Invoering tijdelijke werkloosheid voor bedienden

Auteur: 
Dirk Callens
De economische crisis laat zich al geruime tijd in alle sectoren van onze economie gevoelen. Het was voor de federale regering dan ook noodzakelijk om bijkomende maatregelen te nemen zodat zoveel mogelijke structurele ontslagen in de getroffen sectoren vermeden kunnen worden. Voor arbeiders en bedienden gaat het concreet om drie uitzonderlijke en specifieke crisismaatregelen die toelaten de arbeidsprestaties te verminderen en in deze tijden van crisis zoveel mogelijk ontslagen te vermijden. De regeling voor de arbeiders en bedienden zal ingaan op 1 juli 2009 en van kracht zijn tot 31 december 2009 (nu verlengd tot 30 juni 2010, zie infra). Het federale kernkabinet heeft immers op 15 december 2009, ondanks het verdeelde advies van de Nationale Arbeidsraad, beslist om het systeem van tijdelijke werkloosheid voor bedienden met zes maanden te verlengen tot 30 juni 2010. En dit was niet de enige maatregel die werd genomen. Ook de tijdelijke crisis-arbeidsduurvermindering en het crisistijdskrediet werden met zes maanden verlengd.

Het wetsontwerp werd vervolgens op 23 december 2009 goedgekeurd door de wetgevende Kamers. Met het wetsontwerp werden echter in eenzelfde beweging een aantal aanpassingen doorgevoerd dewelke hieronder zijn verwerkt bij de desbetreffende maatregelen.

Voor arbeiders en bedienden

De nieuwe wet voorziet drie nieuwe crisismaatregelen:

  • De tijdelijke crisis-arbeidsduurvermindering
  • De tijdelijke crisismaatregelen met het oog op de aanpassing van het arbeidsvolume, meer bepaald
    • Tijdelijke en individuele vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 of 1/2
    • Tijdelijke collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van bedienden.

De tweede en de derde maatregel zijn enkel van toepassing als de onderneming als bedrijf in moeilijkheden kan worden gekwalificeerd. Dat is het geval als de omzet van de onderneming minstens met 20% verminderd is of 20% van de arbeiders economisch werkloos zijn (in vergelijking met het totaal aantal uren (voor arbeiders en bedienden) aangegeven aan de RSZ). Een KB kan nog een derde mogelijkheid bepalen gelinkt aan een vermindering in bestellingen.

Aanpassingen vanaf 1 januari 2010

Vanaf 1 januari 2010 worden de criteria om deze erkenning als bedrijf in moeilijkheden te bekomen aangepast. Zo wordt een onderneming dien een daling kent van 15 % (voorheen 20 %) van de omzet of van de bestellingen of van de productie ten opzichte van het overeenstemmende trimester van 2008 beschouwd als een onderneming in moeilijkheden.

1)  De tijdelijke crisis-arbeidsduurvermindering

Op basis van een collectieve arbeidsovereenkomst die wordt toegepast op alle werknemers of een bepaalde categorie werknemers in de onderneming, kan de arbeidsduur verminderd worden met 20% of 25%. De werkgever geniet vanaf het kwartaal waarin de arbeidsduurvermindering wordt geïntroduceerd tot het kwartaal waarin de arbeidsduurvermindering op zijn eind loopt, van een vermindering van patronale bijdragen:

  • van 600 euro per kwartaal voor een vermindering met 20%
  • van 750 euro per kwartaal voor een vermindering met 25%

Deze bedragen worden vermeerderd met 400 euro indien bovengenoemde vermindering met 20% of 25% samen wordt ingevoerd met de invoering van de vierdaagse werkweek (wat dus neerkomt op 1.000 of 1.150 euro). Ten minste drie-kwart van deze bedragen moeten door de werkgever aangewend worden om het loonverlies van de werknemers te compenseren. Het loon met de compensatie mag niet meer bedragen dan 100 procent van het voorgaande voltijdse salaris. De werknemers die hun arbeidsprestaties hebben verminderd, blijven beschouwd als voltijdse werknemers. Dit houdt in dat bij het ontslag van een dergelijke werknemer zijn ontslagvergoeding wel degelijk wordt berekend alsof hij nog steeds voltijds werknemer zou zijn.

Aanpassingen vanaf 1 januari 2010

Door de verlenging van deze maatregel tot 30 juni 2010 dient men als werkgever met het volgende rekening te houden.

Ingeval een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten werd in 2009, dient de werkgever die het systeem van de collectieve arbeidsduurvermindering wil verder zetten in 2010 een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst af te sluiten. Ingeval het gaat om een eenvoudige voortzetting zonder wijzigingen, volstaat het dat deze nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst verwijst naar de vorige collectieve arbeidsovereenkomst en een nieuwe einddatum voorziet. Deze einddatum kan niet vallen na 30 juni 2010.

2)  De tijdelijke crisismaatregelen met het oog op de aanpassing van het arbeidsvolume

Zoals hierboven reeds aangegeven zijn deze maatregelen enkel van toepassing indien de onderneming kan worden gekwalificeerd als een bedrijf in moeilijkheden. En de onderneming dient tevens gebonden te zijn door een CAO in de sector, of bij gebreke daaraan, door een bedrijfs-CAO of een ondernemingsplan. De sectoren zullen dan ook worden uitgenodigd een sector-CAO af te sluiten voor 1 juni 2009. Na deze datum, bij gebrek aan een sector-CAO, kunnen de ondernemingen een bedrijfs-CAO sluiten of een ondernemingsplan uitwerken.

De ondernemingen met een vakbondsafvaardiging die wel hebben geprobeerd maar geen bedrijfs-CAO hebben kunnen sluiten, zullen deze maatregelen toch kunnen toepassen op voorwaarde dat ze een ondernemingsplan uitwerken dat zal moeten worden goedgekeurd binnen de twee weken door een tripartiete commissie die wordt samengesteld door vijf vertegenwoordigers van de werknemers, vijf vertegenwoordigers van de werkgevers en drie van de regering (d.i. de Commissie Ondernemingsplannen).

De ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging zullen deze maatregelen kunnen toepassen op voorwaarde dat ze een ondernemingsplan uitwerken dat moet worden goedgekeurd binnen de twee weken door voorgenoemde tripartiete commissie of een CAO afsluiten. Deze CAO’s en ondernemingsplannen moeten met name maatregelen vermelden ter maximaal behoud van werk en ook hier behouden de betrokken werknemers waarvan de werkprestaties worden verminderd of geschorst, hun rechten als voltijdse werknemer.

Aanpassingen vanaf 1 januari 2010

Door de verlenging van deze maatregel tot 30 juni 2010 dient men als werkgever met het volgende rekening te houden.  Voor ondernemingen die op 31 december 2009 gebonden zijn door een ondernemingsplan dat werd goedgekeurd door de Commissie Ondernemingsplannen en waarvan de geldigheidsduur verstrijkt in de loop van 2010, of waarvan de geldigheid verbonden is aan de wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis, wordt de duurtijd van hun plan automatisch verlengd tot de einddatum vermeld in hun plan en uiterlijk tot 30 juni 2010. Deze ondernemingen zullen hiervan in kennis gesteld worden door de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Ondernemingen die op 31 december 2009 gebonden zijn door een ondernemingsplan dat werd goedgekeurd door de Commissie Ondernemingsplannen en waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op 31 december 2009 kunnen verlenging van hun plan aanvragen via een aangetekende brief gericht aan de Directeur-generaal van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg. In deze aanvraag dienen de ondernemingen de gewenste einddatum van het ondernemingsplan te vermelden.

Tijdelijke en individuele vermindering van de arbeidsprestaties met 20% of 50%

Deze tweede maatregel is een crisisvariant van tijdskrediet waarbij partijen in onderling akkoord de arbeidsprestaties kunnen verminderen. De essentie van deze maatregel bestaat hierin dat de werkgever aan elke voltijds tewerkgestelde werknemer (bediende of werkman) kan voorstellen om zijn arbeidsprestaties te verminderen met 20% of 50% voor een periode die niet korter mag zijn dan 1 maand en niet langer dan 6 maanden. Is de werknemer akkoord met de door de werkgever voorgestelde vermindering van de arbeidsprestaties, dan moet dat akkoord schriftelijk worden vastgesteld (bijlage bij de arbeidsovereenkomst (deeltijds)).

De werknemer krijgt als compensatie voor het loon dat hij verliest door de arbeidsduurvermindering een vergoeding uitbetaald door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening ten bedrage van 442 euro voor een half-tijds, van 188 euro voor een vier-vijfde-tijds indien hij minder oud is dan 50 jaar en van 248 euro voor een vier-vijfde-tijds indien hij 50 jaar oud is of ouder. De werkgever mag een bijkomende vergoeding uitbetalen maar het loon met de vergoeding mag niet meer bedragen dan 100 procent van het voorgaande voltijdse salaris. De gewone voorwaarden inzake tijdskrediet zijn niet van toepassing (anciënniteit, in rekening brengen van de duur ervan in functie van een maximumkrediet, plafond van 5% van de werknemers dat de onderneming niet mag overstijgen, enzovoort).

Een werknemer die in de periode van 6 maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de nieuwe wet zijn arbeidsprestaties heeft verminderd met 20% of 50% in het kader van het tijdskrediet, kan onder bepaalde voorwaarden met terugwerkende kracht onder de nieuwe maatregel vallen. Hiermee wil men voorkomen dat werknemers die reeds een vermindering van de arbeidsprestaties in de tijdskredietregeling hebben aanvaard om hun onderneming te helpen, zouden benadeeld worden.

Tijdelijke collectieve regeling van volledige of gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van bedienden

De derde maatregel laat ondernemingen in moeilijkheden toe om bij gebrek aan werk voor bedienden wegens de crisis:- ofwel de uitvoering van de arbeidsovereenkomst volledig te schorsen tijdens alle dagen van de week en dat gedurende maximum 16 weken per kalenderjaar,- ofwel een regeling van gedeeltelijke arbeid (instelling van een stelsel van verminderde arbeidsprestaties van minstens 2 werkdagen per week) in te voeren en dat gedurende maximum 26 weken per kalenderjaar. De RVA en de werknemers moeten minimum zeven dagen op voorhand verwittigd worden.

De werknemer krijgt ten laste van de RVA een vergoeding voor de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst die overeenkomt met 70 of 75 procent van het geplafonneerde salaris en een aanvulling daarop ten laste van de werkgever. De sector- of ondernemings-CAO of het ondernemingsplan moet vermelden welke vergoeding de werkgever betaald bovenop de uitkering ten laste van de RVA voor de schorsing van de uitvoering van het arbeidscontract. Dit supplement moet minstens gelijk zijn aan het supplement dat wordt toegekend aan de arbeiders van dezelfde werkgever die genieten van werkloosheidsuitkeringen in geval van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst door economische redenen. De schorsing is slechts mogelijk nadat de werkgever de werknemer alle recupdagen heeft toegekend waarop hij recht heeft.

Aanpassingen vanaf 1 januari 2010

Door de verlenging van deze maatregel tot 30 juni 2010 dient men als werkgever met het volgende rekening te houden.  Zoals hierboven reeds aangegeven dient het supplement dat de werkgever betaald bovenop de uitkering ten laste van de RVA minstens gelijkwaardig te zijn aan het supplement toegekend aan de arbeiders van dezelfde werkgever die tijdelijk werkloos zijn wegens gebrek aan werk. Indien er geen arbeiders zijn tewerkgesteld in de onderneming, dan dient dit supplement minstens gelijkwaardig te zijn aan het supplement zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair comité waaronder de werkgever zou ressorteren indien hij arbeiders zou tewerkstellen. Wanneer geen supplement is vastgesteld in een collectieve arbeidsovereenkomst wordt het supplement bepaald op minimum 5 euro per dag waarop niet wordt gewerkt. Mogelijke afwijkingen op het minimumbedrag van 5 euro:

  • Een onderneming zonder syndicale delegatie heeft daartoe een akkoord gesloten met al haar werknemers en de onderneming toont aan dat er overleg is geweest met al haar werknemers. De aanvraag tot afwijking wordt toegestaan door de Commissie Ondernemingsplannen.
  • Voor ondernemingen met of zonder syndicale delegatie kan de Commissie Ondernemingsplannen een afwijking toestaan indien zij dit verantwoord acht. Deze beslissing moet bij unanimiteit genomen worden.

Evaluatie

De Tijd berichtte op 1 april 2010 dat intussen 1.077 bedrijven tussen juli en eind 2009 bij de RVA een aanvraag tot tijdelijke economische werkloosheid voor bedienden indienden, in totaal voor 21.395 bedienden. 62 procent van de aanvragen kwam uit Vlaanderen, 30,5 procent uit Wallonië en 7,5 procent uit het Brussels Gewest. De totale kostprijs bedroeg op dat moment 9,4 miljoen euro waarvan 58 procent naar Vlaanderen ging.

Opvallend is het verschil in kostprijs van de tijdelijke werkloosheid van bedienden in vergelijking met de kostprijs van de tijdelijke werkloosheid voor arbeiders. Volgens de Tijd liep de kostprijs van het systeem voor hen op tot meer dan 1 miljard euro.