Het Twitter-dilemma

Auteur: 
Hans Diels

Opinie van Hans Diels (demorgen.be, 11 januari 2021)

Facebook en Instagram bannen Donald Trump de komende weken van hun platformen. Twitter verwijderde Trump definitief. De aanleiding hiervoor was de oproep van Trump om in Washington te komen betogen tijdens de certificering van de stemmen in het Amerikaanse Congres. Die betoging mondde uit in een bestorming van het Capitool waar Trump geen afstand van nam en pas na een hele tijd opriep om de ordediensten te respecteren.

Tot nu toe zijn de verschillende sociale-mediabedrijven heel omzichtig omgesprongen met de president. Het meest verregaand waren de meldingen bij tweets van de Amerikaanse president als hij het had over verkiezingsfraude. Daar stond dan mooi bij dat dit niet-gefundeerde claims waren of een verwijzing naar waar de lezer een correcte versie van de feiten kon krijgen. Maar een volledige ban van de president was nog nooit gebeurd.

Twitter en de andere SM-bedrijven moeten hier immers een heel smal pad bewandelen tussen het respect voor de vrije meningsuiting en het verspreiden van valse informatie en aanzetten tot haat en geweld.

Fake news

De eerste uitdaging komt er bij het aanpakken van fake news. Wat is immers nepnieuws? Sommige zaken zoals de claims van de Amerikaanse president over verkiezingsfraude zijn duidelijk nepnieuws, maar heel veel andere zaken zijn niet altijd volledig eenduidig. Heel veel nieuws is niet absoluut fout of juist. Vaak gaat het over de framing, over de accenten die in berichten gelegd worden om zaken anders voor te stellen naargelang de doelgroep. Zeker in een gepolariseerd medialandschap zal het zeer moeilijk zijn om een consensus te vinden over nepnieuws.

En de vraag is dan wie dat moet bepalen. Willen we dat Facebook en Twitter een soort waarheidspanels opzetten en dat die grote tech-bedrijven gaan bepalen wat het juiste nieuws is? Of moet er een externe organisatie komen die advies geeft hierover? Wie gaat hier dan in zitten? Vertegenwoordigers van de overheid? Gaan die dan bepalen wat echt nieuws is en wat niet. In China gebeurt dat zo, maar dat is dan ook weer niet het model dat we willen.

Europa-Amerika

Een tweede uitdaging is het volgen van de wet. Zaken die bijvoorbeeld in veel Europese landen verboden zijn, zoals Holocaust-ontkenning en het gebruik van nazisymbolen, zijn in de VS en een groot deel van de wereld toegestaan.

Hoe gaan globale sociale-mediabedrijven hiermee om? Komen er aparte versies van Twitter, Facebook en Instagram voor elke regio, voor elk land? Of wordt er een vorm van grootste strengste deler gemaakt en wordt alles wat ergens verboden is, overal verboden? Dan komen we natuurlijk in de problemen wanneer autoritaire regimes zaken gaan verbieden die wij niet willen, zoals bijvoorbeeld het opkomen voor homorechten.

Arabische Lente

Een derde probleem is de rol van sociale media in burgerbewegingen. Tien jaar geleden, in de Arabische Lente, werden Facebook en Twitter nog bejubeld omdat ze de opstanden tegen dictatoriale leiders in Tunesië, Egypte en veel andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten faciliteerden. Dankzij sociale media konden potentiële betogers metgezellen vinden en zich organiseren.

Tien jaar geleden, in de Arabische Lente, werden Facebook en Twitter nog bejubeld omdat ze de opstanden tegen dictatoriale leiders in Tunesië, Egypte en veel andere landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten faciliteerden.

Maar als de informatie die op deze platformen meer onderworpen wordt aan regulering, zullen autoritaire leiders hier zeker gebruik van maken om overheidskritische content te laten verwijderen. Nu gebruiken ze nog vaak internet-shutdowns om in een crisissituatie sociale media stil te krijgen, maar als alle kritische berichten gewoon preventief verwijderd kunnen worden, is dat natuurlijk eenvoudiger.

Terroristen of vrijheidsstrijders

En zo komen we terug bij Trump. Stel je voor dat er effectief grootschalige fraude zou zijn geweest door de zittende president en dat de door hem benoemde rechters dit niet zouden erkennen. Dat de rest van de Republikeinse partij en het Amerikaanse Hooggerechtshof hierin mee zouden gaan. Dit is allemaal niet meer zo onvoorstelbaar als het ooit was. Maar in dat geval zouden we toch willen dat Amerikaanse activisten zich zouden kunnen organiseren en reageren via sociale media.

En dan zitten we bij het adagium dat de een zijn terrorist, de ander zijn vrijheidsstrijder is. En wie gaat dan bepalen wie de terroristen zijn en wie de vrijheidsstrijders? De Democraten zagen de bestormers van het Capitool als terroristen, Trump zag ze anders… Dat is het Twitter-dilemma.