Het rapport van de BIS

De Bank for International Settlements fungeert als bank voor centrale banken. Daarnaast stimuleert de organisatie internationale monetaire en financiële samenwerking. De BIS is aldus uitstekend geplaatst om toelichting te geven over de stand van zaken in de internationale banksector. Naast de opvallende suggestie om financiële innovaties te registreren en aan een kwaliteitscontrole te onderwerpen, zijn een aantal conclusies van het lijvige rapport onderbelicht gebleven. We zetten er een aantal op een rijtje.

Terug naar ‘normale bankverliezen’

Een eerste opmerkelijke bevinding is dat de verliezen op gesecuriseerde producten (of herverpakte rommelkredieten) grotendeels achter de rug lijken. In het eerste kwartaal van 2009 bedroegen de wereldwijde verliezen van financiële instellingen op de vastgoedmarkt slechts 3 miljard euro, een opmerkelijke daling ten opzichte van de 55 miljard die in de tweede helft van 2008 werd opgetekend.

Dit houdt evenwel niet in dat de banksector uit de problemen is. Door de macro-economische neergang neemt het aantal wanbetalingen toe, zowel bij particulieren en ondernemingen. Afhankelijk van de duurte en zwaarte van de huidige recessie zal het aantal wanbetalingen onverminderd de hoogte ingaan, waardoor banken verdere verliezen in de meer traditionele activiteiten zullen moeten incasseren. De verzwakte positie waar talrijke instellingen zich momenteel in bevinden, maakt deze verliezen moeilijk om te dragen.

Kleinere en minder internationale financiële sector

Het voorbije decennium is de financiële sector sterk in omvang toegenomen en voor een aanzienlijk deel bijgedragen tot de economische groei in het algemeen. Dit leidde tot een overcapaciteit. De sector zal de komende jaren moeten krimpen indien ze voldoende winstgevend wil zijn. De kredietschaarste zal met andere woorden voorlopig blijven aanhouden.

Het inkrimpen van uitstaande leningen en balansactiva is momenteel al gaande. Banken plooien zich immers terug op hun traditionele thuismarkt, waar ze de risico’s beter kunnen inschatten en waar het (politiek) veel makkelijker is om de activiteiten terug te schroeven. Ook wat funding betreft, richten financiële instellingen zich in toenemende mate op de thuismarkt. Tot slot heeft het recente verleden de moeilijkheid van autoriteiten om om te gaan met internationale banken telkens opnieuw aan het licht gebracht. Denken we in dit verband maar aan de moeizame onderhandelingen met Frankrijk en Nederland toen Fortis en Dexia wankelden. Nieuwe beleidsmaatregelen zullen mogelijk internationaal bankieren aldus ontmoedigen. Kortom, financiële instellingen worden ‘nationaler’, waarmee een jarenlange trend omgezet wordt.

Central counterparties

Een opvallende aanbeveling om een herhaling van de huidige financiële crisis te voorkomen is het installeren van een zogenaamde ‘central counterparty’. Bij de verkoop van financiële producten moet een tussenpersoon tussen de koper en verkoper staan (een beetje gelijkaardig aan een veilingmeester), die opereert binnen een centraal handelsplatform. Instellingen zouden dus niet langer financiële activa kunnen verhandelen op bilaterale wijze zonder tussenkomst van deze veilingmeester. Op deze manier bestaat er een beter zicht op de verhandelde prijs en de ingenomen posities van verschillende marktpartijen. Deze nieuw op te richten organisatie kan ook een zekere standaardisatie vragen van financiële producten. Al te ingewikkelde, of risicovolle constructies kunnen op deze manier geweerd worden van de markt. Bovendien kan de veilingmeester de stabiliteit van het financieel systeem in goede banen brengen, bijvoorbeeld door het benodigde onderpand afhankelijk te maken van de economische situatie of ervoor te zorgen dat gedwongen verkopen van financiële activa niet aan bodemprijzen verhandeld worden.