Hardnekkig brugpensioen

Eerder deze week raakte bekend hoeveel werknemers bij Opel Antwerpen met brugpensioen kunnen gaan. Ook bij Janssen Pharmaceutica komt na de bekenkmaking van een herstructurering het brugpensioen in het vizier. De uitvoering van het Generatiepact wordt daarmee voor de zoveelste keer op de helling gezet. Dat de maatschappelijke kostprijs van deze manier van werken hoog oploopt, blijkt uit de zeer lage activiteits- en tewerkstellingsgraden bij oudere werknemers in ons land.

(21/09/2007)
Eerder deze week raakte bekend dat bij Opel Antwerpen 1.011 arbeiders en 180 bedienden hebben ingetekend op de mogelijkheid met brugpensioen te gaan. Het brugpensioen stond enkel open voor werknemers ouder dan 50 jaar. Ook bij Janssen Pharmaceutica waar ongeveer 700 banen moeten sneuvelen, zal het brugpensioen wellicht van onder het stof gehaald worden. Daarmee is de zoveelste aanfluiting van het Generatiepact weer een feit. Blijkbaar zijn velen van mening dat brugpensioen het ideale middel is om onder de druk en het onbegrip van de publieke opinie onderuit te komen.

Op de achtergrond van dit schouwtoneel wordt onze economische groei bedreigd door een aanhoudende arbeidskrapte. Eind augustus stonden bij de VDAB 43.000 vacatures open. Het fenomeen is wijdverbreid. Nagenoeg alle regio's en sectoren kampen met een tekort aan arbeidskrachten. Bovendien richt ongeveer de helft van de openstaande vacatures zich tot geen of laaggeschoolden. Het residu wordt verdeeld tussen hoog en middengeschoolde profielen. Door de financiële compensaties die de bruggepensioneerden wordt toegekend gaan zij met al hun nuttige ervaring en kennis verloren voor de arbeidsmarkt. Ook het argument dat brugpensioen jobs vrijmaakt voor jongeren snijdt geen hout. De hoge inactiviteit bij ouderen gaat hand in hand met de hoge werkloosheidsgraad bij jongeren. De arbeidsplaatsen zijn er maar worden niet ingevuld.

Het leidt geen twijfel dat de maatschappelijke kostprijs van deze werkwijze hoog oploopt. In tabel 1 worden de activiteits- en tewerkstellingsgraden voor oudere werknemers in ons land vergeleken met die van enkele eurolanden die het op dat vlak beter doen. De uitstoot van ouderen in eigen land heeft geleid tot zeer lage activiteitsgraden voor 55 plussers. Gemiddeld zijn bij ons slechts 32,2% van de 55 plussers beschikbaar voor een job. De effectieve tewerkstellingsgraad ligt met 30,4% iets lager.

Willen we onze toekomstige economische groei en welvaart veilig stellen dan moeten onze activiteits- en tewerkstellingsgraden absoluut de hoogte in. Vooral bij de ouderen is de achterstand met de rest van Europa schrijnend. We moeten dringend werk maken van een activeringsbeleid voor oudere werknemers. Ook het bedrijfsleven zal moeten leren om anders om te gaan met ouderen. Specifieke loopbaanplanning voor ouderen of carrièreplanning op langere termijn zijn onontbeerlijke instrumenten op dat vlak.

Ouderen op de arbeidsmarkt, 2006 (55-64 jaar)

Activiteitsgraad   België Duitsland Nederland  Denemarken 
 Mannen  40,1  64,1 59,3  70,5 
 Vrouwen  24,3 46,7  38,7  55,8 
 Totaal  32,2 55,3  49,1  63,2 
         
 Tewerkstellingsgraad België  Duitsland  Nederland   Denemarken
 Mannen  38,3 56,1  56,6  68,1 
 Vrouwen  22,7 40,6  37,1  53,5 
 Totaal  30,4 48,5  46,9  60,9 

Bron: OESO

Geert Janssens
VKW Metena