Hervorming secundair onderwijs stelt zwaar teleur

Auteur: 
Serge Huyghe

Veruit het enige positieve aan de hervorming van het secundair onderwijs is het feit dat ze er eindelijk is. Voor de rest is het vooral een verhaal van gemiste kansen. Dit is zeker niet de ambitieuze hervorming van het secundair onderwijs waar velen op hoopten. Daar staan we mijlenver van af.

Zal de huidige modernisering van het secundair onderwijs de bestaande pijnpunten oplossen? De kans is groot dat de voorgestelde hervorming weinig zoden aan de dijk zal zetten. Met wat nu voorligt, zullen we blijven kampen met sociale ongelijkheid, jongeren die het secundair onderwijs zonder diploma verlaten, verkeerde oriënteringen, beperkte instroom in het nijverheidstechnisch onderwijs...

Er komt dus geen echte brede eerste graad, geen uitstel van studiekeuze en de opdeling tussen de onderwijsvormen ASO, TSO en BSO blijft bestaan. Van een grote hervorming kunnen we dus zeker niet spreken. Maar laten we eerlijk zijn. We hadden die grote hervorming, na het getreuzel van de afgelopen jaren, ook niet meer verwacht. Wat voorligt, is een weinig ambitieus politiek compromis. Er zijn amper keuzes gemaakt.

Keuze niet uitgesteld

Heel wat onderwijsdeskundigen zijn het erover eens dat de belangrijkste pijnpunten van ons secundair onderwijssysteem voortkomen uit het watervalsysteem. Daarbij starten de leerlingen zo hoog mogelijk, om vervolgens voortdurend af te zakken - via de onderwijsvormen ASO, TSO, BSO - en uiteindelijk zelfs vroegtijdig af te haken. Daarom werd er gepleit voor enerzijds de afschaffing van deze onderwijsvormen en anderzijds een uitstel van de studieoriëntering naar 16 jaar.

Met de voorliggende modernisering wordt de keuze echter niet op 16 jaar gelegd, maar al op 13 jaar (2de leerjaar van de eerste graad) waar ze een basisoptie kiezen.

Een uitgestelde studiekeuze is ook gekoppeld aan een brede eerste graad. Die is net de eerste aanzet tot een objectieve oriëntering. Maar die komt er dus ook niet. En ook van een getrapte studiekeuze waarbij je graad na graad, van 2 naar 1 domein, naar je uiteindelijke keuze evolueert, verdwijnt.

Hopelijk tonen de netten en koepels bij de concrete uitwerking iets meer durf en daadkracht dan onze politici.

Geen brede eerste graad

Een brede eerste graad garandeert dat de jongeren alle nodige competenties ontwikkelen om later nog voor alle mogelijke te richtingen kunnen gaan. En dit terwijl ze nog volop hun eigen talenten en passies ontdekken. Zelfs de opdeling tussen het aantal uren basisvorming en de vrije uren verschilt in de moderniseringsnota nauwelijks van wat nu reeds in voege is.

Positief is wel dat er de mogelijkheid is om in de eerste graad te remediëren en leerlingen op een systematische manier extra steun te kunnen geven. Of andere leerlingen op deze manier te laten verdiepen. Daarvoor zijn in het eerste en tweede jaar respectievelijk 5 en 7 uur voorzien. Voor de rest krijgen ze in het eerste jaar 27 uur en in het tweede jaar 25 uur algemene vorming.

8 studiedomeinen

Wel komt er een sterke scheiding tussen studierichtingen. Die hebben een duidelijk doel en zijn gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs, de stap naar de arbeidsmarkt voorbereiden of een combinatie van beide.

Die opsplitsing komt er al vanaf de 2de graad (3de leerjaar). Wat voor veel jongeren echter te vroeg is om zo'n belangrijke beslissing te nemen en zeker verkeerde oriënteringen niet zal voorkomen.

Er is dus een duidelijker opdeling in finaliteiten, maar het zal de studiekeuze er niet zoveel op vergemakkelijken. Vooral omdat de ASO-richtingen domeinoverschrijdend zijn ingedeeld.

ASO ontspringt dans

In de tweede en derde graad kunnen leerlingen kiezen tussen acht studiedomeinen. Een serieuze reductie want we komen van 29 studiegebieden. Dit is op zich wel positief te noemen. Ook de opname van het domein taal & cultuur is positief. Maar het zijn er geen 5 zoals de onderwijsverstrekkers vroegen. 

Bovendien ontspringt het ASO de dans omdat die studierichtingen als domeinoverschrijdend worden omschreven. Aan het ASO verandert er praktisch niks en dat is geen goede zaak.  Zo blijft ook humane wetenschappen, een zwakkere richting uit het ASO, bestaan.

Geen snoeiwerk

Ook andere hervormingen zijn veel minder verregaand: de basisopties worden in het 2de leerjaar A niet tot 3 herleid, maar slechts tot 11 in plaats van de huidige 20.

Aanvankelijk had men zwaar snoeiwerk in het aantal studierichtingen aangekondigd. Men sprak zelfs van -70%.  Maar ook hier is de ambitie beperkt gebleven. In de tweede graad blijven er 75 over (in plaats van 101). In de derde graad is de snoeibeurt nog beperkter: 146 in plaats van 157 richtingen. Maar ook hier gebeurt het snoeien niet in het ASO. 

En dit alles kan door de scholen vrijelijk ingericht worden. We krijgen in de praktijk een poespas aan domeinscholen, campusscholen… Geraak daaruit als ouder of leerling maar wijs aan. Het zal appelen met peren vergelijken zijn.

Wie meer achtergrond wil, kan de eerdere beleidsnota rond onderwijs en arbeidsmarkt lezen.