Verboden wetten te maken

Auteur: 
De Standaard

foto Caroline VenOpiniebijdrage van Caroline Ven (De Standaard, 4 augustus 2012)

Moet iemand die aangevallen wordt omdat hij homo is, meer worden beschermd dan iemand die zomaar een pak slaag kreeg?

Het valt de jongste tijd meer dan ooit op. De dadendrang om bij elk incident specifieke regels of wetten te willen invoeren. Erger nog, de straffen of maatregelen verzwaren voor specifieke, bijna individuele gevallen. De voorbeelden zijn legio. Denk aan de verwoede pogingen om voorstellen te formuleren in de kamercommissie om de extremistische moslimorganisatie van Fouad Belkacem, Sharia4Belgium, te verbieden. Of de regering die belooft werk te maken van specifieke maatregelen tegen homofoob geweld naar aanleiding van recente zware incidenten. Of de reportage over vrouwen die worden lastiggevallen in Brussel, wat minister van gelijke kansen Joëlle Milquet (CDH) er onmiddellijk toe aanzette een wetsontwerp aan te kondigen tegen seksisme met de invoering van administratieve sancties. Of deze week nog in het nieuws: de regering die dringend werk wil maken van de verstrenging van de vervroegde vrijlatingen naar aanleiding van de mogelijke invrijheidstelling van Michelle Martin. Ook in de sociaal-economische regelgeving merken we die tendens tot verstrenging en extra regulering. Men kan zich maar beter niet vergissen bij aangifte van voordelen van alle aard, of een superboete hangt boven het hoofd.

De vraag is of we als maatschappij van al die extra regels, wetten en straffen wel beter worden. Uiteraard heeft een samenleving regels nodig. Het is niet de bedoeling het recht van de sterkste te laten zegevieren en slachtoffers rechteloos achter te laten. De vraag is eerder op welke manier we onze samenleving willen ordenen. Moet echt elk specifiek geval van ongewenst gedrag afzonderlijk worden beschreven in een wettekst? Moet iemand die aangevallen wordt omdat hij homo is, meer worden beschermd dan iemand die zomaar een pak slaag kreeg? Hebben vrouwen echt nood aan een specifieke wetgeving en bestraffing omdat ze denigrerende opmerkingen te verduren krijgen? Moet iemand die fraudeert en dus steelt van de staat niet op dezelfde manier worden aangepakt als eender welke dief?

Als het niet verboden is, mag het

De complexiteit dreigt enorm te worden. Erger nog is de manier waarop men gradaties in ernst van aanpak en bestraffing tracht aan te brengen, gradaties die bijna niet objectiveerbaar zijn. En hoe specifieker en gedetailleerder we de gevallen omschrijven waarop de regels van toepassing zijn, hoe meer we ongewild de indruk wekken dat wat niet werd gepreciseerd wel toegelaten is.

De samenleving heeft nood aan duidelijkheid. Wat is toegelaten en wat niet? Geweld bijvoorbeeld - ook verbaal - kan niet. Of dat nu veroorzaakt werd op basis van geslacht of geaardheid maakt daarbij niet zoveel uit. Iemand die het hard te verduren krijgt omdat hij dik is of scheel ziet, heeft evenveel recht op bescherming. Het is daarom belangrijk dat we eens goed nadenken over de fundamentele waarden die we in onze maatschappij willen verdedigen. Wederzijds respect en verdraagzaamheid proclameren is toe aan een serieuze herwaardering.

Hoe meer we maatschappelijke vraagstukken beantwoorden met een toename aan regels, hoe meer we een gemeenschap creëren die drijft op wantrouwen van mensen ten opzichte van elkaar. Het dichte netwerk van regels, wetten en claims wordt niets anders dan georganiseerd wantrouwen dat een substituut vormt voor wat we steeds meer gaan missen, met name vertrouwen. We komen op den duur terecht in een samenleving waar de ene helft van de bevolking bezig is de andere te controleren. Uiteindelijk lijkt het alsof het niet anders meer kan.

Als het gevaar ingedekt is, gaan we met een geruster gevoel slapen. Maar het is niet zeker dat we even later niet bedrogen wakker worden. Want wetten en controle scheppen een vals veiligheidsgevoel. Dat heeft zijn reden. Regels lopen immers altijd de feiten achterna. En ze dekken nooit elke situatie. Om nog te zwijgen van het feit dat controle op de naleving ervan en bestraffing bij overtreding demotiverend werkt. En bovendien handen vol geld kost. Regelgeving en controle is goed en nodig, maar heeft zijn beperkingen. Het kan er alleen maar voor zorgen dat wat van waarde is, niet vernietigd wordt. Maar controle brengt zelf geen waarde tot stand.

Daarom is het nodig dat we als samenleving meer gaan nadenken over wat waarde doet ontstaan. In plaats van na te denken over nog meer wetten en zwaardere straffen, zouden we beter initiatieven nemen om goed gedrag te promoten en te sensibiliseren over wat niet kan. Onderwijs, de media, maar ook het verenigingsleven, gezinnen én bedrijven kunnen hun bijdrage doen. We zouden moeten werken aan maatregelen die mensen aanzetten tot positief gedrag.

Poets eens een fiets

Denk aan de manier waarop Denemarken zijn hoofdstad Kopenhagen tot een paradijs voor fietsers heeft gemaakt en verkeersagressie uit de stad heeft geband. Koning auto is er teruggedrongen tot voordeel van de zwakke weggebruiker. Allerlei maatregelen maken dat jong en oud er zich veilig en genietbaar door de publieke ruimte kunnen verplaatsen. Niet toevallig blijft verkeersagressie er tot een minimum beperkt. Een opmerkelijk initiatief zijn de 'fietsbuddy's'. Het zijn mensen die als taak hebben verloren fietsen terug te brengen, mensen te helpen in knelsituaties en - zeer ongewoon - het positief gedrag van weggebruikers te belonen door bijvoorbeeld hun fiets te poetsen. Een aanpak die diametraal staat tegenover de repressieve richting die we hier bij ons meer en meer kiezen.

Toegegeven: geen enkel maatschappelijk probleem is zo eenvoudig dat het met één aanpak kan opgelost worden. Dat geldt zeker voor de toenemende agressie in al haar vormen. Maar als we niet op zoek gaan naar de positieve motieven die mensen kunnen bewegen tot een prettige omgang met elkaar, dan blijven we in een negatieve spiraal zitten.

 © Corelio