Peter Schollaert over zijn vrijwilligerswerk in de vluchtelingenkampen op Lesbos

Auteur: 
Jo Cobbaut

Peter Schollaert was senior advisor organisatieontwikkeling en directielid bij TE Connectivity. Een leuke, uitdagende baan. Maar een week vrijwilligerswerk in de vluchtelingenkampen op Lesbos liet een zodanige indruk na dat hij zijn job opzegde.

Met de vluchtelingendeal die de EU in 2016 met Turkije afsloot, kreeg dat land 6 miljard dollar toegezegd om potentiële vluchtelingen naar Europa in Turkije te houden. Zelfs voor wie individueel geld schenkt aan vluchtelingenorganisaties, blijft de hele kwestie vaak nog een ver-van-mijn-bedshow.

“Als burgers, politiek en bedrijven naar elkaar kijken, dan gebeurt er niets. Toch is niets doen, geen optie.”

Peter Schollaert wilde zijn handen uit de mouwen steken en besloot om via het Nederlandse Because We Carry (BWC) een week te gaan werken in de vluchtelingenkampen op het eiland Lesbos. Reeds bij zijn aankomst werd hij geconfronteerd met de harde realiteit: “We zagen aan het strand een paar reddingsboeien, dekens, plastiek en hout, wat stukken van de gammele boten bleken te zijn waarmee de vluchtelingen de zee tussen Turkije en  Lesbos oversteken. Een ticket voor de veerboot op dat traject kost 8 euro. De mensensmokkelaars vragen tussen de 1000 en 2500 euro per persoon die zijn leven waagt om deze tien kilometer te overbruggen.”

Kampen

Elke week gaat een team van zeven vrijwilligers van BWC, gewapend met 8000 euro aan ingezamelde fondsen, naar Lesbos. Daar bevinden zich twee opvangkampen. In Kamp Moria, een voormalige legerkazerne, moeten vluchtelingen zich laten registreren. Het tweede kamp, Kara Tepe, is waar Peter Schollaert en zijn teamgenoten aan de slag konden. Het kamp werd initieel opgezet als opvang voor kwetsbare mensen en gezinnen met kleine kinderen. Er wonen 1200 vluchtelingen, de meeste uit Afghanistan.

Kara Tepe is ondanks alles een redelijk goed georganiseerd geheel. Een aantal ngo’s en de Griekse ambtenaren werken er samen om een goed gemeenschapsgevoel te creëren. Via BWC ontstonden initiatieven als ontbijtbezorging, een kapper- en beautysalon, evenals gratis fietsverhuur.

Schollaert: “Bovenal is er de vriendelijkheid, warmte en liefdevolle aandacht van de lokale vrijwilligers. Daar probeerden wij ons steentje aan bij te dragen. Wij stonden in voor het dagelijkse ontbijt. Let wel, dat betekent niet meer dan bijvoorbeeld vier smeerkaasjes en een stukje brood per gezin, aangevuld met één stuk groente en één banaan per persoon. Zwangere vrouwen kregen 10 amandelnootjes extra. Zo’n ontbijt kost al 7000 euro per week, zodat de door ons opgehaalde fondsen snel opgesoupeerd waren. Door elke dag een vaste wijk te bevoorraden, leerde ik de mensen beter kennen.”