Perverse bonussen

Steel geld van de armen en geef het aan de rijken. Met dat beeld schetste de Britse politicus John Prescott onlangs zijn ongenoegen over het feit dat de financiële wereld nog steeds naar hartenlust bonussen uitkeert. Zeker nu banken wereldwijd bij de overheid moeten aankloppen voor steun, is dat uit den bozen. Steeds meer banken komen tot inkeer maar is het trage tempo waarmee dat gebeurt niet tekenend voor de kortzichtigheid die deze sector zich heeft eigen gemaakt?

Talent wordt vergoed 

Op zich is er niets verkeerd aan hoge bonussen of beloningen. Door hun omvang zullen ze echter steeds een maatschappelijke schietschijf blijven. Ondanks die controverses zijn ze vanuit het standpunt van bedrijven en banken de normaalste zaak van de wereld. Beloning is een krachtig instrument om het spel van vraag en aanbod van schaars talent in de juiste richting te sturen. Net zoals in de sport moeten ook in de bedrijfswereld topprestaties navenant worden vergoed. Dit principe is zelfs vrij universeel en beperkt zich niet tot het kapitalisme. De prijs die vastkleeft aan schaarste lijkt zelfs onafhankelijk van maatschappelijke ordening of ideologie. Ook in niet kapitalistische systemen kleeft er aan schaarste een hoog prijskaartje.

Eigen keuzes 

Maar wat moeten we vandaag denken van de vergoedingen en beloningen die de afgelopen jaren in de financiële wereld zijn uitbetaald? Of een beloning overdreven is, is een afweging die enkel toekomt aan diegenen die hem uitbetalen of ervoor moeten opdraaien. Finaal zijn dat in een bedrijf of bank de aandeelhouders. Waar het normaal is dat de verantwoordelijkheid voor het uitbetalen van een miljoenenbonus volledig toekomt aan de aandeelhouder, is het ook evident dat de belastingbetaler zich inmengt bij banken of bedrijven die een beroep doen op overheidssteun. Dat die belastingbetaler het in crisistijd niet zo begrepen heeft op torenhoge vergoedingen, is voor heel wat banken een belangrijke reden om de uitgestoken hand te weigeren, althans zolang het kan.

Ethische aspecten

Aan het principe dat het recht van beslissen toekomt aan diegene die uitbetaalt, kleven evenwel een aantal randvoorwaarden. Een eerste belangrijke is dat de middelen waaruit de betaling geschiedt op een ethisch verantwoorde wijze werden verworven. Geld afkomstig uit misdaadpraktijken past niet. Op het eerste zich voldoet de financiële wereld aan dit principe. Maar bij nader inzien kleeft er toch een wrange bijsmaak aan de winsten die de afgelopen jaren dienden als basis van de hoge beloningen. Vooral het feit dat men de stabiliteit van het financieel bestel in de weegschaal heeft gegooid, roept vragen op. Sommige waarnemers, zoals de recentste nobel prijswinnaar economie Paul Krugman, gaan zo ver om het financiële systeem te omschrijven als een groots opgezet collectief piramidespel waarbij overmatige kredietverlening en hefboomwerking de top in staat stelde om zich persoonlijk te verrijken. Volgens Krugman handelde de financiële sector daarbij vanuit een soort onbewuste waanzin. Die onbewustheid ontslaat hen echter niet van hun verantwoordelijkheid. Helaas zijn in realiteit de bonussen uitgekeerd en de winsten weg. Wat achterblijft, is een hoopje miserie en ontredderde aandeelhouders. Die laatste betalen het gelag als eerste wat gegeven bovenstaande redenering… de normaalste zaak van de wereld is. Minder normaal is dat ook de kredietnemers, beleggers in ‘veilige’ producten, pensioenspaarders,… en uiteindelijk de belastingsbetalers mee opdraaien voor de roekeloosheid van de afgelopen jaren.

Nog vanuit een ethisch perspectief kan men hieraan een tweede randvoorwaarde koppelen. Er stelt zich ook een vraag naar eigenlijke ‘verdienste’. Los van het beslissingrecht kan men zich afvragen of de omvang van de beloningen in de financiële sector in verhouding stonden tot de uiteindelijke opgeleverde toegevoegde waarde? In de VS lag het gemiddelde loon van bankiers en handelaren op de geldmarkten gemiddeld 4 keer hoger dan dit van de spreekwoordelijke Joe Sixpack. De verschillen aan de top waren veel exorbitanter. Beloningen van tientallen miljoenen dollar of meer waren geen uitzonderingen. Dit alles droeg sterk bij tot een toename van de inkomensongelijkheid.

Ondermijnend voor het kapitalisme

Maar waarom zou iemand bakken geld moeten verdienen omdat ergens in de wereld de waarde van de huizen is gestegen? Wat is zijn of haar verdienste daaraan? Idem voor al diegenen die handelden in de afgeleide producten van die markt. De waarde die men daaraan kleefde, lijkt vandaag totaal van de pot gerukt. Gegeven het feit dat we vandaag vaststellen dat de financiële sector weinig duurzame toegevoegde waarde heeft gecreëerd, stelt zich de vraag naar maatschappelijke verantwoordelijkheid en billijkheid.

De financiële sector vertegenwoordigde de afgelopen jaren een steeds groter deel van het nationale inkomen. Een beperkte elite kon daarvan gretig profiteren. Een oude wijsheid zegt dat wanneer bevoorrechten in de waan geraken dat zij recht hebben op wat zij verdienen, zij zich belangrijker gaan voelen dan ze werkelijk zijn en verleid worden tot normvervaging en wangedrag. De geschiedenis leert dat een dergelijke gang van zaken de stabiliteit van een maatschappelijk bestel in gevaar kan brengen. Ironisch genoeg dreigt vandaag een van de pilaren van het kapitalisme het systeem waaraan het zijn eigen bestaan te danken heeft volledig in de vernieling te rijden. Het populistische discours dat winsten worden geprivatiseerd en verliezen genationaliseerd krijgt steeds meer voet aan de grond dan goed is voor de legitimiteit van ons systeem. Daarom wordt het hoog tijd dat de financiële wereld zelf een aantal krachtige signalen gaat uitzenden.