Het overbruggingskrediet van de Vlaamse overheid

Auteur: 
Dirk Callens

Vlaamse overbruggingspremies laten toe dat ondernemingen hun personeel minder lang laten werken, zonder dat deze veel koopkracht moeten inleveren. Al 1400 werknemers, van in totaal 34 bedrijven hebben al beroep gedaan op deze overbruggingspremies, aldus De Standaard van 6 april. De overheid hoopt op deze manier tegemoet te komen aan ondernemers die zich geconfronteerd zien met een vraaguitval en willen besparen op loonkosten zonder werknemers te ontslaan. Deze  bijkomende financiële inspanning is evenwel enkel beschikbaar  voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering die hun arbeidstijd vrijwillig verminderen en is van tijdelijke aard.

In dit artikel leggen we uit hoe deze overbruggingspremies precies werken.

Overbruggingskrediet als alternatief voor ontslagen

De Vlaamse regering heeft op 20 maart 2009 een besluit goedgekeurd inzake aanmoedigingspremies voor werkgevers in het Vlaamse Gewest. De daarin voorziene maatregelen zullen hun werking behouden tot 1 januari 2011. Deze nieuwe regeling zal ondernemingen, die geconfronteerd worden met de economische crisis, de mogelijkheid bieden om hun tewerkstellingskost te verminderen zonder tot het ontslag van werknemers te moeten overgaan. Bestaande regelingen inzake economische werkloosheid of arbeidsduurvermindering mogen blijven bestaan.

De Vlaamse overheid heeft op dit moment 15 miljoen euro opzij gezet voor dit systeem. Het is zeer de vraag of dit voldoende gaat zijn indien de aanvragen blijven toestromen. Het systeem blijkt immers een vliegende start te nemen en blijkt vooral populair voor bedienden waarvoor (nog) geen tijdelijke werkloosheid mogelijk is.

Welke werkgevers komen in aanmerking?

Voor een werknemer in aanmerking kan komen voor de aanmoedigingspremie dient deze aan een aantal voorwaarden te voldoen:

  • hij (of zij) moet tewerkgesteld zijn in een onderneming met uitbatingszetel in het Vlaamse Gewest;
  • de onderneming moet ofwel beschikken over een federale erkenning als onderneming in moeilijkheden of herstructurering ofwel een substantiële daling van de economische activiteiten kunnen aantonen;
  • in de onderneming moet een plan opgemaakt worden met arbeidsherverdelende maatregelen;
  • na de arbeidsduurvermindering moet hij nog minstens 50% werken, anders kan er geen premie worden toegekend;
  • de aanvraag voor de premie moet uiterlijk op 30 juni 2010 worden ingediend.

Welke werknemers komen in aanmerking?

De premie is op zich te verkrijgen voor een duur van 6 maanden (verlengbaar met maximaal 6 maanden) voor een arbeidsduurvermindering tot en met 31 december 2010, maar:

  • hij of zij mag geen ander werk uitoefenen en geen zelfstandige activiteit hebben, tenzij hij of zij al één jaar voor zijn arbeidsduurvermindering zelfstandig is in bijberoep;
  • hij of zij mag geen onderbrekingsuitkering hebben in het kader van het federale tijdskrediet;
  • hij of zij mag geen werkloosheidsvergoeding ontvangen;
  • hij of zij kan de premie slechts ontvangen voor de duurtijd van het plan;
  • hij of zij mag tezelfdertijd geen andere Vlaamse aanmoedigingspremie ontvangen.

Voorwaarden onderhevig aan de premie

  • de overbruggingspremies zijn gekoppeld aan het indexcijfer;
  • op de Vlaamse overbruggingspremie wordt 30% bedrijfsvoorheffing ingehouden;
  • de Vlaamse overheid betaalt de overbruggingspremie maandelijks uit;
  • het initiële brutoloon mag niet overschreden worden;
  • vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de datum waarop de werknemer niet meer voldoet aan de voorwaarden tot het bekomen van de overbruggingspremie, verliest deze het recht op de premie;
  • elke wijziging in de persoonlijke situatie moet binnen de 30 dagen door de werknemer aan de Dienst Aanmoedigingspremies meegedeeld worden. De werkgever kan de wijzigingen meedelen, mits hij daartoe werd gemandateerd door de werknemers in het plan. Onrechtmatig verkregen premies worden teruggevorderd.

Hoeveel bedragen deze premies?

Vóór de arbeidsduurvermindering             Tijdens de arbeidsduurvermindering                   Bruto premie                    Netto premie

Min. 75% van een voltijdse betrekking      Je gaat halftijds werken                                           € 492,85                            € 345
                                                                         (minimum 75% => 50%)


Min. 70% van een voltijdse betrekking     Vermindering van minstens 20% van                     € 207,14                            € 145                                                                          een voltijdse betrekking                                                                                                                                                                           (minimum 70% => 50%) 

Min. 60% van een voltijdse betrekking     Vermindering van minstens 10% en de werktijd   € 135,71                             € 95
                                                                         en minder dan 20% van een voltijdse betrekking                             
                                                                        (minimum 60% => 50%)


Als de werktijd met minstens 20% verminderd wordt, krijgt men als alleenstaande – eventueel met kinderen ten laste – een bijkomende premie van 43,35 euro bruto (30,35 euro netto). Als werknemer dient men een attest van gezinssamenstelling (aan te vragen bij de gemeente) te voegen bij het aanvraagformulier.

Bijkomende premie bij het volgen van een opleiding

Als de werktijd met minstens 20% verminderd wordt en hiervan gebruik wordt gemaakt om een opleiding te volgen, kan men een bijkomende premie krijgen van 58,59 euro (41,01 euro netto). Hiervoor moet luik C van het aanvraagformulier worden ingevuld door de opleidingsinstelling en moet de opleiding aan één van de volgende criteria beantwoorden:

  • een opleiding bij de VDAB;
  • een opleiding die wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de sectorale opleidingsfondsen;
  • een opleiding die door de Vlaamse Overheid wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend, of een opleiding die daarmee gelijkgesteld is. De opleiding moet minimum 120 uren op jaarbasis bedragen.

Noodzakelijke procedure voor werkgevers

De werkgever zal een plan moeten opmaken dat het volgende moet bevatten:

1. opgave van de substantiële daling van minimum 20% van de omzet of de productie in één van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag ten opzichte van hetzelfde kwartaal van het jaar voordien. Als niet wordt uitgegaan van het laatste kwartaal voor de aanvraag, dan moet de dalende trend in de daaropvolgende kwartalen bevestigd worden;

2. de arbeidsherverdelingsmaatregelen
Voor de arbeidsduurvermindering in het kader van de overbruggingspremie:

- realisatie van de arbeidsduurvermindering: vermelding van aanpassing contracten en aangepast arbeidsrooster;
- lijst van werknemers die de overbruggingspremie zullen aanvragen;
- arbeidsduurvermindering (%) per werknemer;
- eventueel afspraken over opleiding die de brede inzetbaarheid tot doel hebben en aanduiden welke werknemers een opleiding zullen volgen;
- verklaring dat loonverlies wegens arbeidsduurvermindering met minder dan 50% gecompenseerd wordt door de werkgever.

3. opgave van het aantal arbeidsplaatsen die voorwerp zijn van de maatregel (aantal vermeden ontslagen);

4. opgave van de periode van de arbeidsduurvermindering. Deze periode mag maximaal 6 maanden duren. Deze periode is verlengbaar met maximaal 6 maanden. De aanvraag tot verlenging moet uiterlijk in de laatste maand van de lopende periode  worden ingediend.

Als de werkgever over een federaal attest van erkenning van onderneming in moeilijkheden of in herstructurering beschikt, moet deze een plan opstellen zoals hierboven beschreven, met uitzondering van punt 1. De aanvragen worden gebundeld opgestuurd met toevoeging van een exemplaar van het plan. Op elk aanvraagformulier wordt verwezen naar het plan.