Loonindexering op de schop, leve de kernindex

Een indexeringsmechanisme op basis van een kernindex (exclusief internationale prijsschommelingen) zou snel 160.000 nieuwe jobs creëren en de koopkracht vrijwaren.

Klassieke loonindex

De Belgische loonkostenhandicap is een oud zeer en gaat reeds terug tot de jaren tachtig. Aan de basis ervan ligt vooral het mechanisme van de automatische loonindexering die in het verleden niet enkel heeft geleid tot snellere loonaanpassingen maar vooral tot een nefaste spiraal van loon-prijsstijgingen (zie ook onze flash Waarom de index nefast is voor onze concurrentiekracht).

Ook nadat in 1996 de wet op de vrijwaring van de concurrentiekracht werd ingevoerd, bleven onze loonkosten sneller stijgen dan bij onze drie referentieburen (Duitsland, Frankrijk en Nederland). Ook een correctie voor verschillen in de productiviteitsevolutie (Cf loonkosten per eenheid product) kan de opbouw van deze handicap niet weg maskeren. Zoals figuur 1 duidelijk weergeeft (rode lijn) voltrok de ontsporing zich vooral vanaf 2005, niet toevallig het tijdstip waarop in Duitsland de hervormingsagenda 2010 van start ging. Eind 2010 waren onze loonkosten per eenheid product bijgevolg 6% sneller gestegen dan bij onze buren. De OESO verwacht dat dit verschil tijdens de lopende interprofessionele periode 2011-2012 nog verder zal toenemen tot 8,6 procent.

Figuur: Klassieke loonindex versus kernindex. Evolutie loonkostenhandicap ten opzichte van drie buurlanden, 1996=100

 

loonindex

Bron: VKW Metena o.b.v. data OESO en NBB

De kernindex

De loonkostenontsporing had kunnen worden vermeden zonder sociaal bloedbad. Figuur 1 (blauwe lijn) geeft aan hoe onze loonkosten per eenheid product zouden zijn geëvolueerd indien de lonen vanaf 2005 de kerninflatie hadden gevolgd. De kerninflatie is de gewone inflatie gezuiverd van volatiele energie- en voedselprijzen die vooral op internationale markten tot stand komen. Kerninflatie is daarom een goede graadmeter voor de evolutie van het binnenlands prijspeil. Door de loonkosten te laten evolueren met een index gebaseerd op kerninflatie, zeg maar een kernindex, zou de nefaste loon-prijsspiraal aan banden kunnen worden gelegd. In de simulatie-oefening in figuur 1 zouden de loonkosten per eenheid product volledig in lijn met het gemiddelde van onze drie voornaamste handelspartners zijn geëvolueerd.

Koopkracht o.b.v. de klassieke index…

Het klassieke argument tegen gemorrel aan de index is dat het de koopkracht van de werknemers schade berokkent. Maar is dat wel zo? In de periode 2005-2010 steeg de loonmassa van loontrekkenden in de private sector met 22,8 miljard euro. Op basis van Oeso-data kunnen we narekenen dat loonkostenstijgingen gebaseerd op de klassieke index daarvan 15,7 miljard euro voor hun rekening namen. Het residu van 7,1 miljard werd per definitie gegenereerd door de creatie van 157.000 nieuwe jobs.

… vernietigt jobs

Dat neemt niet weg dat de automatische loonindex via de opbouw van een fikse loonkostenhandicap ook heel wat jobs heeft vernietigd. Ook al vinden we dit niet meteen terug in de statistieken, het proces van arbeidsvernietiging draaide op volle toeren. Op basis van bestaand onderzoek die het verband meet tussen loonkosten en werkgelegenheid kunnen we ervan uitgaan dat voor elke 1 procent loonkostenstijging er in de private sector ook 1 procent aan werkgelegenheid verloren gaat. Het wegwerken van de handicap van 6 procent, die eind 2010 was opgebouwd, zou bijgevolg ruimte vrijmaken voor het creëren van 160.000 nieuwe jobs voor loontrekkenden. Anders gezegd, had men die handicap niet laten ontstaan dan zou er vandaag in de Belgische private sector dankzij die bijkomende werkgelegenheid 7,2 miljard euro extra bruto koopkracht circuleren (nog steeds in termen van totale loonmassa). Het betreft zuivere koopkracht die in de private sector wordt gegenereerd zonder tussenkomst van de overheid.

Duurzame koopkracht

Critici zouden kunnen beweren dat werknemers voor die nieuwe jobs voordien ook reeds een inkomen hadden, onder meer op basis van werkloosheids- en andere sociale uitkeringen. Maar zelfs indien we die uitkeringskoopkracht (1,3 miljard) zouden in mindering brengen alsook het verlies aan koopkracht dat de kernindex teweeg brengt in vergelijking met de klassieke index (5,8 miljard), dan nog blijft de balans positief. Overigens, wat niet mag uit het oog worden verloren is dat er ook 160.000 jobs werden bij gecreëerd. Dat is niet enkel vanuit sociaal-maatschappelijk oogpunt interessant, het bezorgt onze sociale zekerheid ook een veel bredere betalingsbasis. Als dat geen manier is om de koopkracht van de toekomst veilig te stellen?