Overheid roomt tot twee derde van loon af

Auteur: 
De Tijd

VKW Metena tekent het volledige plaatje voor de loonwig

Een alleenstaande loontrekkende met een iets beter inkomen houdt aan het einde van de rit minder dan een derde van dat bedrag over.

Dat berekende VKW Metena, de denktank van de werkgevers- organisatie VKW. Uit studies van de OESO is bekend dat de Belgische loonwig tot de hoogste ter wereld behoort. De loonwig is het verschil tussen de totale loonkosten van een werknemer en het bedrag dat hij netto overhoudt. Voor een Belgische alleenstaande met 161 procent van het gemiddelde inkomen bedraagt die wig 61 procent. Dat is 10 tot 15 procentpunten meer dan in onze buurlanden.

Maar die berekeningen houden geen rekening met het feit dat een flink deel van dat nettoloon nog eens door consumptiebelastingen opgeslokt wordt. Als we dat wel doen, loopt de 'uitgebreide' loonwig voor de alleenstaande uit ons voorbeeld op tot 67,7 procent. In absolute bedragen: van de 4.430 euro per maand die een werkgever betaalt, houdt de werknemer slechts 1.621 euro over.

Kinderlast of een lager inkomen doen de loonwig dalen. Maar die zakt bijna nooit onder 50 procent. En van een loonstijging wordt bijna steeds zowat driekwart afgeroomd.

Overheidsbeslag

Dat enorme overheidsbeslag is de hoofdoorzaak van de Belgische ziekte, schrijven de medewerkers van VKW Metena in hun jongste beleidsnota. Het joeg de Belgische loonkosten omhoog, waardoor ons land veel meer marktaandeel verloor dan de andere industrielanden. En het ligt aan de basis van de werkloosheidsval, het feit dat het voor een niet-actieve vaak amper loont om aan de slag te gaan. Dat zorgt dan weer voor een zeer hoge structurele werkloosheid.

In de vroege jaren 80 werd naar de paardenremedie van een deva- luatie gegrepen om ons land uit het moeras te halen. Door de euro kan dat niet meer. Het enige redmiddel dat nu overblijft om uit de negatieve spiraal te raken, is een 'interne devaluatie' schrijft VKW Metena.

Een afschaffing van de automatische loonindexering moet bijdragen tot meer loondiscipline. Maar tegelijk moet de herinvoering van het belastingkrediet voor lagere inkomens werken voor die groep opnieuw lonend maken.

Een deel van het geld daarvoor kan worden gevonden door een beperking van het huwelijksquotiënt (decumul). Maar België kan ook niet blijven wachten met een afslanking van zijn ambtenarenkorps en een staatshervorming die meer fiscale verantwoordelijkheid bij de deelstaten legt.

IVAN BROECKMEYER

© 2009 Mediafin