Voorsprong op Wallonië maakte Vlaanderen zelfgenoegzaam

Auteur: 
De Tijd

Opiniebijdrage van Geert Janssens (De Tijd, 24 juni 2015)

Is Vlaanderen nog aantrekkelijk voor buitenlandse investeringen? We kregen de voorbije weken tegenstrijdige signalen. Opvallend was het bericht dat de Chinezen deze zomer nog beginnen met de bouw van een eerste incubatiecentrum in Louvain-la-Neuve. Daarmee worden mogelijk 1.500 jobs gecreëerd. Het contrast met de industriezone Willebroek-Noord ligt voor de hand. Van de destijds beloofde Chinese exporteurs is vandaag geen spoor terug te vinden. De Vlaamse regering voerde echter een groot deel van de door haar beloofde investeringen uit en dat doet vragen rijzen over de strategie voor het binnenhalen van buitenlandse investeringen.

De realisatie van het incubatiecentrum in Louvain-la-Neuve is uiteraard het eindpunt van een zorgvuldig uitgestippelde diplomatieke en administratieve onderhandelingsroute die teruggaat tot de wereldtentoonstelling van 2010 in Sjanghai. De universiteit (UCL) en een diplomaat van het Waals Agentschap voor Export en Buitenlandse Investeringen sloegen destijds de handen in elkaar.

Regionalisering?

Het maakt de discussie over de noodzaak van een verdere regionalisering van de buitenlandse handel alleen maar pittiger. Maar ook zeer complex, want ondanks het debacle van Willebroek, kan ook Vlaanderen sterke resultaten voorleggen. Volgens verschillende bronnen - onder meer onderzoek van EY - was 2014 een recordjaar. Met niet minder dan 198 projecten komt Vlaanderen op een vijfde plaats in Europa. Slechts enkele grote landen doen beter.

Echter, zowel de Waalse als de Vlaamse successen verhullen dieperliggende trends die nopen tot reflectie. Andere landen of regio’s lieten het dieptepunt als gevolg van de crisis veel vlugger achter zich. Opmerkelijk is ook de beperkte jobcreatie. Met amper 17 jobs per project bedraagt het totaal aantal nieuwe banen voor Vlaanderen minder dan 3.500. Beter dan niks, maar nog slechts een derde van wat er tien jaar geleden te oogsten viel en van wat andere landen vandaag binnenhalen. De vijfde plaats voor het aantal projecten wordt bijgevolg gekoppeld aan slechts een 18de plaats voor het aantal jobs. De projecten die we naar hier halen, worden dus steeds kleiner en vooral minder arbeidsintensief. Hoeft het nog gezegd dat investeerders verwijzen naar onze hoge loonkosten?

Remmende voorsprong

Dat is ook de reden waarom Wallonië relatief kleine projecten binnenhaalt. Het schiet overigens opmerkelijk veel sneller uit de startblokken wat het aantal projecten betreft. De achterstand met Vlaanderen krimpt zienderogen. Luik, Henegouwen en in mindere mate Vlaams-Brabant veren op. Als regio dankt Vlaanderen zijn sterke positie haast volledig aan de provincie Antwerpen.

En ook dat is een knipperlicht. Het naoorlogse Vlaanderen werkte hard, maar had ook geluk met zijn ligging. En met het toenemende belang van olie over kolen en staal, waardoor havens een strategische rol kregen. Wie zich dezer dagen door Vlaanderen probeert te verplaatsen, zal vlug beseffen dat onze ligging niet langer een troef is. Integendeel, het wordt een steeds groter raadsel hoe we erin slagen om zoveel toegevoegde waarde te creëren in een door congestie geteisterde ruimtelijke omgeving. Het moet zijn dat onze knokkersmentaliteit daar voor iets tussenzit.

Permis Unique

De verstarring heeft zich echter ook meester gemaakt van het regelgevende kader. Wie in Wallonië aanklopt, weet vlug waar hij staat. Vlaanderen heeft zichzelf kapot gereguleerd. De ‘permis unique’, die de vergunning voor milieu en ruimtelijke ordening unificeert, is in Wallonië al lang een feit. Bij ons wordt er vooral veel over gesproken.

Bovenop de Vlaamse onbeslistheden komt ook nog eens het federaal gerommel met de notionele interestaftrek en andere fiscale maatregelen. De maatschappelijke discussies over de wenselijkheid van buitenlandse bedrijven sijpelen ook door tot de hoofdkwartieren en geven daar een indruk van ongewenstheid. Het maakt het leven van wie op het terrein resultaten wil boeken er niet makkelijker op.

Uitdaging

De agenda voor de komende jaren laat zich dan ook raden. Met een taxshift kan ons land de perceptie van wegkwijnende aantrekkelijkheid een halt toeroepen. Het scheppen van een stabiel investeringsklimaat is en blijft belangrijk voor de toekomstige innovatie en export, die nog steeds worden aangedreven door bedrijven die internationaal opereren. We moeten zelf meer van dat soort bedrijven uit de grond stampen, maar als klein land of regio zullen we steeds aangewezen blijven op inbreng van over de grenzen.

Voor Vlaanderen zijn de uitdagingen zo mogelijk nog uitdagender. Onze voorsprong op Wallonië en Brussel heeft geleid tot zelfgenoegzaamheid. Wat we zelf deden, hebben we vooral ingewikkeld gedaan.

Copyright © 2015 Mediafin. Alle rechten voorbehouden