Tweedekansondernemerschap voor failliete ondernemers

Auteur: 
Dirk Callens

Reeds op 10 oktober 2008 stemde de regering-Leterme in met het federaal KMO-Plan waarbij men zich als doel stelde de perverse gevolgen verbonden aan een faillissement te bestrijden en het tweedekansondernemerschap aan te moedigen.

Dat dergelijke maatregel nut kan hebben, staat buiten kijf. Het aantal faillissementen in ons land stijgt zienderogen. In 2007 was er sprake van 7613 faillissementen, in 2008 van 8434 faillissementen en in 2009 van 9382 faillissementen. Ook 2010 zijn we niet goed gestart, in de eerste twee maanden van dit jaar zijn maar liefst 1.617 bedrijven over de kop gegaan. Dit is een stijging van drie procent tegenover januari-februari vorig jaar, toen eveneens een recordperiode.

Gelet op deze conjunctuur vond de wetgever het, terecht, noodzakelijk om te handelen in het belang van de ondernemers die door de economische crisis, of algemener, door oorzaken die losstaan van een fout bij de leiding van het bedrijf, tot een faillissement worden gedreven om een nieuwe start te vergemakkelijken en hen een tweede kans te geven.

Wetsvoorstel

Het voorstel, zoals recent goedgekeurd door de Kamercommissie Handelsrecht, beoogt te voorzien dat het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (op zich) geen grond meer kan zijn voor een aansprakelijkheidsvordering tegen de kredietgever of investeerder die krediet heeft verleend of geïnvesteerd heeft in een nieuwe activiteit.

Het is dan ook de bedoeling van deze maatregel om de toegang tot krediet voor de gefailleerde te vergemakkelijken zodat geldschieters en investeerders niet langer hoeven te vrezen dat ze aansprakelijk zouden worden gesteld indien ze krediet verlenen aan de gefailleerde.

Tegelijkertijd benadrukt Sabine Laruelle, minister van KMO’s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid, dat ondertussen een groep deskundigen van de kabinetten van de minister van KMO’s en Zelfstandigen en de minister van Justitie werken aan de hervorming van de verschoonbaarheid van de gefailleerde zonder schuld, een soort schuldloos faillissement zeg maar.

Concrete wijzigingen

Teneinde deze veranderingen door te voeren, moeten er twee wetten worden aangepast. Ten eerste de wet van 8 augustus 1997 op het faillissement en ten tweede de recent ingevoerde wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen.

Beiden zullen binnenkort worden aangepast met een artikel dat, zoals hierboven reeds gesteld, voorziet dat het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie door overdracht onder gerechtelijk gezag van een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (op zich) geen grond meer kan zijn voor een aansprakelijkheidsvordering tegen de kredietgever of investeerder die krediet heeft verleend of geïnvesteerd heeft in een nieuwe activiteit gevoerd door de gefailleerde of door een bestuurder van de failliete vennootschap, ongeacht de vorm waarin deze nieuwe activiteit wordt uitgeoefend.

Uitwerking in de praktijk

Het financiële luik van dit verhaal wordt uitgewerkt door het Participatiefonds. Dit fonds zal een specifiek begeleidingsprogramma uitwerken voor ondernemers die een tweede kans willen. Deze ondernemers zullen dus moeten gaan aankloppen bij het Participatiefonds zodat deze samen met de partnerorganisaties (Tussenstap, UCM, BECI en BEP) een individuele beoordeling kunnen maken om de bekwaamheden van de gefailleerde te versterken. Zodoende kan de gefailleerde uit zijn eerste ervaring lessen trekken.

Het Participatiefonds zal bij dit project verschillende steunmaatregelen uitwerken: informatieverlening, bewustmaking van de banksector via de kredietbemiddelaar en het KeFiK, het Vademecum KMO-Financiering en de on-linelancering van een prestatiemeter van ondernemingen (op de website van het KeFiK).

Het is de bedoeling dat dit project op 15 april van start gaat en het zal geëvalueerd worden op basis van de ervaringen van de vier partners.

Er is een begroting van 100.000 euro uitgetrokken voor het Participatiefonds, voor de financiering en de coaching.