Kunnen we onze welvaartsstaat veiligstellen?

Auteur: 
De Tijd

Column van Caroline Ven (De Tijd, 20 april 2016)

Heel wat bedrijven en organisaties nemen de jongste tijd de termen disruptie en toekomstdenken in de mond. Dat is vooral ingegeven door de snelheid van de technologische én maatschappelijke veranderingen. De kunst is om de toekomst in te beelden rekening houdend met bepaalde veranderingen, maar waarvan we niet op voorhand weten in welke richting die zullen evolueren.

Daartoe wordt een beroep gedaan op scenariodenken. Bijvoorbeeld, wat als de migratie versterkt blijft toenemen of wat als landen zich meer en meer afsluiten voor migratie? Het gaat daarbij om denkoefeningen die het huidige businessmodel volledig omver kunnen gooien.

Vooruitzien

Een van de valkuilen is echter dat men gemakkelijk neigt vast te blijven hangen aan wat we al weten of kunnen inschatten. Een inschatting maken van de migratiebewegingen de volgende drie jaar bijvoorbeeld. Wat betekent dat voor het rekruteringspotentieel, de afzetmogelijkheden, vormingsnoden,...?

Ontwikkelingen trachten te beheersen is niets anders dan gewoon goed vooruitziend management. Niets mis mee uiteraard, maar het heeft niets te maken met omgaan met disruptie. Zelfs niet als het om langetermijnontwikkelingen gaat.

Crisis van onze welvaartsstaat

De crisis van onze welvaartsstaat is er zo een. Decennia geleden al konden we inschatten dat onze sociale zekerheid zonder drastische ingrepen voor een financiële afgrond komt te staan. We moesten onze arbeidsmarkt hervormen (met een veel hogere werkgelegenheidsgraad) of de pensioenstelsels bijsturen (met een betere verhouding tussen jaren van bijdragen en uitkeringen). En liefst nog beide, om klaar te zijn om de kosten van de vergrijzing op te vangen.

Zowat twintig jaar geleden werd nog even getracht de vergrijzingsfactuur op te vangen door een beleid voorop te stellen waarbij het hoge primaire begrotingsoverschot gedurende jaren zou worden aangehouden. Via de schuldafbouw die eruit zou voortvloeien én het begrotingsoverschot zou er dan voldoende begrotingsmarge zijn om de vergrijzingskosten op te vangen, zelfs zonder ingrijpende wijzigingen in het stelsel.

Helaas zijn de overheden niet in staat gebleken zulke overschotten aan te houden. Integendeel, de overheidsuitgaven liepen verder op en slorpten de volledige baten van de rentedaling op de overheidsschuld op.

Rest ons dat we nu moeten terugvallen op hervormingen van de arbeidsmarkt en van de sociale zekerheid. De genomen maatregelen komen eigenlijk te laat en te langzaam om onze welvaartsstaat in de huidige vorm veilig te stellen.

Struisvogels

Het is in een dergelijke context, met de rug zowat tegen de muur, dan ook onbegrijpelijk dat de minister van Werk Kris Peeters zodanig de wind van voren krijgt als hij waarschuwt voor grote inspanningen die nog moeten volgen.

Vanuit alle hoeken duiken struisvogels op. Niet wij, de anderen moeten het oplossen. Het is de staat die boven zijn stand leeft, niet de burger.

Uiteraard is een overheidsbeslag van meer dan de helft van het bruto binnenlands product te hoog. Maar raken aan de grote uitgavenposten zal ook niet zonder slag of stoot gaan. Het gaat immers om sociale zekerheid, maar ook om onder meer onderwijs, veiligheid en investeringen.

Inertie

We kunnen nog enigszins hopen op een herneming van de economische groei. Want uiteindelijk hebben de kaarten nog nooit zo goed gelegen: een redelijke groei van de wereldeconomie, lage grondstoffenprijzen, gratis geld,...

Maar we moeten vaststellen dat de groei in ons land amper aantrekt. De inertie is te groot. En door dat gebrek aan groei en investeringsvooruitzichten dreigen we de volgende échte disruptie ook onvoldoende op te vangen: die van de verduurzaming.

Copyright © 2015 Mediafin. Alle rechten voorbehouden