Hoe buitenlandse bankproblemen de onze werden

België is een vrij conservatief ontlenersland met een beperkte schuldenlast van zowel ondernemingen en gezinnen. Onze banksector zou aldus goed gewapend moeten zijn tegen de financiële crisis. De recente bankperikelen tonen aan dat dit duidelijk niet het geval is. Dit onze sterke blootstelling aan het buitenland is hier verantwoordelijk voor. Van Ierland tot Hongarije zijn er maar weinig probleemgebieden waar onze banksector geen zware verliezen geleden hebben.

Beperkte schuldenlast

Onze bedrijfssector heeft relatief beperkte schulden uitgebouwd. In de euroregio bedroeg de bruto passiva in enge zin van niet-financiële ondernemingen ongeveer 80 procent van het BBP. Deze schuldenlast ligt boven het gemiddelde in de jaren ’90 of de Verenigde Staten, aldus gegevens van de BIS. Vooral in de jaren 2005-2008 heeft de bedrijfswereld massaal schulden aangegaan. Nu de marktcondities sterk achteruit kan gaan, valt deze schuldenlast zwaar te verteren, wat dan ook zichtbaar is in de faillissementscijfers.
België ontsnapt niet aan deze algemene trend, met faillissementscijfers die 25 procent hoger liggen in de eerste vier maanden van 2009 vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Nochtans is onze bedrijfssector bovengemiddeld goed gewapend. De schuldratio ligt bijvoorbeeld ongeveer 15% lager dan het EU-gemiddelde. Bovendien hebben de Belgische ondernemingssector de laatste jaren extra buffers aangelegd, zoals blijkt uit grafieken, waar de coverage ratio (cash flows gedeeld door schulden en provisies) en solvabiliteitsratio (eigen vermogen gedeeld door balanstotaal) afgebeeld staan. De notionele interestaftrek, die kapitaalbuffers fiscaal aanmoedigt, is hier zeker niet vreemd aan.
Tezelfdertijd heeft de Belgische consument zich ook voorzichtig gedragen. Belgen zijn traditioneel voorzichtige ontleners die weinig op krediet aankopen, een hoge spaarquote hebben en weinig problemen kennen om hun hypotheek af te betalen. Het relatief beperkt aantal wanbetalingen is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van het uitblijven van een ineenstorting op de huizenmarkt.

Toch bankproblemen

Men zou, omwille van bovenstaande redenen verwachten dat onze financiële sector de storm relatief goed zou moeten doorstaan. Het aantal wanbetalingen zou immers beperkt moeten blijven, gezien het uitblijven van ‘Angelsaksische excessen’.
Schijn bedriegt evenwel. Ondanks de relatief beperkte schuldgraad van ondernemingen én particulieren en het (vooralsnog) uitblijven van een crash op de vastgoedmarkt leden onze drie grote banken zwaar. Hun aandelenkoers zakte disproportioneel sterk.
Onze overheid  en de overheid moest, naast zware garanties op hun portefeuille, 5.6 procent van het BBP investeren in hun overleven. Het probleem is snel geïdentificeerd. Vanaf 2005 ging het aantal derivaten (vrij te vertalen als herverpakte rommelkredieten) op de Belgische bankbalansen pijlsnel de hoogte in tot een waarde van 223.1 miljard euro in 2008, aldus een rapport van de Nationale Bank van België. Zoals helder uiteengezet door Geert Noels in de ontbijtsessies voor VKW zijn het deze buitenlandse problemen die onze banksector aan de rand van de afgrond gebracht hebben.

Buitenlandse blootstelling in cijfers

Dit maakt dat onze financiële sector bijzonder lijdt aan ontwikkelingen in de VS, het Verenigd Koninkrijk, Oost-Europa en Ierland. Hoewel wanbetalingen binnen België aldus relatief binnen de perken bleven, importeerden we de bankproblemen uit het buitenland, waar de belastingsbetaler nu voor een groot deel de rekening van betaalt. Onderstaande grafiek geeft de buitenlandse blootstelling weer van de Belgische banksector.
De vorderingen ten opzichte van Amerikaanse of Britse cliënten bedroeg ongeveer 140 miljard euro in 2007, terwijl Centraal en Oost-Europa (met Tsjechië als uitschieter) goed is voor bijna 100 miljard. Belgische banken zijn ook opvallend sterk vertegenwoordigd in Ierland, dat zeer zwaar getroffen is door de subprime en vastgoedcrisis. Kortom, België is wel erg prominent aanwezig in alle hoeken waar de klappen vallen. Terwijl de verminderde blootstelling aan Nederland voornamelijk te wijten is aan het afsplitsen van Fortis Nederland, is de verminderde blootstelling aan een aantal andere vernoemde landen voor een groot deel te wijten aan geleden verliezen.

Slachtoffer van hebzucht uit het buitenland?

De reflex om de schuld te leggen bij de Angelsaksische landen zelf wordt snel gelegd. Zij hebben immers hun problemen naar onze contreien geëxporteerd, zo wordt geargumenteerd. De idee dat onze financiële sector het onwillige slachtoffer is van buitenlandse hebzucht houdt evenwel weinig steek bij nader inzicht. Op zoek naar hogere rendementen en onder het niet altijd even waakzame oog van het banktoezicht hebben onze financiële instellingen uit vrije wil allerlei herverpakte, ingewikkelde producten aangekocht. Canadese banken, toch een land met erg nauwe banden met de VS, hebben zich bijvoorbeeld nauwelijks ingelaten met Amerikaanse rommelkredieten. Kortom, een kijk in eigen boezem lijkt aangewezen vooraleer we de hebzucht in andere landen aanklagen.

Grafieken

Grafiek 1: Aandelenkoersen

Aandelenkoersen

Grafiek 2: Solvabiliteitsratio

Solvabiliteitsratio

Grafiek 3: Buitenlandse blootstelling van de Belgische banksector

Buitenlandse blootstelling van de Belgische banksector