Onderwijs, een specialiteit van Vlaanderen

Auteur: 
Stijn Decock

Het bestaat nog, lijstjes waarin Vlaanderen hoog eindigt. Onderwijs is er zo een. Volgens de OESO behoort het Vlaams onderwijssysteem al jaren tot de beste in de wereld.

Het bestaat nog, lijstjes waarin Vlaanderen hoog eindigt. Onderwijs is er zo een. Volgens de OESO behoort het Vlaams onderwijssysteem al jaren tot de beste in de wereld. Net nu er sprake is van een geboortegolf en jonge leerlingen geen school dreigen te vinden, biedt dit kansen op lange termijn. In een geglobaliseerde wereld wordt de kwaliteit van het onderwijs een steeds belangrijkere factor om te concurreren en welvaart op lange termijn te garanderen.

Voor geen enkele overheidstaak bestaat zoveel vergelijkend cijfermateriaal als voor onderwijs. PISA (Programme for International Student Assessment), een deel van de OESO, maakt al jaren diepgaande studies over het onderwijspeil. Dat doet ze door wereldwijd dezelfde testen af te nemen bij een grote steekproef van 15-jarigen. De testen worden in alle OESO landen afgenomen, naast een groeiende groep landen zoals China of Rusland die zich bij de testen aansluiten. Momenteel peilt PISA naar 3 kennisdomeinen: wiskunde, wetenschapskennis en leesvaardigheid. PISA denkt er ook aan een gelijkaardige test voor probleemoplossend denken in te voeren en onderzoekt de mogelijkheid om een creativiteitstest op te stellen. Verder is er ook sprake van om dergelijke testen in het hoger onderwijs te organiseren. De PISA testen zeggen wel niets over het halen van de eindtermen, die door de Vlaamse gemeenschap worden opgelegd. Daarover ontstond recent beroering vanwege een alarmerend Leuvens onderzoek dat medio maart in De Standaard verscheen. Daaruit bleek dat veel 14-jarigen slecht scoren voor abstracte wiskunde.

PISA focust zich echter meer op probleemoplossende wiskunde en daar doet Vlaanderen het uitstekend. We staan zelfs op de eerste plaats: 553 punten tegenover Hong Kong, dat tweede is met 550 punten. Finland komt op de derde plaats met 544 punten. België als geheel scoort slechts 524. De Franse Gemeenschap staat slechts op de 24ste plaats met een score van 498. Op het gebied van wetenschappen scoren we  529 punten, een hoge score. Alleen Finland (574), Canada (530) en Hong Kong (558) scoren hier beter. Voor leesvaardigheid staan we op de derde plaats, na Finland en Canada.

Buurlanden

In vergelijking met onze buurlanden doen we het flink beter. Nederland (538), Frankrijk (511) en Duitsland (503) scoren beduidend lager op de wiskundetest. Onderwijsspecialisten zijn negatief over onderwijssystemen in grote landen zoals Frankrijk, Italië of Duitsland. De lat voor de eindtermen ligt er vaak te laag. Hogere studies zijn er ook over te veel jaren gespreid, waardoor afgestudeerden in het hoger onderwijs een veel hogere leeftijd hebben dan hun Vlaamse collega’s en dus veel later op de arbeidsmarkt komen.

Tot daar het goede nieuws. PISA meet veel meer dan enkel de resultaten op de testen. Het onderzoek kijkt ook naar de verschillen in de onderwijsresultaten binnen een regio en analyseert in hoeverre onderwijsresultaten gelinkt zijn aan de socio-economische achtergrond. En daar kunnen we minder trots zijn. Die cijfers leren vooral dat ons onderwijssysteem nogal elitair is: een uitstekend systeem voor wie verstandig is of uit een gegoede familie komt, een slecht systeem voor wie verstandelijk minder begaafd is of uit een kansarme familie komt. De verschillen tussen de beste leerlingen en zwakste leerlingen zijn enorm groot. Met andere woorden; we hebben uitstekende scholen voor wie verstandig is, maar ook zwakke concentratiescholen. We slagen er ook niet in om wie om de een of andere reden achterop raakt, terug op te pikken. Zeker voor migranten is ons onderwijssysteem niet goed; er is een grote achterstand ten opzichte van autochtone studenten. Dit in tegenstelling met landen als Finland of Canada, die eveneens over een uitstekend onderwijssysteem beschikken maar er veel beter in slagen de lat overal even hoog te houden en tegelijkertijd minder begaafde leerlingen omhoog te trekken.  Ook inzake levenslang leren en genot van het leren (het leren wordt als ‘leuk’ ervaren) scoren we niet zo goed. Het aantal mensen dat op latere leeftijd, vaak na de uren, een bijkomend diploma haalt, is al bij al laag.

Een interessante vaststelling uit het PISA onderzoek is dat het verband tussen de bestede middelen aan het onderwijs (bedrag per leerling) en de resultaten op de PISA testen heel laag is. Het Fins onderwijssysteem is het beste, maar zeker niet het duurste. Deze ‘eer’ is weggelegd voor het Amerikaans systeem, dat  maar matig scoort op de PISA testen (zie grafiek). Het Vlaams onderwijssysteem is naar verhouding niet zo duur. Het is dus één van de weinige overheidsdomeinen waar de belastingsbetaler in Vlaanderen waar voor zijn geld krijgt. Het opschroeven van het onderwijsniveau is dus veel meer een kwestie van beleidskeuzes dan een pure centenkwestie. Hopelijk is dat een les voor vele andere overheidsdiensten.

Link tussen PISA resultaten en concurrentievermogen?

Hoe sterk is de link tussen de PISA resultaten en de concurrentiepositie van een land? Als Vlaanderen 553 punten scoort op wiskunde, zijn de werknemers die vaak met wiskunde geconfronteerd worden (ingenieurs, financiële beroepen, wetenschappers...) dan 10% beter dan landen die slechts 500 punten halen zoals Duitsland? Een vraag die zich niet zo makkelijk laat beantwoorden, maar wellicht onderschatten economen de waarde van goede onderwijssystemen. Misschien is opleiding in een aantal beroepsgroepen belangrijker dan de loonkostenverschillen. Een werknemer die veel meer verschillende taken aankan en snel probleemoplossend kan denken (dat geldt voor een ingenieur tot een gespecialiseerde arbeider) kan vaak alleen het werk aan waarvoor je in andere landen meerdere personen nodig hebt of waar het langer duurt vooraleer er een oplossing komt. Stel maar dat je op een baggerschip ver weg van de bewoonde wereld werkt en er duikt een ernstig defect op. Indien de bemanning bekwaam genoeg is om het defect te herstellen, bespaart dat heel wat tijd en geld. Anders zou men immers een duur, gespecialiseerd team ter plaatse moeten laten komen.

Voor Vlaanderen moet onderwijs dus een topprioriteit blijven. We halen een uitstekend niveau maar moeten meer werk maken van de pijnpunten. We moeten vooral het niveau van de risicogroepen zien op te krikken, zonder aan de ontplooiingskansen van de besten te raken. Het onderwijs en zeker het hoger onderwijs moeten nog beter bij het beroepsleven aansluiten, een veelgehoorde vraag vanuit het bedrijfsleven. Het moet aldus minder ex cathedra en meer praktijkgericht. Zeker het beroepsonderwijs verdient meer aandacht en aanzien. Het Duits onderwijssysteem bijvoorbeeld, telt veel problemen maar heeft wel nog steeds een uitstekend beroepsonderwijs waardoor Duitse arbeiders tot de meest bekwame van de wereld horen.

Zeker met de recente geboortegolf en het plaatstekort in scholen staan we voor een uitdaging. Zijn die kleuters, waarvan velen van vreemde origine, de gemotiveerde gespecialiseerde arbeiders en ingenieurs van morgen? Of valt een grote groep vervroegd van de schoolbanken en belanden ze in de marginaliteit? In het eerste geval is het vergrijzingsprobleem beter oplosbaar, in het tweede zinken we verder weg. Deze kinderen komen op de arbeidsmarkt wanneer China de demografische gevolgen van het eenkindbeleid hard zal beginnen voelen en de mercantilistische politiek van een overdreven goedkope munt niet langer kan voeren. Misschien dat we er dan binnen 15-20 jaar toch niet zo slecht zullen voorstaan. Aan de onderwijsverantwoordelijken om nu de koe bij de horens te vatten.

 Verschillen

Pisa

Bron: PISA (OESO)