Het zal niet bij Opel blijven

BELGIE VERLIEST VAN ZIJN PLUIMEN ALS INVESTERINGSLOCATIE

Wat hebben Opel, DHL, Chiquita, Samsonite en Procter & Gamble gemeen? Ze hebben allemaal onlangs een vestiging weggehaald uit België. KRIS BOSCHMANS en JOHAN VAN OVERTVELDT zochten uit waar dat aan ligt.

De uurloonkosten liggen hier drie euro hoger dan in Duitsland, wat ontegensprekelijk meespeelt in de beslissing van GM

Wat reeds lang werd gevreesd, is nu echt definitief: General Motors gaat over tot de sluiting van Opel Antwerpen. Daarmee komt een einde aan vele maanden van onzekerheid. Experts van de industrie wijzen al geruime tijd op de chronische overcapaciteit in de autoassemblagemarkt in Europa. Bovendien loont het niet om de productie lineair in een aantal fabrieken te verminderen; vanuit bedrijfslogica moeten er één of meerdere productiesites gesloten worden om de overcapaciteit af te bouwen. Jammer genoeg valt de hakbijl in Antwerpen. Gezien de kleine schaal van de Antwerpse fabriek, de afhankelijkheid van één enkel model (de Opel Astra) en de uitspraken van de top van General Motors hing deze beslissing al maanden en zelfs jaren in de lucht.

Lobbywerk

De redenen voor de sluiting worden nogal veel in politieke hoek gesitueerd. Het lobbywerk en de middelen van een kleine regio als Vlaanderen kunnen niet opboksen tegen het Duitse geld en invloed, luidt het vanuit meerdere bronnen. Politieke motieven hebben ongetwijfeld meegespeeld. Toch durven we te stellen dat bedrijfseconomische factoren een doorslaggevende rol hebben gespeeld. De weigering van GM om ermee door te gaan in België, kadert in een bredere trend. Ons land scoort steeds slechter als het op internationale investeringen aankomt. We zetten in dat verband enkele recente studies op een rijtje.

Informaticagigant IBM voert jaarlijks een toonaangevend onderzoek naar de aantrekkelijkheid van landen voor buitenlandse investeerders. België gaat in 2009 met zes plaatsen achteruit tot plaats 33, waarmee een jarenlange neerwaartse trend in de ranking wordt voortgezet. Een studie van de Vlerick Management School in opdracht van de Amerikaanse kamer koophandel, bevestigt dit beeld: België wordt steeds minder aantrekkelijk als investeringsland voor Amerikaanse bedrijven. In 2008 halveerden de investeringen vanuit de VS naar ons land bijna, een veel sterkere inzinking dan de meeste Europese landen ondergingen. Consultancybureau PricewaterhouseCoopers stelt vast dat België in 2008 4procent van alle investeringsprojecten binnen Europa naar zich toe trok, maar liefst één vijfde minder dan in het voorgaande jaar. Ook zij schatten de toekomst somber in en vrezen dan ook dat ons land de komende jaren nog meer van zijn pluimen (en hoofdzetels) zal verliezen. In een gelijkaardige ranking uit 2009 van Ernst & Young zakt België van de vijfde naar de achtste plaats als meest aantrekkelijke Europese investeringsland, waarbij vooral Nederland zich opwerpt als grootste concurrent.

Opmerkelijk is dat we als investeringslocatie niet zo zeer terrein verliezen ten koste van lageloonlanden als China of Vietnam, maar ten opzichte van andere Europese landen. Bovenvermelde studies leggen de vinger telkens op dezelfde wonde als ze de relatieve achteruitgang van ons land verklaren. De complexe regelgeving, de weinig flexibele arbeidsmarkt, hoge belastingen en loonkosten zijn niet te onderschatten handicaps bij het aantrekken van buitenlandse investeringen. Vooral de belastingdruk op arbeid is funest. Onderzoek binnen VKW Metena toont aan dat Belgische werknemers in nettotermen gemiddeld minder verdienen dan werknemers in Frankrijk, Duitsland of Nederland. De loonkost (dus met inbegrip van allerlei bijdragen en belastingen) voor de werkgever ligt hier evenwel beduidend boven het niveau van onze buurlanden. Cijfers uit 2007 geven aan dat dit niet anders is in de autoassemblage-industrie; de uurloonkosten liggen hier bijvoorbeeld drie euro hoger dan in Duitsland, wat ontegensprekelijk meespeelt in de beslissing van GM.

De gevolgen van deze trendmatige achteruitgang laten zich gevoelen bij Opel Antwerpen, maar ook daarbuiten. Enkele jaren vóór Opel vertrok DHL, dochter van Deutsche Post, weg uit Diegem richting Duitsland. De toekomst van de Antwerpse vestiging van Bayer, die het voorbije decennium al sterk ingekrompen is, staat ondertussen eveneens ter discussie. Hoofdzetels van grote ondernemingen als Chiquita, Samsonite en Procter & Gamble zijn de voorbije jaren naar het buitenland verplaatst.

Koerswijziging

Zonder een fundamentele koerswijziging zal deze trend zich waarschijnlijk niet keren. Buitenlandse investeringen zijn nochtans traditioneel erg belangrijk voor een kleine open economie met relatief weinig 'eigen' multinationals als de onze. Hoewel slechts 7procent van alle ondernemingen in buitenlandse handen is, zijn zij verantwoordelijk voor 41procent van de totale tewerkstelling in Vlaanderen en Brussel. Maar liefst de helft van alle toegevoegde waarde wordt gecreëerd door buitenlandse ondernemingen. Indien België zich in de toekomst wil blijven profileren als investeringslocatie voor buitenlandse ondernemingen, zal er werk aan de winkel zijn. Hopelijk gaat er van de sluiting van Opel Antwerpen dan ook een louterend effect uit op het beleid. Anders zullen we ons opnieuw in een underdogpositie bevinden als de volgende multinational met besparings- of sluitingsplannen voor de dag komt.

KRIS BOSCHMANS
JOHAN VAN OVERTVELDT
Wie? Researcher, resp. algemeen directeur VKW Metena (en ex-hoofdredacteur Trends).
Wat? Het beleid moet lessen trekken uit de sluiting van Opel Antwerpen.
Waarom? België heeft buitenlandse investeerders nodig, maar de loonkosten zijn hier veel te hoog.

© 2010 Corelio