Naar een nieuwe financiële infrastructruur

De financiële crisis is een feit en het indijken van de gevolgen vormt een absolute prioriteit. Daarnaast is het evenwel van essentieel belang om de oorzaken van de bankencrisis onder de loupe te leggen om zo een herhaling in de toekomst te voorkomen. Het Hoog Comité voor een nieuwe Financiële Architectuur, beter bekend als de ‘Commissie Lamfalussy,’ onderzoekt op vraag van de Belgische regering hoe dit kan gebeuren. De commissie, met een hele resem klinkende namen, stelt een aantal maatregelen voor die het financiële systeem moeten versterken. Wij vatten de voornaamste aanbevelingen van het 37 pagina’s tellende interim-rapport samen.

1. Effectisering van financiële producten

De voorbije jaren zijn erg ingewikkelde financiële producten massaal verkocht op de internationale markt, zonder dat de meeste participanten weet hadden van het hoge risico-profiel. Dit ligt aan de oorzaak van de toxische activa op de bankbalansen. De commissie stelt voor om geëffectiseerde producten in de toekomst sterk te simplifiëren en homogeniseren. Dit laat toe om betere informatie te verschaffen omtrent de verwachte opbrengst en risico. Bovendien werden de uitgevers van geëffectiseerde producten vaak beloond op het verkochte volume en werden ze nauwelijks blootgesteld aan de eventuele risico’s, waardoor men weinig belang hechtte aan screening, monitoring en management. De band tussen de uitgevers van gesecuriseerde producten en het product in kwestie moet om deze reden versterkt worden.

2. Credit default swaps

CDS dienen als een soort van verzekering. Het garandeert bijvoorbeeld een uitbetaling in geval van faillissement van een schuldenaar. Dit is nuttig om zich in te dekken tegen risico’s, maar zijn de laatste jaren voornamelijk gebruikt als speculatief instrument. Partijen die niets te maken hebben met een onderneming kunnen speculeren op een nakend faillissement. Hierbij gaat men soms verplichtingen aan die het vermogen te boven kunnen gaan. In zekere zin kan ‘gegokt’ worden met kapitaal dat men niet beschikt, waardoor een verkeerde ‘gok’ dramatische gevolgen kan hebben.

Een andere kritiek is dat de CDS-markt faillissementen kan uitlokken. Hoe hoger de kans op een faillissement wordt ingeschat, hoe groter de kost wordt voor het aangaan van een CDS (de zogenaamde ‘spread’). In deze tijden van crisis is het niet uitgesloten dat een toename in de spread een herfinanciering onmogelijk maakt, waardoor de onderneming inderdaad failliet gaat. Op deze manier ontstaat een ‘self fulfilling prophesy’. Marktspeculanten kunnen geld verdienen door faillissementen uit te lokken zo wordt gevreesd.

De CDS-markt moet om beide redenen beter gereguleerd worden en onder toezicht komen van een centraal orgaan op Europees niveau. Dit orgaan moet de transparantie verhogen en er op toezien dat CDS niet aangekocht en verkocht worden met speculatieve doeleinden.

3. Kredietagentschappen

Kredietagentschappen beoordelen de kredietwaardigheid van financiële producten. Geëffectiseerde hypotheekleningen kregen een onrealistisch gunstig risicoprofiel aangemeten waardoor de verspreiding van rommelactiva werd aangemoedigd. Punten van kritiek zijn:
- De gebrekkige transparantie van deze agentschappen en de soms arbitraire manier waarop ratings bekomen worden. Hiermee gerelateerd vinden de auteurs het onzinnig om het risico van complexe financiële producten samen te vatten in één cijfer.
- De beperkte concurrentie op deze markt. Slechts enkele spelers zijn actief op deze markt waardoor deze disproportionele macht bezitten. Alternatieve risicomodellen en agentschappen zouden aangemoedigd moeten worden.
- Doordat kredietagentschappen (fors) betaald worden door de uitgevers van schuldpapier ontstaan er belangenconflicten.

4. Risicomanagement

Bij het bepalen van risico werd in toenemende mate rekening gehouden met statistische, wiskundige modellen (waarbij Value at Risk, VaR, het meest bekend is). Zonder hun merites te onderschatten, houden deze modellen voornamelijk rekening met het recente verleden (waar een systematische internationale, bankencrisis als de huidige niet voorkwam) en houden ze onvoldoende rekening met onwaarschijnlijke, maar catastrofale verliezen. Bovendien hanteren de meeste financiële instellingen gelijkaardige risicomodellen, waardoor opwaartse en neerwaartse spiralen versterkt worden en een vals gevoel van veiligheid gecreëerd wordt.

Om deze pijnpunten te verhelpen, stelt de commissie voor om ook andere risicomodellen dan VaR te beschouwen. Zo verdient het liquiditeitsrisico en de ‘leverage ratio’ meer aandacht. Een ander pijnpunt is de relatief zwakke positie van risicobeheerders binnen banken. Zij ontbreken momenteel vaak de autoriteit om lucratieve, maar risicovolle transacties te blokkeren.

5. Verloning van bankpersoneel

Kortetermijnresultaten wegen al te vaak zwaar door in de verloningspolitiek van financiële instellingen, wat het kortetermijndenken stimuleert en aanzet tot het nemen van onverantwoorde risico’s. Dit wordt nog versterkt door de geringe persoonlijke financiële gevolgen indien een beslissing verkeerd uitdraait. Personeel wordt ook vaak betaald in functie van de geleverde omzet of verkoopsresultaten, ongeacht of dit nu in het belang is van de klant. De verloningspolitiek moet aangepast worden om de nadruk op de kortetermijngroei te beperken, aldus de commissie.

6. Procycliciteit van kapitaalvereisten en boekhoudkundige standaarden

Banken moeten kapitaalvereisten nastreven. In de huidige bankencrisis, wordt het kapitaal aangetast door afboekingen en zijn zij verplicht om nieuw kapitaal te zoeken of de kredietverlening te beperken. Dit laatste versterkt de economische malaise. Omgekeerd stijgt de waarde die men kleeft op bankactiva met de economische groei, waardoor kredietverlening gestimuleerd wordt in hoogconjunctuur en zeepbellen ontstaan. Het nastreven van financiële ratio’s en leverage ratio’s biedt mogelijk een tegengewicht voor deze procycliciteit, net als de verplichting om provisies opzij te zetten indien bankactiva stijgen in waarde.

Zoals uitgelegd in vorig analysestuk versterken de huidige boekhoudkundige normen eveneens de economische conjunctuur. Bij een gebrek aan een valabel alternatief, moet het systeem van fair market accounting in stand blijven, hoewel de implementatie aangepast dient te worden om de procycliciteit te beperken.