Hoeveel kost het redden van onze banken?

De financiële sector kende in ons land het afgelopen decennium een hoge vlucht. In het bancaire landschap ontpopten Fortis, KBC en Dexia zich tot ware Europese grootmachten. Het gevolg is evenwel dat de omvang van onze zogenaamd Belgische systeembanken niet meer in verhouding staat tot ons nationaal product. Vooral in tijden van crisis, wanneer vadertje staat de banken ter hulp moet schieten, komt een dergelijke wanverhouding aan de oppervlakte. Gelukkig moeten we niet meteen vrezen voor een bankroet van onze staat. Wel wordt het steeds duidelijker dat de gevolgen voor de begroting nog lang zullen nazinderen. Dat blijkt wanneer we de verschillende onderdelen van de steunoperaties overlopen.

Depositogaranties

Het meest opvallende maar ook belangrijkste onderdeel is de staatswaarborg op bankdeposito’s en individuele levensverzekeringcontracten ten belopen van 100.000 euro per persoon per financiële instelling. Hiermee verleent de Belgische staat dekking voor een bedrag van 300 miljard euro wat neerkomt op 86% van ons Bruto Binnenlands Product (BBP). Ongeveer de helft daarvan betreft gewoon spaargeld. Uiteraard is die dekking virtueel aangezien we ervan uit mogen gaan dat de overheid geen enkele bank zal laten kopje onder gaan.

Superwaarborgen

Ook aan het verhinderen van een bankfaillissement hangt echter een prijskaartje. De rekeningen lopen hier evenwel minder hoog op waardoor het onmiddellijk duidelijk wordt waarom het redden van een bank te prefereren valt boven andere opties. Een manier om een bank recht te houden is ze te voorzien van de nodige liquiditeiten. Op 15 oktober van vorig jaar stemde het parlement een wet die onze Nationale Bank de mogelijkheid geeft om noodkredieten te verstrekken wanneer één van onze banken in zwaar onweer terecht komt. Een dergelijke lening wordt door de overheid gewaarborgd en mag enkele in uitzonderlijke noodgevallen gebruikt worden. Het is niet duidelijk of de Nationale Bank dit superwapen al heeft moeten bovenhalen.

Gewone waarborgen

Wat we wel weten is dat er ook gewerkt wordt met gewone waarborgen voor leningen die een private bank zelf aangaat bij derden. Als banken geld ontlenen op de zogenaamde interbancaire markt dienen ze ten aanzien van de ECB of collega-banken steeds de nodige waarborgen voor te leggen. Dat kan onder de vorm van staatsobligaties of ander hoogwaardig schuldpapier. Wie daar niet over beschikt maar wel dringend geld nodig heeft, kan sinds oktober vorig jaar beroep doen op een staatswaarborg. De staat stelt zich dan borg voor terugbetaling van het geld dat de noodlijdende bank op de markt ontleent. Volgens berekeningen van het Planbureau stelt de Belgische overheid vandaag een pakket van 240 miljard euro van dergelijke waarborgen ter beschikking. Het maximale risico dat de staat hiermee op zich neemt, beloopt aldus 70% van het BBP. Tot op heden werden deze waarborgen niet volledig benut maar aangezien de staat een vergoeding krijgt à rato van het gewaarborgd bedrag verdient ze vandaag aan deze operatie. Hoeveel is niet bekend.

Kapitaalinjecties

Minder spectaculaire bedragen zijn gemoeid met de rechtstreekse steun van de overheid aan onze banken via kapitaalinbreng. Die injecties zijn vooral nodig geweest om de solvabiliteit van de banken te herstellen De onmiddellijke gevolgen voor de financiële positie van het land zijn evenwel veel meer significant dan bij het verlenen van waarborgen. Het betreft hier immers onmiddellijke en effectieve uitgaven. Het gros van de kapitaalinjecties gebeurt echter buiten de begroting en kan rechtstreeks op de schuldpositie van de staat aangerekend worden. Dat kan omdat de staat de injecties zelf financiert met leningen die ze op de markt uitschrijft. Tegenover het geleend geld dat onze overheden hebben geïnjecteerd in Fortis, Dexia en KBC staat verworven aandelenkapitaal. In de veronderstelling dat de waarde van die aandelen in verhouding staat tot de geïnjecteerde kapitalen verandert er boekhoudkundig gezien niet veel aan de netto financiële positie van de overheid. Tot op heden realiseert men evenwel een forse minwaarde op de participaties maar het is uiteraard niet uitgesloten dat beurskoersen de komende jaren opnieuw aantrekken.

De transacties hebben ook gevolgen voor de lopende begroting. In principe krijgt de overheid op het geïnjecteerde kapitaal een return via dividenden of rente. Die zou moeten volstaan voor het aflossen van de leningen voor het geïnjecteerde kapitaal. Maar gegeven de penibele situatie waarin onze banken verkeren, moeten we dit jaar niet al te veel rendement verwachten. De intrestlasten op de 23 miljard euro die de Belgische overheden in onze drie grootbanken pompten, belopen 1 miljard euro op jaarbasis ofwel 0,3% van het BBP. Mochten bijkomende reddingsoperaties nodig zijn dan kan dat bedrag nog oplopen.