Morele meerwaarde

“Als macro-econoom hield ik me al jaren bezig met de studie van de conjunctuurcyclus en van de determinanten van economische groei op langere termijn. Ik begon me steeds meer te realiseren dat wij als economen misschien toch wel iets meer zouden moeten kunnen zeggen over de redenen waarom economische groei echt belangrijk is. In de armere landen van de wereld ligt één en ander voor de hand. Slechts via economische groei kan een menswaardige materiële welstand opgebouwd worden. Kunnen we voor wat betreft de rijke landen echter zomaar hetzelfde antwoord geven? Of moeten we daar stilaan toch andere accenten beginnen te leggen?” aldus Benjamin Friedman, hoogleraar economie aan de befaamde Harvard University in Boston, in een recent gesprek met VKW Metena.


Op de vragen opgeworpen aan het einde van het bovengaande citaat tracht Benjamin Friedman een antwoord te vinden in zijn zonet verschenen boek The Moral Consequences of Economic Growth (*). En laten we maar meteen duidelijkheid scheppen. Friedman leverde met dit boek naar onze bescheiden mening een boekwerk af om U tegen te zeggen. We zijn bij de eersten om toe te geven dat er de jongste jaren nogal wat “overbodige” economische literatuur in de rekken komt te liggen maar Ben Friedman’s werkstuk staat daar mijlenver boven. Alhoewel het woord normaal slechts na verloop van jaren echt aan de orde kan komen, durven we nu reeds van een “klassieker” gewagen.

De helft van Friedman’s boek bestaat uit een uitgebreide studie van, grofweg, de voorbije twee eeuwen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland. De nadruk bij dat onderzoek ligt op het traceren van de impact van economische groei (of het ontbreken daarvan) op wat we zouden kunnen omschrijven als deugdelijke ontwikkelingen binnen de maatschappij. Met dit laatste doelt Benjamin Friedman op “openheid, opportuniteit, tolerantie, economische en sociale mobiliteit, rechtvaardigheid en democratie”. Bevordert economische groei deze waarden? Resulteert economisch economische groei niet enkel in een toename van de materiële levensstandaard (incl., o.m., meer vrije tijd, breder uitgespreid onderwijs, en meer en betere gezondheidszorg), maar ook in positieve morele gevolgen? Overstijgt, met andere woorden, maatschappelijk gezien, het belang van het fenomeen van de economische groei het strikt economische?

Het antwoord op deze vragen, zo concludeert Benjamin Friedman op basis van zijn vier landenstudies, is vrij ondubbelzinnig “ja”. Economische stagnatie of achteruitgang leidt niet enkel tot ongunstige gevolgen inzake levenstandaard en tewerkstelling maar brengt na verloop van tijd ook een aantal van de morele waarden welke een moderne, democratische samenleving zouden moeten kenmerken, onder druk. Het meest sprekende voorbeeld terzake blijft hoe de diepe economische crisis van het interbellum tot de opkomst van Hitler leidde met alle nefaste bekende gevolgen van dien.

De maatschappelijke gevolgen van langdurige periodes gekenmerkt door geen of nauwelijks economische groei nemen, gelukkig maar, niet altijd zulke scherpe vormen aan maar zelfs een rijke samenleving zal haar democratisch gehalte zien uithollen als gevolg van economische stagnatie. Friedman illustreert dit met talloze historische voorbeelden. Zo wijst er bijvoorbeeld op dat het extreemrechtse Front National in Frankrijk eerder sterk scoort in regio’s met zeer hoge werkloosheid dan wel in regio’s met veel vreemdelingen (soms gaan beide fenomenen samen, echter niet altijd).
Friedman’s boek is dan ook een uitnodiging om zijn analyseschema eens te toetsen aan de Belgische realiteit. Is het immers toeval dat in de Belgische samenleving, die het binnen de internationaal inzake economische groei sterk achterblijvende eurozone zeker niet beter doet dan dat eurogemiddelde (cfr. onze eigen monografie Brave New World verschenen in oktober van vorig jaar), de jongste jaren de democratische tendensen en de morele waarden naar voren geschoven door Benjamin Friedman niet echt aan de winnende hand zijn?

In het voorlaatste deel van zijn boek gaat de Harvard-professor ook dieper in op de argumentatie van diegenen die steeds opnieuw beweren dat economische groei niet enkel het milieu ten gronde richt maar tevens geen adequaat antwoord biedt voor de miljarden mensen die vandaag nog in min of meerder mate in armoede leven. Friedman’s traktaat vormt een uitgelezen plaats voor het onderzoek van die argumentatie daar ze vaak een sterke dosis aan morele inslag bevat. Rustig en factueel wijst Benjamin Friedman op de vele lacunes in het discours van de rabiate groeitegenstanders.
Het laatste deel van zijn boek reserveert Friedman voor een analyse van het huidige economische beleid in de VS en dit uiteraard tegen de achtergrond van zijn bevindingen inzake de morele consequenties van economische groei. Ondanks de stevige groei van de economie veroordeelt Benjamin Friedman het beleid van George W. Bush streng. “Hetgeen zich de voorbije jaren in de VS afspeelde, komt helemaal niet overeen met mijn definitie van economische groei. Het mediaaninkomen ging in de VS nu reeds vier jaar achteruit. Dit betekent dus dat deze economische expansie aan brede lagen van de bevolking niet het gevoel geeft dat men er op vooruit gaat, integendeel”, zo besluit Benjamin Friedman.