Peeters II: highbrow, low budget

Zoals bij elk regeerakkoord staat ook de kadertekst van Peeters II vol highbrowbeschouwingen en stellen de protagonisten het geheel als historisch voor. Een grondige analyse van het akkoord leert dat het potentieel daartoe zeker aanwezig is, maar alles staat of valt met het financiële plaatje. En dat is in de gegeven omstandigheden niet bepaald krachtig ingevuld.

Uiteraard is de prille uitbouw van een Vlaamse sociale zekerheid - zoals mag blijken uit de voorstellen voor een Vlaamse kinderbijslag en hospitalisatieverzekering - in vele opzichten historisch. Het is om te beginnen een belangrijke strategiewending van de Vlamingen om hun communautaire eisen kracht bij te zetten. Het is ook een logische vertaling van de verkiezingsuitslag - waarbij Vlamingen hun voorkeur hebben uitgesproken voor een constructieve maar assertieve houding ten aanzien van het zuiden van het land. Die interpretatie kreeg net dat beetje extra symbolische waarde toen vlak voor de presentatie van het nieuwe Vlaamse regeerakkoord uitlekte dat de federale sociale zekerheid dit jaar 2,5 miljard euro in het rood gaat. Het leek wel of de inertie waarmee op federaal niveau problemen niet worden aangepakt mocht dienen als antipode voor de vooruitstrevende plannen van de aanstormende Vlaamse regering.

Het gat in de federale sociale zekerheid toont echter ook het zwakke punt in de Vlaamse communautaire strategie. De uitbouw van een tweede sociaal vangnet is peperduur en verandert op zich weinig of niets aan de inefficiënties die het eerste vangnet bijna doen bezwijken onder zijn eigen gewicht. Zolang de Franstaligen niet buigen en weigeren mee te werken aan een verantwoordelijke financieringswet, een efficiëntere werking van de arbeidsmarkt en een spaarzamere overheid, komt ook de betaalbaarheid van het Vlaams vangnet op termijn in gevaar.

Peeters II wil er echter alles aan doen om de uitbouw van de eerste fase veilig te stellen. Men wil zelfs snijden in het eigen overheidsapparaat en men heeft twee ministerposten laten vallen. Ook het streefdoel van 5 procent gewichtsverlies inzake werkingsmiddelen en 2,5 procent inzake loonkosten mag als een historisch feit door het leven gaan. Met deze besparingsoperatie geeft het Vlaamse niveau zo mogelijk een nog belangrijker signaal aan de andere overheden. Het Noorden beseft dat het met minder middelen minstens even goed kan en wil daarnaar handelen. Weliswaar noodgedwongen door de crisis, maar ook zonder aarzelen nu het moet.

GOEDE WIL

Bij deze communautaire lezing van het regeerakkoord zouden we enkele dieperliggende inhoudelijke punten bijna vergeten. Tussen al de tekstuele hoogdraverij door lezen we heel veel goede wil. Het maximaal benutten van de eigen bevoegdheden wordt doorgetrokken naar het werkgelegenheids- en energiebeleid. Ook hier is het contrast met de rest van het land aanzienlijk.

Wat de werkgelegenheid betreft wil men de inspanningen van de vorige regering consolideren en verder versterken. Het is goed dat de rol van de VDAB in het activeringsbeleid verder wordt uitgebouwd en dat het op elkaar afstemmen van onderwijs en bedrijfsleven meer aandacht zal krijgen. Voor het energiebeleid kijken we uit naar de oprichting van een Vlaams energiebedrijf. Wat ons betreft, hoeft men zich daarbij niet te beperken tot groene stroom.

KEUZES

Bij het akkoord zijn uiteraard ook een aantal kanttekeningen te maken. Her en der worden er geen keuzes gemaakt. Vlaanderen uitbouwen tot logistieke speerpunt zonder het fileprobleem op een ernstige manier aan te pakken - met verkeerssturing alleen zullen we niet op onze bestemming geraken - klinkt vrij utopisch. Ook is het onduidelijk of een nieuw ruimtelijk structuurplan bedrijven daadwerkelijk meer ruimte zal geven om te ondernemen, laat staan dat de heersende rechtsonzekerheid op het gebied van vergunningen en procedures plotseling zal verdwijnen.

Het is bewonderenswaardig dat de nieuwe Vlaamse regering wil besparen en tegelijk investeren. Er moeten evenwel grote vraagtekens geplaatst worden bij het financiële plaatje. Om te beginnen is er de onzekerheid over de boekhoudkundige verwerking van de pps-constructies (publiek-private samenwerking) in de begroting. Kan dit nog enigszins worden afgedaan als een virtueel probleem, er zijn ook tastbaarder gevaren.

JOBKORTING

We vrezen dat de kosten van reeds genomen maatregelen fel worden onderschat (overbruggingspremie, waarborgregeling). In dat verband is het goed dat de jobkorting wordt teruggeschroefd en enkel nog zal worden toegekend voor lage inkomens. Op zich is het een spijtige zaak dat de hardwerkende Vlaming gemiddeld gezien moet inleveren, maar in de huidige omstandigheden is het verstandig om de korting te concentreren op de laagste lonen, aangezien het effect op de werkgelegenheid daar het grootst is.

Tot slot maken we ons zorgen over de vooruitzichten voor de economische groei. De projecties die door het Planbureau werden vrijgegeven zijn aan de optimistische kant. We twijfelen er sterk aan dat de Vlaamse en de Belgische economie vanaf 2011 vlotjes met respectievelijk 2,4 en 2,3 procent op jaarbasis gaan groeien. Dat we dit plaatje zo somber inzien, volgt grotendeels uit het feit dat het federale niveau de meeste sleutels in handen heeft om de potentiële groei van onze economie op langere termijn op te krikken, maar daar vooralsnog bitter weinig deuren voor open doet.

Geert Janssens

Senior researcher bij de denktank VKW Metena

© 2009 Mediafin