Wat is anno 2018 het belang van de vennootschap?

We leven in een tijd met levensgrote uitdagingen die overheid en civiele maatschappij niet meer alleen aankunnen. Men kijkt dus ook naar het bedrijfsleven om bijvoorbeeld problemen met de ongelijkheid, de klimaatverandering, de grondstoffenschaarste, de globalisering of de mensenrechten op te lossen. Maar hoe moet dit geregeld worden? Wat is hier het appel naar de bestuurders?

Fundamentele vragen

Bestuurders worden wettelijk al verondersteld te handelen in belang van de vennootschap. Maar in vele landen staat dit dan gelijk met het belang van de aandeelhouders… (Hoe) kan corporate governance ertoe bijdragen dat bedrijven zich niet enkel inzetten voor waardecreatie ten aanzien van hun aandeelhouders? Dat ze dus ook meer willen bijdragen voor het algemeen welzijn, de milieuzorg, de innovatie en de duurzaamheid op de lange termijn? Moeten duurzaamheidskwesties en ondernemingscontinuïteit wettelijke voorrang krijgen op aandeelhoudersbelangen? Hoe zwaar wegen de stakeholdersbelangen echt? En zullen raden van bestuur dan ook transparanter moeten zijn over hun duurzaamheidsstrategie en hun duurzame investeringen?

“Moeten duurzaamheidskwesties en ondernemingscontinuïteit wettelijke voorrang krijgen op aandeelhoudersbelangen?”

Dergelijke maatschappelijke en ethische kwesties worden momenteel ook op het hoogste Europese niveau aangekaart. Begin dit jaar publiceerde de Europese High Level Expert Group on Sustainable Finance het rapport ‘Financing a sustainable European Economy’. In maart lanceerde de Europese Commissie een ‘Action Plan on financing sustainable finance’. Daarin is er sprake van een nieuw classificatiesysteem om vlot te kunnen bepalen wat duurzame economische activiteiten zijn. Er zou ook meer transparantie verplicht worden over hoe de zogenaamde ESG (of MVO)-factoren aan bod komen in investeringsbeslissingen. Volgens het tiende actiepunt is de Commissie zelfs expliciet op zoek naar meer data en concrete praktijkvoorbeelden van werkbare duurzaamheidsstrategieën in bedrijven. Al deze demarches kaderen sowieso ook in de globale duurzaamheidsagenda 2030, die de Verenigde Naties middels zijn 17 SDG’s heeft afgekondigd.

Probleemstelling

Op het vlak van corporate governance veroorzaken deze noodzakelijke beleidslijnen een interessant ideeënconflict tussen twee gedachtenstromingen. In welke mate botst de toenemende publieke belangstelling voor langetermijnduurzaamheid in de economie met de wettelijk verankerde aandeelhoudersprimauteit en het typische kortetermijndenken van de kapitaalmarkt. De EU-commissie onderzoekt dus of zij over het belang van de vennootschap en de bestuurdersverantwoordelijkheid meer duidelijkheid kan of moet scheppen.

Het internationaal advocatenkantoor Frank Bold organiseerde in samenwerking met de Londense Cass Business School een reeks rondetafelconferenties om ondermeer die tegenstelling te bespreken. Via dit privaat initiatief, dat gestalte kreeg in het ad-hocsamenwerkingsverband The purpose of Corporation vonden daarover in verschillende Europese steden boeiende debatten plaats. Ter afsluiting publiceerde Frank Bold onlangs zijn tussentijds verslag ‘Redefining directors duties in the EU to promote long-termism and sustainability’. Interessante lectuur!

Vennootschapsbelang

Kort samengevat komt hun conclusie hierop neer: Als je het Europees ondernemingsrecht naar meer duurzaamheid wil heroriënteren, moet je het ‘belang van de vennootschap’ en de ‘rechten en plichten van de bestuurders’ inderdaad duidelijker omschrijven.

"Als je het Europees ondernemingsrecht naar meer duurzaamheid wil heroriënteren, moet je het ‘belang van de vennootschap’ en de ‘rechten en plichten van de bestuurders’ duidelijker omschrijven."

Het eerste belang van een vennootschap is overleven op de lange termijn. Maar dat is niet automatisch het gevolg van de prioritering of maximalisering van aandeelhouderswaarde. Merk dus op dat handelen in het belang van de vennootschap zich duidelijk zou moeten onderscheiden van handelen in het belang van de aandeelhouders of andere stakeholders. De vennootschap heeft dan een afzonderlijke rechtspersoonlijkheid op zich. Daar spelen verschillende belangen en die van de aandeelhouders zijn er maar een onderdeel van: naast die van de werknemers, de klanten, de leveranciers, de gemeenschap en het milieu. Het project van The Purpose of Corporation houdt ook in dat de vennootschap, als afzonderlijk rechtspersoon, de rechtstreeks begunstigde wordt van de taken van de bestuurders, met een eigen exclusief recht om van hen deze zorg af te dwingen. Dat wordt misschien even wennen.

Onafhankelijke bestuurders

Je moet bestuurders meer bevoegdheid geven om op te treden in het langetermijnbelang van de vennootschap, luidt het, desnoods tegen het belang van bepaalde aandeelhouders in. De beleidsaandacht van bestuurders zou expliciet gericht moeten worden op meer duurzaamheid en de lange termijn. Een of andere vorm van nieuwe regelgeving zou de bestuurders moeten wapenen om aan de druk te weerstaan om aandeelhouderswaarde op korte termijn te maximaliseren als dit geen duurzaam strategisch belang dient.

"De beleidsaandacht van bestuurders zou expliciet gericht moeten worden op meer duurzaamheid en de lange termijn."

Heel de gedachtegang steunt op de redenering dat bestuurders de leidende krachten van de onderneming zijn. Dat ze dus in de eerste plaats aan de onderneming zelf verantwoording verschuldigd zijn. Als regelgever zou je aan hun reeds bestaande fiduciaire plichten en wettelijke taken dus ook nieuwe parameters en verantwoordelijkheden van duurzaamheid en langetermijndenken kunnen toevoegen. Bij die nieuwe bestuurlijke plichten kunnen we denken aan de plicht om risico’s die de langetermijnbelangen van de ondernemingen kunnen aantasten, te identificeren en aan te pakken, de plicht om te handelen binnen de limieten van de economische en sociale draagkracht van onze planeet, de plicht om strikter toe te zien op het respect voor de mensenrechten en de milieuverantwoordelijkheid…

Dergelijke afspraken zouden vennootschappen en ondernemingen kunnen (her)oriënteren naar hun langetermijnbelangen en naar meer globale duurzaamheid. Als je dus als bestuurder te goeder trouw het belang van de vennootschap vooropstelt, moet je niet alleen meer denken aan alle stakeholdersbelangen maar ook aan het belang van de vennootschap zelf. Hoe dan ook zouden de strikte aandeelhoudersbelangen minder ver reiken naarmate het bedrijfsleven meer sociale verantwoordelijkheid moet opnemen.

En in België?

Waarom is dit nu belangrijk? Omdat we hier getuige zijn van belangrijke denkpistes om het maatschappelijk verantwoord duurzaamheidsdenken eventueel te incorporeren in het vennootschapsrecht. Concreet zou het vennootschapsbelang dan meer verschillen van het belang van de aandeelhouders die deze onderneming bezitten.

Zo stemde het Franse parlement op 9 oktober jl. ‘La loi pacte’ (Actieplan voor de groei en de transformatie van ondernemingen). Dat voorzag ook een opmerkelijke aanpassing van artikel 1833 van de Code Civil. Daar staat nu zwart op wit dat het doel van de onderneming niet enkel gericht is op winst maar dat ze ook rekening moet houden met sociale en milieu-gerelateerde doelstellingen.

"In de Code Civil staat nu zwart op wit dat het doel van de onderneming niet enkel gericht is op winst maar dat ze ook rekening moet houden met sociale en milieu-gerelateerde doelstellingen."

In die zin zouden we de Kamer van Volksvertegenwoordigers alleszins kunnen vragen om bij de lopende herziening van het vennootschaps- en verenigingsrecht ten minste ook eens duidelijk te omschrijven wat de Belgische wetgever eigenlijk onder ‘het belang van de vennootschap’ verstaat. Deze term komt regelmatig voor in het wetsontwerp maar wordt nergens duidelijk gedefinieerd. Een flou artistique die we in het licht van deze belangrijke denkoefeningen beter vermijden…