Nieuwe olieprijsexplosie niet voor morgen

Auteur: 
Jan Henry

De wereldcrisis heeft de oliemarkt op zijn hoofd gezet. Plots is er meer dan genoeg aanbod en te weinig vraag. De eerstkomende jaren is de kans daarom klein dat de olieprijs nog eens op zoek gaat naar de stratosferische hoogtes van een jaar geleden.

Het is opnieuw de beurt aan de olieproducerende landen om slapeloze nachten te lijden. Tot vorig jaar waren het nog de verbruikers die zich afvroegen of er in de nabije toekomst nog wel voldoende olie op de markt zou zijn om de wereldeconomie tegen betaalbare prijzen te bevoorraden. Maar nu zijn het de producenten die zich in de haren krabben of ze hun oliereserves nog tegen rendabele prijzen kwijt kunnen geraken. “Security of demand is een echte kopzorg. Er hangen meer risico’s rond de vraag naar olie dan rond het aanbod”, liet de Organisatie van Olie-exporterende landen (OPEC) begin deze maand weten. Deze cijfers voeden de ongerustheid: in 2005 werd de globale olievraag in 2025 nog op 110 à 120 miljoen vaten per dag geschat, maar nu is die prognose afgeroomd naar 100 miljoen vaten per dag.

Oliemarkt heeft opnieuw een stootkussen

Er hoeft geen tekening bij dat de zware globale recessie de hoofdschuldige is die de verhoudingen op de oliemarkt helemaal overhoop heeft gegooid. Het Internationaal Energieagentschap schat dat de vraag naar olie dit jaar met 2,9% zal dalen, om daarna maar langzaam te herstellen. Pas in 2011 zou het globale olieverbruik terug op het niveau van 2008 liggen, terwijl dit en volgend jaar een pak extra investeringen, die geïnspireerd waren door de hoge prijzen van de voorbije jaren, tot wasdom komen en voor een pak extra productiecapaciteit zullen zorgen. Die onvoorziene scheeftrekking tussen vraag en aanbod heeft grote gevolgen voor een sleutelvariabele op de oliemarkt: de reservecapaciteit om, indien nog, snel bijkomende olie op de markt te gooien. Tot vorig jaar was deze buffercapaciteit krap, want ze bedroeg amper 2% van de wereldwijde olievraag. De minste (mogelijke) rimpeling in het aanbod joeg daarom schokgolven door de oliemarkt. De continue dreiging van een heuse olieschaarste maakte de markten extreem nerveus en bleek een sterk fundament voor torenhoge olieprijzen.

De globale recessie heeft dit spanningsveld uit de wereld geholpen. De reservecapaciteit is met een klap gestegen naar een comfortabele 6 à 7 miljoen vaten per dag (of 7% à 8% van het verbruik), in de veronderstelling dat de wereldeconomie de volgende jaren eerder langzaam herstelt van de voorbije “bijna-depressie” ervaring (zie grafiek 1).

Grafiek 1: Oliemarkt heeft plots weer stevig stootkussen (effectieve reservecapaciteit OPEC in miljoen vaten per dag)

 Oliemarkt

Bron: Internationaal Energieagentschap.

Vooral de Opec-landen controleren deze buffercapaciteit, wat de functionering van het kartel niet eenvoudiger maakt. Meer onbenutte (en dure) capaciteit, betekent meer kandidaten om er de kantjes af te lopen en stiekem meer olie op te pompen. De Opec had het de voorbije maanden al moeilijk om de productie af te stemmen op de gedaalde vraag. Dat belooft dus een moeilijke klus te blijven.

Prijzen voorlopig aan de ketting

Deze vetlaag in de productiecapaciteit zou de olieprijs de eerstkomende jaren aan de ketting moeten houden. Na de spectaculaire duik van bijna 150 dollar per vat in de zomer van 2008 naar minder dan 40 dollar tijdens afgelopen winter, veerde de prijs terug op om nu te schommelen in een band van 60 à 70 dollar. Termijncontracten suggereren dat de olieprijs de komende maanden in deze band gevangen blijft, hoewel na het opbod van steeds hogere olieprijsvoorspellingen, er nu een race “om ter laagst” lijkt te ontstaan. De Amerikaanse energiespecialist Philip Verleger bijvoorbeeld ziet als gevolg van het overaanbod dit jaar nog een olieprijs van 20 dollar per vat. Zakenbank en bubbelmachine Goldman Sachs ziet echter 85 dollar per vat als mikpunt voor dit jaar.

De meningen zin dus op zijn zachtst gezegd verdeeld. Feit is dat niemand echt klaar ziet in de fundamentele en speculatieve krachten die de olieprijs beheersen. De huidige onzekerheid over de intensiteit van het economische herstel maakt het plaatje er ook niet eenvoudiger op. In het geval dat de wereldeconomie toch spectaculair zou herstellen, en ook de olievraag in de Westerse industrielanden opnieuw zou aantrekken, wat nu de eerstvolgende jaren niet verwacht wordt, kan het scenario van gematigde prijzen naar de prullenmand. Economische groei en de vraag naar olie zijn immers nog altijd een Siamese tweeling, ondanks de investeringen in groene energie.

Op iets langere termijn kan de slinger terug de andere kant op gaan, waarbij de wanhoop terug overslaat van de producenten naar de consumenten. De kiemen voor deze omslag zijn wellicht al gezaaid. De voorbije kwartalen daalde de investeringen in nieuwe productiecapaciteit fors, als reactie op de dalende olieprijs, maar ook en vooral omdat de kredietcrisis de financiering van nieuwe projecten bemoeilijkte. Dat zal zich vanaf 2012 vertalen in een ondermaatse toename van het globale olieaanbod (zie grafiek 2).

Grafiek 2: Kredietcrisis bijt over enkele jaren in aanbod (groeicapaciteit wereldaanbod olie in miljoen vaten per dag)

Kredietcrisis

Bron: Internationaal Energieagentschap

Of deze kiemen van aanbodkrapte zich op termijn zullen vertalen in een nieuwe prijsexplosie, zal in grote mate afhangen van de kracht van het globale herstel en van de inspanningen van de wereld om minder olieafhankelijk te worden. De enige zekerheid in dit verhaal is dat de oliemarkt de volgende jaren een vat vol verrassingen zal blijven.