Onterechte grieven over groei

Auteur: 
De Standaard

Gastcolumn van Caroline Ven (De Standaard, 3 april 2013) 

Het jaarlijkse paaseieren rapen van afgelopen weekend was weer een succes. De kinderen hebben zich weer gretig op de tuin gestort om hun mandjes te vullen met chocolade eieren. Op dat ogenblik heerst de wet van de snelste. Niemand heeft ze dat geleerd. Het zit blijkbaar in de genen van de mens. Om het meest, om het snelst. Het was het soort competitiegeest dat tezelfdertijd de renners (en supporters) van de Ronde van Vlaanderen dreef. Niet voor niets heeft ook de economische wetenschap - wat uiteindelijk ook een menswetenschap is - zich vooral toegespitst op hoe we de groei van onze welvaart kunnen bevorderen. Door te streven naar een hogere inzet van arbeid en investeringen, meer efficiëntie, meer innovatie.

Minder en beter

De laatste tijd komt tegen die trend een tegenbeweging. Het pleidooi voor minder en beter, voor de economie van het genoeg. Dit weekend verscheen in deze krant nog het interview met econoom Robert Skidelsky naar aanleiding van zijn boek ‘Hoeveel is genoeg?’. De moraliteit in de economen komt bovendrijven, net zoals wij onze kinderen aanmoedigen wat eitjes over te laten voor de kleintjes.

Toch is streven naar economische groei niet zomaar te verwerpen. Het is niet de bron van het kwaad en heeft ons niet geleid naar de financiële afgrond waar we voor staan. Denken we maar aan onze terechte verontwaardiging over de toenemende jeugdwerkloosheid in enkele landen die zwaar getroffen zijn door de crisis, zoals Griekenland en Spanje. De verloren generatie, noemen we die jongeren. Het zijn mensen die geen kansen krijgen zich te ontplooien, die geen zicht hebben op werk en er amper in slagen te voorzien in hun levensonderhoud. Zonder uitzicht op verbetering, dreigt hier een groeiende groep van indignados te ontstaan. Mensen die zich uitgesloten voelen van de samenleving en vanuit hun verontwaardiging zich dreigen af te zetten tegen de rest. Op termijn lopen ze het gevaar een bron te worden van hernieuwd nationalisme of extremisme. Wij tegen de rest. Een streep door zowat zestig jaar van steeds meer Europese integratie.

Toenemende ongelijkheid

Onlangs publiceerde Eurostat nog cijfers die de daling van het welvaartspeil in heel wat Europese landen aantoont. Niet alleen de achteruitgang van de welvaart is alarmerend, maar ook de toenemende ongelijkheid. Het zijn immers vooral diegenen die zonder werk vallen, die erop achteruit gaan. Niet te veel groei, maar juist een gebrek daaraan ligt aan de oorzaak van dit euvel. Zonder groei, geen jobs, zonder jobs geen inkomen en zonder inkomen dreigt de armoede.

Daarbij komt nog een andere bezwarende factor die aan groei wel degelijk ook een morele factor geeft. Het is vooral in tijden dat het goed gaat, dat mensen genereus zijn. Niet voor niets werd ons systeem van sociale zekerheid opgebouwd in de jaren vijftig en zestig, toen de welvaart een enorme sprong vooruit maakte. Indien mensen het gevoel krijgen er niet meer op vooruit te gaan, zijn ze veel minder bereid tot meer solidariteit. Men hoeft maar te kijken naar hoe is gesnoeid in het budget voor ontwikkelingssamenwerking in de recentste begrotingsrondes in België en zoveel andere landen. Economische vooruitgang en solidariteit hangen nauw samen.

Maar wat wel telt, is de kwaliteit van de groei. Dat zal niemand tegenspreken. Al is dat een ander debat, over hoe we kortzichtigheid en kortetermijngewin kunnen bestrijden. Niet omdat daardoor té veel groei zou ontstaan, maar wel omdat het een soort groei is die niet kan blijven duren. Daarom roep ik economen graag op geen pleidooi tegen groei te houden, maar wel voor een duurzame groei. Zodat er paaseieren genoeg zijn voor iedereen.

 © Corelio