Myrrha: van het kind en het badwater

Hoewel de sluiting van onze drie oudste kerncentrales recent werd uitgesteld, blijft de overheid bij haar beslissing om tegen 2025 een volledige kernuitstap door te voeren. Betekent dit dat we nu maar meteen alle onderzoeksactiviteiten op nucleair gebied moeten stopzetten?

Ondanks de wet op de kernuitstap besliste de overheid recent om de levensduur van de drie oudste kerncentrales in ons land met 10 jaar te verlengen. We beschikken namelijk niet over de nodige alternatieven om het verlies aan elektriciteitsproductie te compenseren, zonder de energieprijzen en onze CO2-uitstoot de hoogte in te jagen. Het uitstellen van de sluiting kan bovendien een significante bijdrage leveren aan de begroting, hoewel het zeer de vraag is of dit ook effectief zo zal zijn. De levensduur van de 4 overige centrales wordt voorlopig niet verlengd. Een definitieve beslissing daaromtrent zal afhangen van de mate waarin we in staat zijn om tegen 2025 met behulp van andere energiebronnen in onze elektriciteit te voorzien. Hoe dan ook, kernenergie zal dus nog zeker 15 jaar een belangrijke rol blijven spelen in onze energievoorziening.

Ook in andere Europese landen leeft kernenergie opnieuw op. Denk maar aan Finland, Nederland, Frankrijk en Italië, waar de levensduur van bestaande centrales wordt verlengd en/of de bouw van nieuwe kerncentrales op het programma staat. Nog veel belangrijker is de evolutie in een aantal opkomende economische grootmachten zoals China en India, die volop inzetten op kernenergie. Deze landen worden geconfronteerd met een explosieve groei in de vraag naar energie, die in schril contrast staat met het wereldwijde streven om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Het ligt voor de hand dat deze landen naar bestaande, betaalbare vormen van elektriciteitsopwekking zullen grijpen om in hun stijgende behoefte te voorzien. Het feit dat een kerncentrale an sich geen CO2 uitstoot, maakt van kernenergie een interessante optie om twee vliegen in één klap te slaan.

Ondertussen staan er volgens het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) maar liefst 53 nieuwe centrales in de steigers, terwijl er maar 5 met zekerheid zullen worden gesloten op langere termijn.  Kernenergie heeft dus nog lang niet afgedaan, ondanks de problemen die er aan verbonden zijn. Zo zijn er het kernafval en de beperkte rentabiliteit van het huidige type kerncentrale (slechts 1% van de energie in de brandstof wordt vandaag effectief gebruikt), om er maar twee te noemen. Wereldwijd doen wetenschappers onderzoek naar manieren om deze problemen weg te werken of op zijn minst in te perken. Ons land, en meerbepaald het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK-CEN) te Mol, beschikt over de expertise om hier een voortrekkersrol te spelen. In de loop van de voorbije halve eeuw groeide het SCK-CEN snel uit tot een gerenommeerd onderzoekscentrum met internationale erkenning. De voornaamste onderzoeksterreinen van het studiecentrum zijn: nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, medische en industriële toepassingen van de stralingen, afvalbeheer en ontmanteling van afgeschreven installaties. Het is betrokken bij verschillende internationale projecten en werkt samen met onder meer het IAEA, het Nuclear Energy Agency (NEA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Europese Commissie (EC).

Het SCK-CEN is ook de bakermat van Myrrha, een internationaal onderzoeksproject rond methodes en materialen om kerncentrales zuiniger, veiliger en moderner te maken. De eerste fase van dit project werd in 2009 afgerond. Het SCK-CEN is dus klaar om de volgende fase, de zgn. ‘detailed design’ fase, op te starten. Om dit te doen moet men echter zeker weten dat de subkritische reactor waarin het onderzoek zal worden gedaan, ook effectief in ons land wordt gebouwd. Net daar wringt het schoentje. Besparingen in het kader van de economische crisis dreigen namelijk stokken in de wielen te steken. De reeds ingeschreven investeringen in het Myrrha-project werden bij de opmaak van de begroting teruggetrokken, waardoor het plots helemaal niet meer zo zeker is dat het SCK-CEN de onderzoeksreactor zal mogen bouwen. Zo lopen we het risico dat de internationale promotie van Vlaanderen als innovatieve regio (alweer) wordt gefnuikt, terwijl de nood aan innovatie net zo sterk werd beklemtoond in het kader van de huidige crisis. Daarnaast zal heel wat belangrijke expertise inzake kernenergie ook naar het buitenland verhuizen wanneer de Myrrha-reactor elders zou gebouwd worden.  

Waar draait het Myrrha-project precies rond? Myrrha is een onderzoeksreactor die het mogelijk maakt om materialen te testen die potentieel gebruikt kunnen worden voor de bouw van betere, veiligere reactoren. Daarnaast is Myrrha zeer belangrijk voor het onderzoek naar de rentabiliteit van kerncentrales en bijgevolg ook de inperking van de hoeveelheid hoogradioactief afval die ze voortbrengen. De huidige kerncentrales benutten amper 1% van de energie die aanwezig is in de brandstof. De rest van deze brandstof moet op termijn worden opgeslagen als hoogradioactief afval. Myrrha daarentegen is een zogenaamde ‘snelle neutronenreactor’, die het mogelijk maakt om 50 tot 80% van de energie in de nucleaire brandstof te benutten. Hierdoor vermindert de levensduur van het afval, evenals de warmte die het afgeeft. De radiotoxiciteit van het afval neemt dus sterk af, waardoor het in plaats van honderdduizenden jaren ‘slechts’ 500 à 1000 jaar gevaarlijk blijft. Het afvalprobleem wordt dus op deze manier een stuk beter beheersbaar, en bovendien hebben we minder brandstof nodig om meer energie te produceren.

Ook op andere gebieden is Myrrha belangrijk. Wereldwijd staan vandaag slechts 5 onderzoeksreactoren, waaronder de huidige onderzoeksreactor van het SCK-CEN (BR2), in voor 80% van de medische isotopen die worden gebruikt voor de behandeling en het diagnosticeren van kankers, intravasculaire ziektes en infectieziektes. De vraag naar dergelijke isotopen zal in de toekomst enkel toenemen. Aangezien ze uitsluitend kunnen worden geproduceerd in onderzoeksreactoren, is de bouw van Myrrha ook in deze optiek zeer wenselijk. Daarnaast kan Myrrha ook van significant belang zijn voor de sector van de hernieuwbare energie, door de industriële beschikbaarheid van bestraald silicium te garanderen. Dit is namelijk een sleutelelement van de elektronica die men gebruikt bij toepassingen van hernieuwbare energie (zon, wind, hybride energietechnologieën).

Om het project te kunnen realiseren, is echter een significante bijdrage van de Belgische overheid noodzakelijk. De basisversie van Myrrha werd weliswaar uitgewerkt door het SCK-CEN, maar de optimalisatie van het project gebeurde met steun van de Europese Commissie en in samenwerking met een 50-tal partners uit verschillende landen. De optimalisatiefase van het project werd afgerond in 2009. Om de volgende fase te starten moet men zeker weten dat het SCK-CEN de reactor ook effectief zal mogen bouwen en dat het daartoe de nodige fondsen van de overheid zal krijgen. Het is immers de regel dat het gastland instaat voor 40 à 50% van de investering. Zonder de toekenning van deze fondsen kan het SCK-CEN onmogelijk in het buitenland gaan aankloppen voor bijkomende financiering. Landen als Frankrijk, Italië, Duitsland en Zuid-Korea zijn ook geïnteresseerd om op te treden als gastland. Als de Belgische staat niet bijdraagt in de financiering van zo’n project, zal de reactor waarschijnlijk in één van deze landen worden gebouwd. 

Het bedrag waarvan sprake - meer dan 380 miljoen euro, gespreid over 12 jaar – is niet gering. Bij het SCK-CEN wijst men er echter op dat de instelling de laatste15 jaar in tegenstelling tot wat velen denken geen bodemloos vat is geweest voor wat overheidssubsidies betreft. Zo genereert het nu 55% van zijn fondsen zelf, voornamelijk via contractuele werking waarvan een groot deel in het buitenland wordt uitgevoerd. Het SCK-CEN is dus in belangrijke mate zelfbedruipend en bovendien gaat ongeveer de helft van het jaarlijkse budget van ca. 100 miljoen euro naar personeelskosten. Er is dus een grote return naar de overheid toe. Waar de overheid de fondsen voor Myrrha haalt, ligt niet in handen van het SCK-CEN. Een deel ervan zou eventueel uit de zogenaamde ‘nucleaire rente’ kunnen komen, maar die beslissing ligt in handen van de staat.

De onderhandelingen rond deze financiële bijdrage zijn op dit moment volop aan de gang, dus alle hoop is zeker nog niet verloren. De overheid is namelijk nog niet volledig teruggekomen op haar beslissing om te investeren in Myrrha, maar wil de toekenning van die fondsen eerst grondig revalueren. Daartoe wordt het Myrrha-dossier op dit moment behandeld in een interkabinettenwerkgroep (IKW) opgericht door minister Magnette. Het SCK-CEN en het ‘Myrrha International Review Team’ (MIRT²) van het NEA zijn bij dit overleg aanwezig om het positieve rapport van MIRT² rond de bouw van de reactor in Mol toe te lichten en te verdedigen. Hopelijk volgt er op basis van dit overleg snel een beslissing. Als Myrrha tegen 18 januari niet wordt goedgekeurd, dreigt het immers 400 miljoen euro Europese steun mis te lopen.

Het belang van een project als Myrrha voor ons land mag geenszins onderschat worden.

De bouw van Myrrha zou eerst en vooral een significante impact hebben op de tewerkstelling in de regio Kempen. Volgens een studie van het Streekplatform Kempen (SPK), zouden het project en zijn spin-offs 2000 permanente jobs opleveren in de omgeving. Dat is zeker niet niets. Wanneer de reactor in België wordt gebouwd, creëert dit bovendien interessante opportuniteiten voor Belgische firma’s. Dan is er nog de aantrek van een groot aantal buitenlandse wetenschappers die hun onderzoek of een deel daarvan bij ons zullen komen verrichten en dus ook de nodige economische activiteit zullen genereren. Met de bouw van Myrrha creëren we hier in Vlaanderen een internationale kennispool. Myrrha mag dan wel gedragen worden door een internationaal consortium, de kennis wordt wel hier vergaard en zal dus ook hier blijven. Heel wat innovaties die het Myrrha-onderzoek zal voortbrengen, zullen bovendien ook kunnen worden gebruikt in een niet-nucleaire context.

De toekomst van kernenergie in België is eerst en vooral een politieke beslissing. Gelet op de huidige gang van zaken, lijkt het echter moeilijk om tegen 2025 55% van onze elektriciteitsvoorziening te halen uit hernieuwbare energie en zo de kerncentrales te vervangen. Maar zelfs als dit zou lukken, is er in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor het SCK-CEN. Als het era van de kerncentrale afloopt in België, begint immers het era van de ontmanteling van de centrales, dat zeker 10 à 20 jaar zal duren en de fase van de afvalopvolging telt nog maar minstens 50 jaar.  Myrrha en bij uitbreiding het SCK-CEN zal er voor zorgen dat er in ons land een behoud is van de noodzakelijke kennis om die activiteit naar behoren uit te voeren of op te volgen. In principe is dit de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de centrales, maar het lijkt toch wenselijk om de capaciteit daartoe in eigen land te behouden voor enerzijds controle en anderzijds om ook effectief te kunnen ingrijpen en ons steentje te kunnen bijdragen. Bovendien is kernenergie geen zuiver Belgisch gegeven. In tal van andere landen zullen nieuwe centrales worden bijgebouwd of oude ontmanteld, en ook hier kan het SCK-CEN via Myrrha een significante rol blijven spelen als kenniscentrum.  Laat ons dus niet het kind met het badwater weggooien: de (voorlopige) beslissing tot een kernuitstap mag geen belemmering vormen voor de verdere ontplooiing van het SCK-CEN en bij uitbreiding Vlaanderen als kennis- en innovatiepool.