Waar een vaccin is, is er hoop

Opinie van Geert Janssens

Het nieuws dat het Pfizer-vaccin een effectiviteit van 90% zou kunnen bereiken, werd op gemengde gevoelens onthaald. Wetenschappers en beleidsmakers blijven begrijpelijkerwijze voorzichtig. Er zijn heel wat vragen bij de extreem lage temperaturen voor bewaring en transport. Ook de feestvreugde op de beurs vond niet iedereen gepast. Toch is enig optimisme op zijn plaats. Het gaat hier wel degelijk om een ‘gamechanger’.

“Een effectiviteit van 90% is hoe dan ook een geweldige opsteker. Het zal ons helpen om het net rond het virus strakker aan te spannen.”

Vaccin-immuniteit

De effectiviteitsgraad van een vaccin geeft weer in welke mate het virus bescherming biedt: 90% van de proefpersonen in het onderzoek van Pfizer werden beschermd tegen het COVID-19-virus. Dat is positief nieuws om minstens twee redenen. Ten eerste, dit resultaat is ook beloftevol voor het onderzoek van andere farmaceutische bedrijven. Ten tweede, de effectiviteit heeft ook gevolgen voor de noodzakelijke dekkingsgraad. Die geeft het percentage van de bevolking weer dat moet worden ingeënt om voldoende immuniteit te bereiken. Een effectiviteit van 90% in combinatie met een dekking van 70%, geeft 63% van de bevolking bescherming.

Dat percentage is voldoende in de veronderstelling dat het reproductiegetal voor COVID-19 niet hoger ligt dan 2,5. Dit getal geeft weer hoe snel het virus zich verspreidt zonder het nemen van maatregelen of het respecteren van bijvoorbeeld social distancing. Een mogelijk probleem met vaccinatie is evenwel dat een dekkingsgraad van 70% niet wordt gehaald. Er wordt gevreesd dat slechts de helft van de bevolking bereid zal zijn om zich te laten vaccineren. Uiteindelijk zal veel afhangen van de kostprijs, de vrees voor mogelijke bijwerkingen, de inspanningen die ervoor nodig zijn om het vaccin toegediend te krijgen (cf. zich wel of niet tweemaal moeten laten inenten), etc.

Natuurlijke immuniteit?

Maar misschien is 70% dekkingsgraad niet nodig? Dat zal bijvoorbeeld ook afhangen van de mate waarin er natuurlijke immuniteit werd opgebouwd. Hoe omvangrijk is het deel van de bevolking dat de ziekte reeds heeft doorgemaakt en daardoor in het afweersysteem antistoffen en geheugencellen tegen de betreffende ziekteverwekker heeft geproduceerd? In dat geval moeten er minder mensen worden gevaccineerd om een even grote opbouw van immuniteit te bekomen. Deze immuniteitsopbouw is en blijft een grote onbekende. Naar schatting bedroeg ze in september 5 tot 8% (cf. Sciensano).

Helaas is er sindsdien een forse tweede golf in het aantal besmettingen opgedoken. Helaas, want daardoor staat ons gezondheidssysteem weer sterk onder druk. Op 1 oktober hadden 125.000 Belgen positief getest voor corona. Sindsdien zijn er 375.000 positief geteste personen bijgekomen, wat de teller op een half miljoen brengt. Hieruit volgen enkele prangende vragen. (1) Heeft deze tweede golf de natuurlijke immuniteit verder opgedreven of niet? (2) Is de opgebouwde immuniteit van de eerste golf nog overeind gebleven? (3) Zijn mensen die weinig of geen ziekteverschijnselen vertonen ook immuun? (4) Zo ja, kunnen ze COVID-19 dan nog altijd doorgeven aan anderen?

Gamechanger

Veel vragen, weinig (concrete) antwoorden. We mogen het vel van de beer dus nog niet verkopen. De maatregelen blijven strikt noodzakelijk. De gezondheidzorg moet onze eerste bekommernis blijven. Het is nog af te wachten hoelang een vaccin bescherming biedt. Het virus kan ook nog muteren en de effectiviteit van een vaccin onderuithalen (cf. Deense nertsen).

Toch is een zuchtje van opluchting op zijn plaats. Een effectiviteit van 90% is hoe dan ook een geweldige opsteker. Het zal ons helpen om het net rond het virus strakker aan te spannen, zeker wanneer we de zwaksten eerst vaccineren. Het mathematische gevolg is in elk geval dat we meer vrijheidsgraden krijgen en dat de weg naar groepsimmuniteit vlugger kan worden bereikt dan tot nog toe aangenomen.