Lagere loonkosten zijn een dode mus

Auteur: 
De Standaard

Voor het eerst in zes jaar zijn de loonkosten in ons land minder snel gestegen dan in de buurlanden. Maar binnen twee jaar zal de loonhandicap weer groter zijn dan ooit.

Export betaalt gelag met verlies van marktaandeel

Van onze redacteur Luc Coppens

BRUSSEL

Belgische arbeiders en bedienden zijn het afgelopen jaar 1,3 procent goedkoper geworden dan hun collega's in Duitsland, Nederland en Frankrijk. Dat blijkt uit berekeningen van Metena, de denktank van de Christelijke Werkgeversorganisatie VKW.

Het is van 2003 geleden dat de loonkosten in ons land nog eens minder snel zijn gestegen dan het gewogen gemiddelde van Nederland, Frankrijk en Duitsland. Dat belet echter niet dat de Belgische werknemers de jongste twintig jaar gemiddeld 11 procent duurder zijn geworden dan hun collega's in die drie buurlanden.

Kris Boschmans, Geert Janssens en Johan Van Overtveldt van Metena rekenden met loonkosten per product dat de fabriek of dienst die het kantoor verlaat. Daardoor wordt rekening gehouden met eventuele verschillen in productiviteit. En die waren het afgelopen jaar erg opvallend.

Sterker nog, de op het eerste gezicht gunstige ontwikkeling van onze loonkosten heeft volgens Metena nagenoeg alles te maken met het ruimere gebruik van economische werkloosheid en allerlei verlofregelingen in de buurlanden, vooral Duitsland.

Metena berekende dat de productiviteit in Duitsland daardoor dit jaar met 5 procent is gedaald en in Nederland met 3,4 procent, tegen 'maar' 2,5 procent in eigen land. Frankrijk zette veel minder in op economische werkloosheid en bijgevolg is de productiviteit daar slechts met 1,2 procent gedaald, maar in de berekeningen wegen Duitsland en Nederland samen dubbel zoveel als Frankrijk.

De economische werkloosheid en de andere maatregelen waarmee de crisis bij ons en in de buurlanden wordt bestreden, moeten echter vroeg of laat worden afgevoerd, en dan zal de productiviteit in Duitsland en in mindere mate in Nederland forser stijgen dan bij ons.

Bovendien, zegt Metena, is er de automatische koppeling van de Belgische lonen aan de index. Begin 2010 zorgt die voor een lichte meevaller door de negatieve indexering, maar de komende maanden zal dat effect snel gaan vervagen omdat het statistisch effect van de snel dalende olieprijs tijdens de tweede helft van 2008 uitgewerkt is.

Parallel daarmee verwacht Metena dat Duitsland - de grootste exportnatie ter wereld - de evolutie van zijn loonkosten de komende jaren nauwlettend in de gaten zal houden. 'Wat dat betreft zijn ze niet aan hun proefstuk toe', zeggen Metena-economen.

Per saldo zien zij de Belgische 'loonhandicap' volgend jaar alweer oplopen met 0,6 procentpunt en in 2011 met 0,8 punt. Tegen einde 2011 zal die dan opgelopen zijn tot bijna 13 procent, het hoogste peil sinds de Oeso-metingen in 1986 zijn begonnen.

De voortdurend oplopende loonhandicap maakt Belgische producten en diensten relatief duurder dan die van de buurlanden. Vooral ten opzichte van vergelijkbare rijke landen raken we zo steeds verder achterop.

Sinds 1990 is ons marktaandeel nu al met 16,5 procent gekrompen. Eén op de zes producten of diensten die we 18 jaar geleden nog op de buitenlandse markten konden slijten, blijft nu onverkocht liggen of wordt niet meer geproduceerd, en dat weegt uiteraard op onze groei.

 © Corelio