Ontwaken in een ander land

Wie regelmatig in het buitenland op vakantie gaat, kent dat gevoel dat men bij het ontwaken wel eens kan hebben. Zonder succes tastend in het half duister naar het vertrouwde plekje waar je polshorloge, bril of gsm zou moeten liggen, kom je zachtjes tot het besef dat je ontwaakt op een vakantiebestemming waar alles een beetje anders is. Laten we hopen dat dit ontwaakgevoel onze bewindslui overvalt wanneer ze het recentste OESO rapport over België lezen.

Wie regelmatig in het buitenland op vakantie gaat, kent dat gevoel dat men bij het ontwaken wel eens kan hebben. Zonder succes tastend in het half duister naar het vertrouwde plekje waar je polshorloge, bril of gsm zou moeten liggen, kom je zachtjes tot het besef dat je ontwaakt op een vakantiebestemming waar alles een beetje anders is. Laten we hopen dat dit ontwaakgevoel onze bewindslui overvalt wanneer ze het recentste OESO rapport over België lezen.

Geen excuses

Voor een zacht ontwaken is er hier evenwel weinig tijd. De boodschap tussen de regels is dat onze bewindslui de crisis niet mogen gebruiken als voorwendsel om stil te zitten. Slechte tijden, zo stelt de OESO onomwonden, mogen geen excuus zijn om structurele hervormingen die het groeipotentieel op lange termijn moeten herstellen, op de lange baan te schuiven. Rapporten van internationale instellingen zoals de OESO zijn als gevolg van een politiek onderhandelingsproces meestal ontdaan van scherpe kantjes. We zijn benieuwd hoe de niet gekuiste versie moet geklonken hebben.

Belgische ziektes

Want  haar rapport neemt de OESO een aantal structurele Belgische ziektes keihard op de korrel. Vooral de werking van de arbeidsmarkt en het belastingsysteem worden geviseerd. Daarbovenop hangt echter de instabiliteit van de openbare financiën als een zware onweerswolk. Net zoals het IMF een tijdje geleden deed, hekelt ook de OESO de negatieve gevolgen van het fiscaal federalisme waarbij de federale overheid geconfronteerd wordt met een onderfinanciering en de deelstaten relatief gezien in de slappe was zitten. Volgens het huidig financieringsysteem zal de federale overheid het gros van de vergrijzinglasten moeten torsen en dat is onhoudbaar. De OESO verwijst echter ook naar een horizontaal onevenwicht tussen de regio’s onderling. Dit ontstaat doordat een deel van de personenbelasting wordt overgeheveld naar de deelstaat waar de belastingplichtige woont terwijl de regio waar de inkomsten worden gegenereerd in de kou blijft staan. De OESO heeft een probleem met die werkwijze en zou het logisch vinden dat regio’s gestimuleerd worden om een eigen belastingsbasis uit te werken. Dit kan vele dingen betekenen maar klinkt alvast als een sterk pleidooi voor meer fiscale autonomie en verantwoordelijkheid voor de regio’s.

Arbeid onderdrukt

Om de economische groei op te krikken zal ons land dringend werk moeten maken van een hervorming van haar belastingssysteem. Vooral de lasten op arbeid werken scheeftrekkingen in de hand. Er zijn wel pogingen geweest om die lasten te verminderen maar in vergelijking met de ons omringende lansen zijn dat pleisters op een houten been. Er werd ook getracht arbeid aantrekkelijker te maken met onder meer een vermindering van de werknemersbijdragen (Cf. werkbonus) en allerlei loonlastenverlagingen voor doelgroepen maar dat heeft vooral geleid tot complexiteit en concurrentie tussen die doelgroepen met  nieuwe inefficiënties tot gevolg. De effectiviteit van die systemen wordt bovendien te weinig opgevolgd. Tal van werkloosheids- en inactiviteitvallen blijven bestaan. Om het systeem te hervormen is geld nodig dat er niet is. De OESO beveelt aan om de belastingsbasis te verbreden en de belastingen op arbeid te verschuiven naar consumptie (BTW, accijnzen,…) omdat die minder scheeftrekkingen zouden veroorzaken.

Te weinig concurrentie

Een laatste breekpunt zijn de hogere prijzen voor tal van goederen en diensten in vergelijking met ons omringende landen. De vestigingswet in de distributiesector verhindert vrije concurrentie, de komst van nieuwkomers alsook de introductie van nieuwe technologieën. Daardoor blijven prijsdalingen voor de consument achterwege. In de energie- en telecommunicatiesectoren blijft concurrentie uit door de dominantie van enkele grote spelers. De regulatoren slagen er niet om nieuwkomers een speelveld aan te bieden waarin ze een eerlijke kans krijgen. De post en de spoorwegen staan nog grote hervormingen te wachten. In het algemeen geldt dat regulatoren meer onafhankelijk moeten kunnen werken en onderling beter moeten communiceren.