Jobs bij de vleet

Terwijl iedereen de mond nog vol heeft van de 1.400 banen die bij Opel Antwerpen op de tocht staan, vinden sommige politici toch nog de moed om uit te pakken met veelbelovende werkgelegenheidsplannen voor een volgende federale legislatuur. Terwijl iedereen de mond nog vol heeft van de 1.400 banen die bij Opel Antwerpen op de tocht staan, vinden sommige politici toch nog de moed om uit te pakken met veelbelovende werkgelegenheidsplannen voor een volgende federale legislatuur. Open VLD kondigde reeds aan dat de creatie van 200.000 bijkomende jobs een breekpunt is bij de komende regeringsonderhandelingen. Voorzitter Bart Somers vindt het streefdoel realistisch. Hij heeft het hoongelach om de 200.000 jobs, die de premier bij aanvang van de huidige legislatuur aankondigde, steeds meer horen verstommen.

Voor economen is het telkens opnieuw verbazingwekkend - zelfs een beetje angstaanjagend - hoe politici, ongeacht de partij of kleur, met de borst vooruit en een uitgestreken gezicht aankondigen dat ze jobs gaan creëren. Terwijl men in economenland blijft worstelen met het mysterie van de tewerkstellingscreatie zien politici in verkiezingstijd blijkbaar plots het licht. Helaas vallen ze vlug door de mand. Zou Bart Somers en de VLD ons kunnen uitleggen hoe de huidige regering (of de economie?) het heeft klaargespeeld om die nieuwe jobs te creëren? Zouden onze politici - dienstencheques en andere vormen van overheidsgesubsidieerde tewerkstellingscreatie niet te na gesproken - echt weten hoe het is voor mekaar gebracht? Uiteraard niet. Integendeel, het gevaar is reëel dat met gemeenschapsgeld gesubsidieerde tewerkstelling over een langere termijn jobs in de privé-sector gaat uitdrijven. Jobcreatie hangt bovendien nauw samen met economische groei en die wordt in België tot nader order vooral internationaal aangedreven.

Los van de conjunctuur is de prestatie tijdens de afgelopen jaren helemaal niet uitzonderlijk. Op basis van het beschikbare cijfermateriaal (INR, NBB) kunnen we narekenen dat er in de periode 2003-2007 in ons land ongeveer 160.000 jobs zijn bijgekomen. Om te beginnen is dit beduidend minder dan de vooropgestelde 200.000. Verder zien we dat bijvoorbeeld de periode 1995-1999 een even grote banengroei kende. Meer fundamenteel is echter dat in de periode 2003-2007 de beroepsbevolking even sterk is toegenomen als het aantal nieuwe jobs. Hoewel niet vanzelfsprekend, is het niet abnormaal dat er jobs bijkomen in een economie waar de beroepsbevolking toeneemt. Macro-economisch gezien is de ‘jobcreatie' bijgevolg zeer relatief. Dat blijkt ook uit de cijfers inzake werkloosheid die aangeven dat deze verder is toegenomen (+90.000 eenheden).  Het meest essentiële is echter dat de evolutie van de werkgelegenheidsgraad aangeeft dat er niet echt iets spectaculairs is gebeurd. Die maatstaf steeg van 60,0% eind 2002 tot 61,2% (Eurostat definitie). Een ware verbetering die echter niet kon verhinderen dat de achterstand ten opzichte van de eurozone verder is toegenomen (van 2,6 naar 3,8 procentpunten).

De conclusie is dat tegen de achtergrond van een verder stijgende beroepsbevolking (wellicht tot 2010) alsook de aankomende vergrijzing het maar goed is dat er de komende jaren minstens 200.000 jobs bijkomen. Gebeurt dat niet dan zal de werkloosheidsgraad verder toenemen en blijft de 70% norm van Lissabon inzake tewerkstellingsgraad een onbereikbare droom. De dag dat bewindslui deze norm in het vizier nemen, wordt het pas echt spannend.