Gebrekkig begrotingsbeleid zet ons sociaal-economisch model onder druk

Auteur: 
De Tijd

Opinie van Caroline Ven (De Tijd, 11 maart 2016)

In sommige omstandigheden is een begrotingstekort gerechtvaardigd, maar dan moet er wel een evenwicht zijn in gunstige tijden.

Het gapende begrotingsgat doet de gemoederen oplaaien. Het had geen verrassing mogen zijn. Berekeningen van de Nationale Bank van België gaven al eerder aan dat de taxshift allerminst een neutrale budgettaire operatie is.

Tegen 2020 zal het niet-gefinancierde tekort erdoor zelfs nog oplopen tot 6,6 miljard euro. Het is een aanleiding om de discussie weer te openen over de zin en de onzin van een strakke begrotingsdiscipline. Moeten we het pad naar het begrotingsevenwicht in 2018 per se aanhouden en, zo ja, op welke manier?

Economisch zijn er goede redenen te bedenken waarom een begroting een tekort mag vertonen. In tijden van zwaar economisch onweer is het zelfs positief dat via het begrotingsbeleid een zekere buffer wordt gegeven. Denk maar aan de stijging van de werkloosheidsuitkeringen voor mensen die tijdens een recessie hun job verliezen, zodat de koopkracht enigszins ondersteund wordt. En op het ogenblik dat bedrijven het water aan de lippen staat, kan men ook niet veel belastingen innen.

Begrotingsmarge

In dergelijke omstandigheden is een oplopend begrotingstekort perfect aanvaardbaar. Maar om aan onweer het hoofd te kunnen bieden, is het essentieel dat voldoende begrotingsmarge wordt opgebouwd als het economisch beter gaat. De hoofdreden waarom een begroting structureel in evenwicht moet zijn, is net om in tijden van nood voldoende flexibiliteit te hebben.

Het is inmiddels al zo’n vijftien jaar geleden, van rond de eeuwwisseling, dat dat in ons land nog het geval was. Uiteraard was er de forse verslechtering van het structureel deficit die volgde op de zware financieel-economische crisis van 2008. Maar intussen ligt die ook al ver achter ons en is de verbetering tegenover de andere landen van de eurozone erg bescheiden. Ons land staat in de eurozone zelfs op kop qua omvang van de structurele inspanning die we nog moeten leveren.

Het gebrek aan begrotingsbuffer is des te schrijnender omdat we fors hebben kunnen profiteren van een aanzienlijke rentemeevaller. De hoge schuldenlast maakt dat een rentedaling een erg positief effect heeft op onze begroting. In 2000 bedroegen de rentelasten nog 6,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Zelfs toen de staatsschuld vanaf 2008 opnieuw begon te stijgen, zijn de rentelasten dankzij de lage rentes blijven dalen tot 2,8 procent vorig jaar. Deze bonus werd helaas volledig opgesoupeerd. Het primair saldo brokkelde af van 6,6 procent naar 0 procent. Met andere woorden, als de rente de komende jaren opflakkert, zullen we onmiddellijk de factuur krijgen.

Overheidsbeslag

Toch valt er ook positief nieuws te melden. Het overheidsbeslag, zowel in termen van overheidsontvangsten als van -uitgaven, is de afgelopen jaren wat teruggedrongen. Maar de primaire uitgaven, dat wil zeggen zonder de rentelasten, liggen daarmee nog steeds een kleine 10 procent van het bbp boven hun niveau van rond de eeuwwisseling. Als dat vooral een bewuste investeringsagenda zou weerspiegelen, bijvoorbeeld in infrastructuur en innovatie, zou dat nog enigszins te vergoelijken zijn. Spijtig genoeg stellen we vast dat met 2,5 procent van het bbp aan overheidsinvesteringen ons land schromelijk achterloopt ten opzichte van andere Europese landen en daardoor ook die factuur naar de toekomst doorschuift.

Kortom, door het gebrek aan begrotingsdiscipline zetten we niet alleen ons huidige, maar ook toekomstige sociaal-economisch model op de helling.

Copyright © 2015 Mediafin. Alle rechten voorbehouden

Lees ook het opiniestuk in De Morgen of bekijk De Vrije Markt (Eén)