialen. Misschien moet er worden overgeschakeld op nieuwe productietechnieken of moeten producten totaal anders worden gemaakt zodat ze kunnen worden gerecycleerd. Nieuwe partners zullen misschien moeten worden aangezocht. Tenminste wanneer de bestaande leveranciers niet snel genoeg meegaan in deze duurzame manier van denken. Dat laatste was in het verleden vaak een probleem maar met de Green Deal wordt alles een stuk makkelijker. Er zijn plots meer middelen, de transitie krijgt vaart en iedereen begint te beseffen dat er geen weg meer terug is. De extreme weersfenomenen, zoals die van de voorbije maanden, doen de rest, helaas.