Waarom het vanaf 2010 geen business as usual wordt

De uitslagen van de verkiezingen zijn binnen. Verschillende partijen winnen, terwijl anderen hun wonden likken. De economie leek echter vanaf het begin tot een van de grootste slachtoffers te behoren. In de campagnes is er immers verrassend weinig gerept over de lange termijn problemen van ons land.

De crisis is over zijn hoogtepunt heen, zo wordt stilaan hoopvol geopperd. Dit jaar wordt moeilijk, en misschien 2010 ook nog, maar nadien normaliseert de situatie zich opnieuw. Dit was de ondertoon van diverse politieke debatten en er werd zelf expliciet gesteld dat het opnieuw ‘business as usual’ wordt na 2010. Dit is helaas niet het geval. We zetten een aantal ontnuchterende cijfers van het Federaal Planbureau even op rijtje. De conclusies zijn glashelder: de volgende politieke formatie moet drastische keuzes maken om een collectieve verarming en een nieuwe rentesneeuwbal te voorkomen. We stippen drie voorspellingen aan.

1. Werkloosheid

De werkloosheid bereikt, naar verwachtingen van het Planbureau, pas een hoogtepunt in 2011 en zal nadien, bij ongewijzigd beleid, lichtjes afnemen en stabiliseren op een erg hoog niveau. In 2014 wordt een werkloosheidsgraad van 14.5 procent als meest realistisch ingeschat, nog steeds duidelijk slechter dan de slechtste jaren in de laatste decennia. De crisis zindert met andere woorden nog erg lang na op de werkvloer in Vlaanderen en België. De productiecapaciteit die momenteel verloren gaat, wordt duidelijk niet gerecupereerd in de komende jaren.

Een bescheiden herstel van de economie in 2010, met een zwakke groei van minder dan één procent van het BBP, volstaat immers niet om de werkloosheidscijfers terug te dringen. Gegeven de toename van onze beroepsbevolking is hiervoor een forser herstel noodzakelijk. Bovendien reageert de werkgelegenheid over het algemeen pas met een forse vertraging op economische groei. Er zijn met andere woorden heel wat jaren van stevige economische groei (boven de 2%) nodig vooraleer we opnieuw werkloosheidscijfers onder de 12% kunnen optekenen.

2. Saldo van de lopende rekening

België is, in schril contrast met het verleden, sinds 2008 een netto importland geworden. De export klapte namelijk veel sterker in elkaar dan de import. Deze trend wordt waarschijnlijk doorgezet doorheen de volgende jaren, waardoor de netto-import door heen de periode 2009-2014 gemiddeld 1.8% van het BBP bedraagt. Voor een kleine, open economie als de onze is dit een erg ongunstige evolutie die meer media-aandacht verdient.. Vooral voor Vlaanderen, dat verantwoordelijk is voor 80% van de Belgische export zijn deze cijfers dramatisch. De redenen voor deze achteruitgang zijn niet ver te zoeken: de Belgische export verliest heel wat van zijn pluimen. In tegenstelling tot wat vaak aangenomen wordt, is de concurrentie vanuit het verre Azië en Centraal-Europa hier niet in de eerste plaats verantwoordelijk voor.

Het is de concurrentie vanuit onze buurlanden die ons de das omdoet. Zoals VKW Metena herhaaldelijk betoogt, verliezen we in ijltempo marktaandeel ten opzichte van Nederland, Frankrijk en vooral Duitsland. Onze loonkosten, archaïsche arbeidsmarkt, gebrek aan ondernemersschap en zware fiscale druk hypothekeren onze exportmogelijkheden. Diezelfde factoren maken België overigens ook minder aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders, zoals een studie van Ernst & Young aantoont.

3. Overheidsfinanciën

Een snel herstel van de wereldeconomie impliceert geen snel herstel van onze overheidsfinanciën. Zelfs in een optimistisch macro-economisch scenario neemt onze overheidsschuld jaar na jaar toe. De overheidsuitgaven nemen ook dan sterker toe dan de economische groei. Bij ongewijzigd beleid neemt het overheidstekort volgens verwachtingen toe tot 6.1% van het BBP in 2012, waardoor onze overheidsschuld vanaf dat jaar weer boven de 100% van het BBP uitstijgt. De rentesneeuwbal van de jaren ’70 is opnieuw helemaal terug. Vooral de sociale uitgaven, zoals ziektekosten en pensioenen, zullen de komende jaren drastisch toenemen. De gevolgen van de vergrijzing staan, na decennialange aankondigingen (die grotendeels genegeerd werden), nu écht voor de deur.

Kortom, er komt zeker en vast geen business as usual. Ook over enkele jaren, als de crisis (hopelijk) definitief achter ons ligt, wacht zowel de nieuwe Vlaamse regering (die in tegenstelling tot vroeger geen budgettaire marge zal hebben) als de federale regering een zware en ondankbare taak. Er zullen moeilijke knopen doorgehakt moeten worden.