Kan duurzaam ondernemen slagen met huidig 'corporate governance'-systeem?

Toonaangevende ondernemers en academici laten verstaan dat er wat schort aan het bestuurlijk systeem van ondernemingen en organisaties. Ze vinden de huidige manier van werken onvoldoende duurzaam en de omschakeling te traag. Kan het huidige governance-systeem zichzelf van binnenuit hervormen? Welke concrete aanzetten zijn nodig?

“De weg naar meer duurzaamheid in het bedrijfsleven begint in elke raad van bestuur van elke onderneming.”

Calls to action

De jongste tijd verschijnen meer en meer oproepen van allerlei stakeholdergroepen en burgerinitiatieven voor het klimaatakkoord en een duurzame economie. Denk bijvoorbeeld aan de Klimaatzaak met ruim 64.000 eisers. Zelfs in bestuurlijke middens beweegt er wat. Begin maart publiceerden toplui uit het Europese bedrijfsleven en de financiële wereld een opvallende "Oproep tot actie inzake duurzame corporate governance”. Hun open brief, op initiatief van governance coryfee Mervyn King, werd onderschreven door 90 vooraanstaande academici. De mededeling verscheen in verschillende talen en in diverse vooraanstaande bladen.

Concreet zetten de ondertekenaars het klassieke westerse bestuurssysteem met de primauteit van de aandeelhouder in de algemene vergadering in oppositie tegenover het duurzame ‘purpose’- en ‘stakeholder’-denken. De oproep richt zich ook naar politieke beleidsverantwoordelijken. Naar aanleiding van de nieuwe Europese agenda inzake duurzame corporate governance is het een uitnodiging om te onderzoeken hoe corporate governance de weg naar meer duurzaamheid kan vergemakkelijken. En hoe het concept ‘duurzame ontwikkeling’ nog beter verankerd kan worden in wetgeving en governance codes.

Ommekeer nodig

Duurzaamheid betekent in principe dat geen enkele belanghebbende significant benadeeld mag worden door een bedrijfsbeslissing. Toch zien we dat ondernemingen te weinig concrete stappen zetten om hun duurzame voornemens in de praktijk om te zetten. Nochtans krijgen raden van bestuur binnen het kader van de vennootschapswet al een voldoende ruime discretionaire bevoegdheid.

Dat er onvoldoende schot in de zaak komt, is wellicht een gevolg van het feit dat raden van bestuur zich finaal schikken naar de wensen van de aandeelhouder die vooral geïnteresseerd is in een (zo hoog mogelijk) rendement. Anderzijds dringen heel wat (ethische) investeerders er steeds meer op aan dat ondernemingen overwegingen op het vlak van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur meer nadrukkelijk in hun risicobeheer zouden opnemen.

Fundamentele vraag

Hier stelt zich dus een zeer fundamentele vraag. Is het huidig ‘corporate governance’-systeem bij machte om zichzelf van binnenuit te hervormen zodat de doelstellingen inzake duurzaamheid en de belangen van stakeholders in brede zin in acht zullen worden genomen?

Nu de klimaatcrisis zijn hoogtepunt nadert, valt er geen tijd meer te verliezen. De ondertekenaars van de oproep menen dat het niet langer volstaat om fraaie duurzaamheidsrapporten te schrijven volgens deze of gene GRI- of SDG-norm. Het ‘corporate governance’-systeem zelf moet zich veel actiever focussen op de manier waarop bedrijven echte meerwaarde creëren en behouden, voor henzelf en voor alle belanghebbenden. De auteurs van de actieplannen steunen daarom de European Green Deal, het Actieplan inzake duurzame financiering alsook de voorbije raadpleging van de Europese Commissie omtrent voorstellen voor duurzame governance. Daar zal de nadruk komen te liggen op toezicht door de raad van bestuur, op verplichte due diligence, meer transparantie en het afstemmen van het remuneratiebeleid van de bedrijfstop op duurzaamheidsdoelstellingen. Zelf denken we dat dit laatste wel eens een game changer zou kunnen worden.

Concrete agenda

De concrete oproep aan het bedrijfsleven en hun vertegenwoordigende organisaties is bijgevolg om steun te betuigen aan de oproepen en deze ontwikkelingen te helpen versnellen. Duurzame corporate governance, duurzame bedrijfsprestaties en een duurzaam concurrentievermogen moeten na COVID-19 een integraal onderdeel worden van het wereldwijde economisch herstel.

Zonder een alomvattende omvorming van het kader voor ondernemingsbestuur kan de vereiste transformatie van onze economie in de richting van een duurzaam bedrijfsleven zich niet (snel genoeg) voltrekken. De weg naar meer duurzaamheid in het bedrijfsleven begint dus in elke raad van bestuur van elke onderneming. Alle bestuurders moeten zich willen richten op positieve waardecreatie op lange termijn in plaats van winstmaximalisatie op korte termijn. Dat begint met de samenstelling van de raad van bestuur en de rol van de voorzitter als gangmaker, het initiëren van een ruime stakeholderdialoog met onmiddellijke belanghebbenden en het luisteren naar hun suggesties. Enkele bestuursprofielen met competenties op vlak van duurzaamheidsmanagement kunnen die dialoog vergemakkelijken.