Follow the money!?

Auteur: 
Jan Henry

De groeilanden zijn opnieuw het walhalla voor investeerders, getuige de sloten kapitaal die naar China & co vloeien. Toch blijft enige voorzichtigheid en realiteitszin geboden voor wie de kudde wil volgen, want de op- en neergaande cyclussen wordt steeds korter.

Zoals water naar lager gelegen gebied stroomt, zo zoekt kapitaal onweerstaanbaar de bestemmingen met het hoogste rendement op. Voor wie er nog mocht aan twijfelen: beleggers hebben opnieuw geld geroken in de groeilanden en andere ontluikende markten. Het feit dat de rendementen op de Westerse markten niet kunnen overtuigen om kapitaal hier te verankeren, is daar zeker niet vreemd aan. Het Instititute of International Finance verwacht dat dit jaar 825 miljard dollar buitenlands privaat kapitaal in de groeilanden zal worden geïnvesteerd. De verwachting is dat deze kapitaalstroom de volgende jaren nog gevoelig zal aanwassen. Opvallend daarbij is dat vooral beleggers het hoge woord voeren, terwijl de bankgerelateerde kredietstromen aan de ketting blijven. Daarnaast blijven natuurlijk ook directe investeringen in nieuwe ondernemingen een vaste waarde, maar deze investeringsstroom loopt ook steeds meer in twee richtingen. Een toenemend aantal multinationals uit de groeilanden roert zich en koopt zich in op de Westerse markten.

Vierde kapitaalgolf naar groeilanden

Met deze nieuwe kapitaalstroom naar de groeilanden is een vierde golf investeringen op gang gekomen. De eerste golf piekte in het begin van de jaren ’80 toen Amerikaanse banken petrodollars recycleerden naar vooral Latijns-Amerikaanse landen, maar eindigde in tranen toen deze landen hun schulden niet meer de baas konden. Een tweede golf rolde aan in de jaren ’90, met deze keer vooral Zuidoost Azië als bestemming. Maar ook dit verhaal eindigde in een tranendal, vooral voor de Aziatische landen zelf. Het flitskapitaal vertrok namelijk even snel als het gekomen was en liet deze landen achter met een groot financieringsprobleem en dito recessie. De derde golf was van recentere makelij. Hij werd aangetrokken door de verbluffende groeicijfers van China en andere Aziatische tijgers, een doorstomende wereldeconomie waarin risico verbannen leek en een beleid van goedkoop geld in het Westen. Maar opnieuw ging het mis. Deze keer niet in de groeilanden, maar wel in de VS. Toch kregen heel wat investeerders in een Pavlov-reflex opnieuw koudwatervrees over de groeilanden. Deze risicoaversie bleek echter van korte duur en de groeilanden trekken opnieuw geld aan dat in het Westen tegen ultralage rentes te ontlenen valt. Deze nieuwe, vierde golf zou de kapitaalstromen wel eens veel hoger kunnen tillen dan de voorgaande golven.

De groeilanden trekken niet alleen veel kapitaal aan, dankzij een hoge spaardrift hebben ze ook een hoge interne autofinanciering. Dat laat deze landen toe om heel wat van de binnenstromende deviezen (vooral dollars) op te sparen als buitenlandse reserves. Dit is ook een bewuste verzekeringspolitiek van deze landen, die de zware crisis na de tweede kapitaalgolf niet vergeten zijn. De reserves bedragen intussen gemiddeld vijf keer de jaarlijkse instroom van kapitaal, zodat ze een nieuwe vlucht van buitenlands kapitaal vrij vlot zouden kunnen opvangen (zie grafiek 1),

Grafiek 1 : De kluizen van de groeilanden zitten tjokvol deviezen

Figuur_2

Bron: IMF, COFER database

De massale aankoop van buitenlandse deviezen houdt ook de wisselkoers van de munten van de betrokken landen kunstmatig laag, wat mooi meegenomen is om hun exportgeleide groeistrategie op de rails te houden. In een wereld die als geheel te veel spaart en te weinig consumeert, wordt dergelijk beleid echter steeds minder geapprecieerd. De kans neemt daarom toe dat de wereldwijde strijd om jobs en bestellingen ontaardt in een chaos van competitieve devaluaties en toenemend protectionisme.  Het is aan de vergadering van de G20 in Seoel om de kalmte te bewaren en het gezond verstand te laten zegevieren.

Intussen krijgen de kapitaalontvangende landen het steeds moeilijker om de toestroom goed te beheren. Heel wat landen zien hun munt in waarde stijgen, hun beurzen klimmen en inflatie de kop op steken. Om een oververhitting van hun economie en aantasting van hun concurrentiekracht te voorkomen, reageren steeds meer groeilanden met maatregelen om de instroom van “hot money” te beperken. Brazilië voerde bijvoorbeeld al een belasting in op binnenstromend kapitaal.

Boombustcyclus steeds korter

Investeerders die deze geldstromen volgen, kunnen voorlopig op twee oren slapen. De fundamenten onder de economieën van de groeilanden zijn stevig, dankzij een sterke productiviteitsgroei, betere demografische vooruitzichten, een verdere verstedelijking en vaak ook een verbeterende institutionele omgeving. Daarnaast is ook de prijs van aandelen en obligaties op de financiële markten van de groeilanden zeker niet overdreven duur te noemen. De koers-winstverhouding is er even hoog als op de Westerse beurzen. Ook obligaties zijn steeds meer in trek, ondersteund door de financiële gezondheid van de groeilanden. Op een dag zal de risicovrije rentevoet misschien in China bepaald worden in plaats van in de VS of Duitsland.

Zover zijn we nog lang niet, en enige voorzichtigheid blijft altijd geboden. Gooi dus niet heel uw fortuin naar de groeilanden. Een groot risico is een de-globalisatie in deze onevenwichtige wereldeconomie. De groeilanden staan nog niet stevig genoeg op eigen benen om zonder Westerse klanten door te stomen. “De rivier oversteken door de stenen onder de voeten te voelen”, is een mooi Chinees spreekwoord voor uw beleggingsstrategie.

Voorzichtigheid blijft troef, want het is opvallend hoe de op- en neergaande cyclussen (boom en bust) steeds korter worden. Tussen de crises van de eerste en tweede golf zat ruim 15 jaar. De derde crisis liet slechts 10 jaar op zich wachten. Trekken we dit patroon door, dan is crisis nummer vier over 5 jaar te verwachten. Er valt dan ook veel te zeggen voor een stabielere architectuur van het wereldwijd financieel stelsel en een wereldeconomie die evenwichtiger uitgebalanceerd is. Als reactie op de crisis worden de volgende jaren wel stevigere schokdempers gebouwd, vooral in het banksysteem, maar zolang de bankiers genieten van de bonussen van risicohandel en zolang ze de verliezen bij de belastingbetaler kunnen dumpen, is het systeem niet ten gronde veranderd. Anders gezegd: er zitten geen remmen op het wereldwijd financieel systeem, waardoor het af en toe uit de bocht gaat en, zoals in 2008, tegen een boom knalt.