Mogelijke gunstmaatregelen van de fiscus

Auteur: 
Dirk Callens

In het kader van het economisch herstelplan, genaamd “Relanceplan: herstel het vertrouwen”, heeft de federale regering een aantal fiscale maatregelen genomen teneinde financiële ademruimte te creëren voor bedrijven en ondernemers. Zo hadden we het een aantal topics terug over de mogelijkheid voor bedrijven om de betaling van hun bedrijfsvoorheffing uit te stellen. Sinds de Economische Herstelwet van 27 maart 2009 is deze mogelijkheid ook wettelijk geregeld.

Naast deze wettelijke regeling voorziet de Federale Overheidsdienst Financiën sinds kort ook in een aantal gunstmaatregelen op het gebied van de btw en de bedrijfsvoorheffing (BV). Deze gunstmaatregelen hebben vooral betrekking op betalingsfaciliteiten. Deze gunstmaatregelen zullen echter tijdelijk zijn en kunnen (in tegenstelling tot de bovenstaande wettelijke regeling inzake uitstel van bedrijfsvoorheffing die automatisch werkt) worden verleend door de Ontvangers en de Gewestelijke Directeurs.

Door de Ontvangers kunnen ze worden verleend inzake uitstel van betaling en door de Gewestelijke Directeurs inzake nalatigheidsintresten BV en btw en administratieve geldboete wat de btw betreft. De regering heeft deze gunstmaatregelen als volgt verwoord: “Bedrijven in financiële moeilijkheden zullen ook voor de btw en de bedrijfsvoorheffing (…) uitstel van betaling kunnen bekomen zonder dat daarbij boetes worden toegepast. De nalatigheidsintresten zullen in dit geval sterk worden gereduceerd.”

Wanneer is men een “bedrijf in financiële moeilijkheden”?

Ten eerste is een bedrijf elke onderneming/ondernemer die is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen en die, vanuit zijn zelfstandige activiteit, personeel tewerkstelt (en aldus BV-plichtige is) en/of btw verschuldigd is.

Deze maatregelen zijn bedoeld om ondernemingen toe te laten de huidige moeilijke periode te overbruggen. Ze zijn dus toegespitst op ondernemingen die door de gevolgen van de huidige economische of financiële crisis tijdelijk in moeilijkheden zijn gekomen en die bij het hernemen van het vertrouwen van de consument tegen een duurzaam herstel kunnen aankijken.

Het is aan de verzoekende belastingplichtige om dit aan te tonen. Ondernemingen die reeds vóór de huidige crisis structurele problemen kenden, zullen niet toegelaten worden tot deze gunstmaatregelen.

Over welke periode lopen deze maatregelen?

Deze maatregelen gelden voor de btw verschuldigd tijdens en over de eerste drie kwartalen van 2009 en voor de BV met betrekking tot de maanden januari, februari en september 2009 (voor de maandaangevers) of met betrekking tot het derde kwartaal van 2009 (voor de kwartaalaangevers).

Voor de btw wil dit concreet zeggen de btw verschuldigd betreffende de tijdens de maanden januari tot en met september 2009 (voor de maandaangevers) of tijdens het eerste, tweede en derde trimester van 2009 (voor de kwartaalaangevers) verrichte handelingen, met inbegrip van de vervaldagen inzake btw die zich tijdens de maand januari 2009 situeren (btw over de maand december 2008 of over het vierde kwartaal 2008). De diverse “decembervoorschotten” (betaalbaar tegen 24.12.2008) zijn dus niet beoogd.

Voor de BV zijn de vervaldagen die zich tijdens de maand januari 2009 situeren (BV over de maand december 2008 of over het vierde kwartaal 2008) beoogd maar niet de decembervoorschotten, betaalbaar tegen 24.12.2008.

De btw en de BV over de maand september 2009 of het derde trimester 2009, die slechts moeten betaald worden in de loop van de maand oktober 2009, zijn eveneens bedoeld.

De eerste maatregel: uitstel van betaling

Indien men de bevoegde Ontvanger een verzoekschrift stuurt tot uitstel van betaling zal deze, in functie van de financiële mogelijkheden van de belastingschuldige, individueel oordelen tot wanneer uitstel van betaling kan worden verleend. De Ontvanger zal hierbij streven naar zo kort mogelijke betaaltermijnen en een effectieve volledige betaling tijdens 2009.

Deze mogelijkheid is aldus afhankelijk van een gemotiveerd verzoek waarin de aanvrager zal moeten aantonen in de omstandigheden te verkeren zoals hierboven beschreven. Dit uitstel zal dan ook nooit ambtshalve worden verleend. Het verzoek kan voorafgaandelijk aan de aangifte of de vervaldag worden gevraagd.

Houdt er rekening mee dat de periodieke aangiften tijdig ingediend dienen te worden. De Administratie stelt dit als uitdrukkelijke voorwaarde om in aanmerking te komen voor de gunstmaatregel.

Het uitstel kan voor beide belastingsoorten samen of voor één ervan. Denk tevens aan het “wettelijke” uitstel inzake BV zoals we reeds in een ander topic beschreven.

Deze eerste maatregel gaat onafscheidelijk gepaard met de tweede maatregel, namelijk met een gedeeltelijke vrijstelling van nalatigheidsinteresten.

De tweede maatregel: vermindering van de nalatigheidsinteresten

Een vermindering van de nalatigheidsinteresten wordt automatisch verleend van zodra een uitstel is toegestaan en voor de volledige duur van dit uitstel, maar dan wel onder de voorwaarde dat de uitgestelde betalingstermijn stipt wordt nageleefd.

Houdt men zich niet aan de vooropgestelde betaaldatum dan geldt de vermindering van de interestlast niet en wordt over de volledige periode (dus vanaf de wettelijk bepaalde vervaldag tot de daadwerkelijke betaling) de interest aan de wettelijk geldende rentevoet aangerekend.

De effectief voor de periode van het uitstel voorafgenomen nalatigheidsinterest wordt beperkt tot 3% op jaarbasis (in plaats van 7% voor de BV en 9,6% voor de btw).

De derde maatregel: niet-toepassing van administratieve geldboete wegens niet-betaling (btw)

De eerste twee maatregelen hebben tot gevolg dat er geen administratieve geldboete inzake btw wegens niet-tijdige betaling van de belasting of van de voorschotten waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de indiening van de periodieke btw-aangiftes wordt toegepast.

Nogmaals, het is essentieel dat alle modaliteiten van de gunstmaatregel strikt worden nageleefd want anders zal de voorziene boete (10% van de verschuldigde belasting) onmiddellijk worden toegepast.

Het betreft hier trouwens enkel de boetes die zouden opgelegd worden ingeval niet-betaling van de btw. De boetes wegens niet of laattijdige indiening van de btw-aangifte(s) of ingevolge bijvoorbeeld het niet-neerleggen van een klantenlisting zijn niet beoogd.

De Administratie wenst bij deze maatregelen te benadrukken dat, in bepaalde gevallen, voornamelijk rekening houdende met de omvang van de belastingschuld en/of de duurtijd van het uitstel, het toestaan ervan afhankelijk kan zijn van het stellen van waarborgen door de aanvrager.