Loonspanning in België te laag en vooral verkeerd

VKW-Metena maakt kanttekeningen bij 'Belgisch egalitarisme'

IVAN BROECKMEYER

De heisa over de topsalarissen van managers dreigt de discussie over een veel fundamenteler probleem van ons loonvormingsproces te verdrukken. België kent namelijk een heel beperkte loonspanning. En als er al loonverschillen zijn, dan zijn die doorgaans gebaseerd op criteria zoals leeftijd en anciënniteit, die geen verband houden met de individuele prestaties van de werknemer. Dat werkt demotiverend en drukt de productiviteit.

Dat schrijven Kris Boschmans, Geert Janssens en Wies Pairoux in een beleidsnota van de denktank VKW Metena. Ze wijzen erop dat de inkomens- en loonongelijkheid in België beperkt blijft. De 20 procent met de hoogste lonen verdiende in 2001 slechts 2,9 keer het loon van de laagste 20 procent. Het gemiddelde voor de eurozone bedraagt 4,4. Ook in ondernemingen blijft de spanning beperkt, blijkt uit gegevens van de hr-dienstverlener Acerta. In een kmo met minder dan 100 werknemers verdient de CEO 5 keer het brutoloon van een magazijnier, in een bedrijf met 1.000 werknemers is dat 6,74. Naar Angelsaksische normen zijn dat belachelijk lage cijfers. Het systeem van collectief overleg en de sectorale minimumlonen zorgen daarvoor.

Prikkels

Een beperkte loonspanning is niet per se problematisch. Ze wordt dat wel als de loonverschillen er grotendeels zijn om de verkeerde redenen, argumenteren de Metena-medewerkers. Het rigide systeem van loonbarema's zorgt ervoor dat een derde tot de helft van de loonvariatie terug te voeren valt op een leeftijdseffect. Het Europese verbod op leeftijdsgebonden barema's verandert daar weinig aan, omdat de anciënniteits- en ervaringsgebonden barema's die er vaak voor in de plaats komen, van dezelfde filosofie vertrekken.

Al te egalitaire loonstructuren of verschillen die niets met de individuele inzet of capaciteiten te maken hebben, werken demotiverend. Aan de andere kant creëren loonverschillen tussen niveaus prikkels om door te stoten naar betere posities. Belgische ondernemingen met een sterkere loonspanning hebben ook een significant hogere productiviteit.

Bedrijven hebben er dan ook alle belang bij hun loonstructuur door te lichten en aan te passen, besluit de nota. Op korte termijn kan dat geld kosten. Maar de kans is groot dat die oefening uiteindelijk voor het bedrijf én de werknemers positieve gevolgen heeft.

© 2009 Mediafin