Jef Dijckmans: Nog even teren op de vette jaren

Jef DijckmansUiteraard zijn er bedrijven die de crisis niet of nog niet voelen. Het Turnhoutse Allard-Europe, tot in 1996 een dochter van Sidmar, is er een van. Allard-Europe levert als staal- en ijzergieterij een brede waaier van hoogwaardige productcomponenten aan de zware industrie. En dat maakt de crisisresistentie van het bedrijf toch wel bijzonder. Want zit die zware industrie niet in de hoek waar de klappen vallen? General manager Jef Dijckmans licht toe.

 

JEF DIJCKMANS: “En wij zijn ook conjunctuurgevoelig. Traditioneel moeten we bij een conjunctuurverslechtering bij de eersten afhaken. Een heropleving van de economie voelen we dan veeleer laat in de cyclus. Alleen in een periode van langdurige hoogconjunctuur genieten we van wat extra ademruimte. En dat is precies wat we op dit ogenblik meemaken.  
Wat niet betekent dat we immuun zijn voor deze crisis. Er hebben al klanten afgehaakt. Maar het is wel zo dat bepaalde sectoren die wij beleveren nog kunnen teren op de voorbije vette jaren. In die periode hebben we een orderboek opgebouwd dat ons nog voor een goed jaar van werk voorziet. Dat is een comfortabele positie.”

Maar u weet: vroeg of laat slaat de crisis ook bij Allard-Europe toe.
JEF DIJCKMANS: “Ik weet dat, ik volg dat, ik zie dat… Ik ben hier al twintig jaar actief, dertien jaar in mijn huidige functie, en ik beschik over cijfermateriaal tot aan het begin van de jaren negentig. Cijfers die je perfect kunt aftoetsen aan de index van de industriële activiteit. Onze cijfers hebben een iets grilliger verloop, maar statistici vinden daar heel eenvoudig een gelijklopende trend in.”

 

Geeft die extra tijd het bedrijf de kans om zich te wapenen tegen de crisis? Is dat sowieso mogelijk?
JEF DIJCKMANS: “Ja, toch wel. We proberen optimaal kennis te hebben van onze kostprijs. Wat niet evident is. Allard-Europe maakt producten uit meer dan 200 verschillende materialen in gewichtsklassen van 1 kg tot 21 à 22 ton. Die grote variatie beheersen is op zich al een huzarenstukje.
Wat we nu vooral proberen te doen, is door een goede klantenbinding en via intensieve campagnes in bepaalde sectoren onze portefeuille op niveau te houden. We hebben ons de voorbije jaren ook georiënteerd naar de echt goede klanten in plaats van naar de pure prijskopers. En dat heeft ons geen windeieren gelegd.
Een ander groot voordeel is dat we ervaring hebben met crisissen. Wat het gros van de industrie nu meemaakt, is voor ons eigenlijk niets nieuws.  Prijzendruk, economische en technische werkloosheid, negatieve spiraal, slinkende orderboeken…dat kennen wij maar al te goed. Kort na de overname waren we zelfs virtueel failliet. Meer dan de helft van ons eigen vermogen was opgesoupeerd en wij moesten heel dringend een oplossing vinden. Snoeien in de kosten, dat is een oefening die we al lang geleden hebben aangevat. Maar we blijven er continu alert voor.
De evolutie op de grondstoffenmarkt de voorbije jaren was dan weer een geschenk uit de hemel voor ons. De gigantische grondstoffenboom en de bijhorende prijshausse hadden we zien aankomen en we hebben daar dan ook op geanticipeerd. Nu maken we wel het omgekeerde mee: de grondstofprijzen zijn in vrije val waardoor onze laatste aankopen steeds te duur zijn. Dat is de bluts met de buil.” 

 

Jullie zijn sterk op de export gericht. Ervaren jullie dat bepaalde landen hun markten afschermen?
JEF DIJCKMANS: “Protectionisme is een systeem dat ik verfoei, maar ik moet bekennen dat het vandaag in ons voordeel speelt. Of toch het feit dat bedrijven en sectoren zich terugplooien op de eigen regio. Ik denk dan concreet aan de baggersector. Als belangrijke toeleverancier profiteren wij vandaag mee van het Belgisch-Nederlands overwicht in die branche. Idem dito voor de sector van de offshore of leveringen aan olie- en gasbedrijven waar wij via Nederlandse connecties sterk in de markt zitten.”

 

Doen jullie extra inspanningen om de werknemers op de hoogte te houden van de impact van de crisis op het bedrijf?
JEF DIJCKMANS “Wij doen dit via de ondernemingsraad. Binnen dat formele orgaan hebben we een heel open en vertrouwelijke band met de delegatie van de werknemers. We communiceren daar helder en gedetailleerd over het bedrijf, over onze afzetmarkten enzovoort. En tot op heden kunnen we daar dus een behoorlijk optimistisch beeld schetsen.
Anderzijds wijzen we er onze mensen toch ook op dat we niet blind mogen zijn voor de economische situatie. En dat de vaststelling dat we vandaag goed standhouden, geen reden mag zijn om onredelijke eisen te gaan stellen. Nu, dat doen ze ook niet. We hebben een traditie in het bedrijf van een grote sociale betrokkenheid. Daar plukken we nu de vruchten van.”