Op zoek naar 25 miljard euro

Auteur: 
Jan Henry

De overheden in dit land moeten gezamenlijk op zoek naar 25 miljard euro om tegen 2015 opnieuw een begroting in evenwicht te presenteren. Waar is zo een bom geld te vinden in de overheidsrekeningen? Een techniek van eliminatie is daarbij een leerzame oefening.

Oplopende tekorten, expanderende schuld, rentesneeuwballen, …. De oude demonen van de Belgische begroting zijn terug van nooit helemaal weggeweest. De voorbije jaren leek er beterschap, maar een onderhuids woekerende uitgavendynamiek maakte de staatsfinanciën heel kwetsbaar voor conjuncturele tegenvallers. Een volwassen bankencrisis en een zware recessie hadden er dan ook maar klein bier aan om dit kaartenhuis omver te blazen. Volgens de jongste ramingen zou het overheidstekort dit jaar oplopen tot ongeveer 7% van het bbp, of afgerond 25 miljard euro.

Een deel van dat tekort is natuurlijk niet structureel, maar conjunctureel van aard – dat deel van het tekort is ‘er vanzelf gekomen’, en het zal dus ‘vanzelf weer verdwijnen’ naarmate het herstel wortel schiet. Helaas is het structurele tekort veel groter dan veel politici zich voor lief nemen. Van die 25 miljard euro zal ongeveer 15 miljard euro met bloed, zweet en tranen gevonden moeten worden, want slechts 10 miljard euro van dat tekort zal met de hernemende conjunctuur als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dit is natuurlijk een bewegend doelwit. Als de crisis geen blijvende sporen nalaat op de potentiële groei van de economie – de meningen zijn daarover nog verdeeld – dan zal het structurele tekort lager uitvallen dan die 15 miljard euro. Het omgekeerde is natuurlijk ook mogelijk. In elk geval zou de begroting bijzonder wel varen bij een strategie om de groei en de werkgelegenheid zo veel mogelijk op te krikken. Maar dat is nog een ander debat (wordt vervolgd).

Waar kan intussen die 15 miljard euro gevonden worden in de rekeningen van de gezamenlijke overheid? Een oefening via eliminatie leert daarbij heel veel. Want als geschrapt wordt waar het geld niet of heel moeilijk kan gevonden worden, dan blijven er niet zoveel mogelijkheden over voor de regeringsploeg van premier Herman Van Rompuy (CD&V).

1. Mogelijkheden langs de inkomstenkant

Belastingen op arbeid zijn nog altijd de belangrijkste bron van inkomsten voor de schatkist. Er bestaat echter een consensus dat deze lasten echt wel hun plafond bereikt hebben, en dat een verdere verhoging van deze lasten alleen maar contraproductief zou zijn. Een hogere personenbelasting of hogere sociale bijdragen mogen dus geschrapt worden. Ook het optrekken van de vennootschapsbelasting zou haaks staan op het beleid van de jongste jaren om via de notionele interestaftrek de belastingdruk op de bedrijven te verminderen. Blijft dan over als grootste post: de indirecte belastingen, zoals de BTW. Maar in een klein land als België zou het niet verstandig zijn om de BTW op de grotere consumptieartikelen hoger te jagen dan in de buurlanden. Als de muziek dus stopt, blijft er een belastingbron zonder stoeltje, en dat zijn de belastingen op inkomen uit vermogen. De kans is groot dat de regering hier een slachtoffer vindt om de crisis te betalen.

Inkomsten overheid

Bron: NBB

2. Mogelijkheden langs de uitgavenkant.

Uitgaven overheid 

Bron: NBB

Langs de uitgavenkant lijken er iets meer mogelijkheden om geld te vinden. Wil de regering werk maken van een structurele sanering, dan moet besparen op de uitgaven de prominente beleidspiste zijn. De techniek van eliminatie schrapt alleen de posten van de rentelasten en de kapitaaluitgaven (de overheidsinvesteringen zijn al jaren veel te laag). Waar zeker wat kan gedaan worden is in de werkingsmiddelen (vooral lonen en ambtenarenpensioenen) van het Belgische overheidsapparaat, vorig jaar goed voor 54,3 miljard euro. Verschillende studies tonen aan dat de overheid veel efficiënter met deze middelen kan omspringen, of dus meer kan doen met hetzelfde geld, of hetzelfde kan doen met minder geld. Een andere grote kost zijn de sociale uitkeringen, met de gezondheidszorg en de pensioenen als grootste posten. Vooral de reële groeinorm van 4,5% in de gezondheidszorg is in tijden van een krimpende of traag groeiende economie budgettair moeilijk houdbaar op termijn.

3. Eendracht maakt macht?

Een bijkomend element in de begrotingsdiscussie is de verdeling tussen de verschillende niveaus, waarbij het federale niveau in geen duizend jaar de inspanning op haar eentje aankan. De financieringswet kleedt immers de federale overheid steeds meer uit ten voordele van de deelstaten, terwijl de kosten van de vergrijzing vooral op het bord van de federale overheid en de Sociale Zekerheid belanden.

Vooral het Lambermontakkoord uit 2000, dat extra bevoegdheden maar vooral ook extra geld van de federale staat naar de deelstaten overhevelde, is uitgedraaid op een peperdure factuur voor het federale niveau. Tegen 2014 zal het Lambermontakkoord ervoor gezorgd hebben dat er alleen al naar Vlaanderen cumulatief ongeveer 20 miljard extra zal gevloeid zijn.

cummulatief effect

Bron: Vlaamse meerjarenbegroting

De federale regering zit dus gekneld tussen hamer en aanbeeld, terwijl de deelstaten vanuit een pluchen zetel kunnen toekijken naar het gespartel op het federale niveau. Vooral de federale overheid is daarom vragende partij dat de deelstaten hun duit in het zakje doen om de staatsfinanciën weer op orde te krijgen. De Hoge Raad voor Financiën pleit ervoor dat de deelstaten ongeveer een derde van de inspanning voor hun rekening nemen. Vlaanderen ziet hier dan weer een hefboom in om meer bevoegdheden af te dwingen. Een communautaire kortsluiting zou echter ook deze besparingspiste elimineren.