Politiek van de primaat

Doordenker van Geert Janssens (Ondernemen, februari 2019)

Waarom blijven minder gegoede Amerikanen een president steunen van wie ze ondertussen weten dat die in hun zakken zit en blijven Britten een keuze verdedigen waarvan intussen duidelijk is dat die welvaart zal kosten? En waarom moeten we vrezen dat wijzelf riskeren hetzelfde lot te ondergaan?

Een kernambitie van de Regering-Verhofstadt I was een herstel van het zogenaamd ‘primaat van de politiek’. Dat primaat stelt dat in een democratie alle belangrijke beslissingen dienen te worden genomen door de verkozenen des volks en niet door experten of ambtenaren op kabinetten, laat staan via vertegenwoordigers van drukkingsgroepen. Vooral dat laatste was een doorn in het oog van Guy Verhofstadt die in zijn burgermanifest fel van leer had getrokken tegen de vermeende almacht van middenveldorganisaties. Verhofstadt kwam er echter snel achter dat je het middenveld niet zomaar eventjes passeert.

Buikgevoel

Vandaag is de context totaal anders. Het primaat van de politiek wordt niet bedreigd door klassieke drukkingsgroepen maar door ons eigen buikgevoel. Dat buikgevoel — of is het de onderbuik — dreigt ‘de politiek van de primaat’ te installeren. Via sociale media is zowat iedereen zijn eigen drukkingsgroep en opiniemaker geworden. Tekenend voor die context is het teruggrijpen naar referenda waarmee politici vooral hun eigen machteloosheid accentueren. Ook de media blijven niet gespaard van de almacht van het buikgevoel. Statistisch zwak onderbouwde opiniepeilingen bepalen steeds vaker de agenda en toonzetting van het debat.

Buikgevoel is wat de mens (en de primaat) van nature drijft. Het is, bijvoorbeeld, de grondtoon voor financiële crisissen, waardoor beleggers en investeerders hun rekenkundige denkvermogens aan de kant schuiven om zich door de kudde te laten verleiden tot een dansje op de muziek van een of andere hype. Buikgevoel wordt steeds vaker het ultieme kompas om naar de wereld te kijken en rijmt op goed gevoel. Het is minder belangrijk of informatie (sic) juist is, als ze maar een aangenaam gevoel verschaft. Buikgevoel is de grote korrel zout waarmee steeds meer mensen belangrijke objectieve feiten weg relativeren en tegelijk smaak geven aan een grauwe realiteit waarop ze steeds minder vat menen te hebben.

Kiezen tegen eigen belangen

Het verklaart waarom mensen in het stemhokje tegen hun eigen belangen kiezen. Een groot deel van de kiezers voor Donald Trump zijn slachtoffer van zijn beleid. Zij hebben ‘Medicare’ meer nodig dan de rijken die er nu ook nog een belastingverlaging bovenop krijgen. De 30% laagste inkomens betalen vanaf dit jaar zelfs meer belastingen. De minder gegoede kiezers malen er echter niet om, want ze voelen zich vanuit de onderbuik aangesproken door de retoriek van Trump. Bij Brexit was het niet anders.

Het weekblad ‘The Economist’ vermoedt dat deze kiezers ook niet langer geloven dat politici een verschil kunnen maken. Een stem op een kleurrijke anti-kandidaat verschaft via een goed buikgevoel een glorieus moment. Figuren als Trump rijgen die momenten aan elkaar. Elke tweet is een nieuwe overwinning van het buikgevoel op het gezond verstand en laat geen ruimte voor nuance. Politici zijn zakkenvullers, migratie is miserie, kritiek is ‘fake news’,…

“Het primaat van de politiek wordt niet bedreigd door klassieke drukkingsgroepen maar door ons eigen buikgevoel.”

We moeten het echter niet te ver zoeken. Het wansmakelijke schouwtoneel van de voorbije maanden, heeft heel wat mensen gesterkt in hun overtuiging dat ook onze politici niet meer in staat zijn tot deugdelijk bestuur. Zij riskeren zich voortaan liever te laten leiden door hun buikgevoel. Dat belooft voor de aankomende verkiezingen die meer dan ooit zullen bepalen wat zal primeren: het primaat van de politiek of de politiek van de primaat?