Fiscale cadeautjes die zullen moeten sneuvelen

Jaarlijks rateert onze fiscus voor 25 miljard euro aan inkomsten ten gevolge van allerlei fiscale aftrekken in de personenbelasting. Een toestand die ondhoudbaar is, gegeven de precaire toestand van onze openbare financiën. Minstens een aantal van deze fiscale cadeautjes zullen moeten sneuvelen. De aftrek voor dienstencheques ligt reeds nadrukkelijk in het vizier. Maar volgens ons kan er ook op de woningaftrekken flink worden bespaard.

Een wir war van uitzonderingen

Dat ons fiscaal systeem bulkt van de uitzonderingen die de belastbare basis onderuit halen, zou u niet mogen verwonderen. Nog nooit was de belastingaangifte zo complex. Het aantal aftrekken nam het voorbije decennium exponentieel toe en is opgelopen tot meer dan 130. De personenbelasting werd steeds meer een speeltuin voor Sinterklaaspolitiek. Niet alleen de wildgroei maar ook twijfels over de effectiviteit van deze werkwijze vragen om een rationalisatie van het aantal maatregelen en aftrekposten. Er zijn echt wel betere manieren om te komen tot een vergroening van onze economie (Cf aftrekken voor energiebesparende uitgaven, zonnepanelen, passiefhuizen, schone wagens, roetfilters,...) of het voeren van een sociaal beleid.

Vele kleintjes

Het kortwieken van de lange lijst aftrekken zou de belastingaangifte ongetwijfeld een flink stuk vereenvoudigen. Maar zou het ook iets opbrengen voor de schatkist? Voor heel wat recente maatregelen gaat het uiteindelijk over kleine bedragen. Het voordeel is dat ze snel kunnen worden geliquideerd zonder al te veel electorale heisa. Een uitzondering zijn de dienstencheques in welk geval het kostenplaatje van de aftrek vandaag naar schatting oploopt tot meer dan 200 miljoen euro (70 miljoen euro in 2007). De kostprijs van deze aftrek is niet te verwarren met de totale kostprijs van het systeem die 2 miljard euro beloopt maar het spreekt voor zich dat de volgende regering de fiscale aftrekbaarheid van dienstencheques naar alle waarschijnlijkheid zal beperken, zo niet afschaffen.

Grote bedragen

Wie zoekt naar grotere bedragen werpt best een blik op tabel 1. Daar springen de belastingvrije sommen in het oog. Met 9,6 miljard euro aan gederfde inkomsten voor het inkomstenjaar 2007 zijn ze de duurste aftrekpost. Hier verwachten we niet meteen een grote verandering of forse besparingen. En dat is maar goed ook want prutsen aan het belastingvrij minimum zou grote gevolgen hebben voor de progressiviteit van het systeem. Ook wat valt onder de noemer 'sociaal beleid' (verminderingen voor pensioenen, vervangingsinkomens, kinderbijslagen,...) en de aftrek van beroepskosten mag buiten schot blijven. Voor vervangingsinkomens zou je, bijvoorbeeld, de aftrek voorwaardelijk kunnen maken aan de bereidheid tot het zoeken van werk maar ook nu geldt dat een activeringsbeleid niet via de fiscaliteit moet worden gevoerd.

Tabel 1 – Kostenplaatje fiscale aftrekken in de personenbelasting

Fiscale_aftrekken

Bron: Federale begroting

Hypothecaire aftrekken

Wat volgens ons wel nadrukkelijk in het vizier zou mogen komen te liggen, zijn de aftrekposten die te maken hebben met het verwerven van een eigen woning. De kostprijs hiervan loopt op tot ongeveer 2 miljard euro terwijl de effectiviteit ervan duchtig in vraag mag worden gesteld. Internationaal onderzoek toont namelijk aan dat het kunnen aftrekken van intresten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen vooral prijsverhogend werkt. Wie een woning verwerft, rekent het belastingvoordeel immers door bij het bepalen van zijn terugbetalingscapaciteit. Het grotere lening is vaak het resultaat. Omdat ook banken en vastgoedmakelaars daarin zeer bedreven zijn, worden de prijzen op die manier kunstmatig in de hoogte gejaagd. Wat voor de staat een minderinkomst is, wordt in de praktijk een marktverstorende subsidie van 2 miljard euro per jaar.

Vastgoedzeepbel?

Een bijkomend gevaar van de vele aftrekken maar ook subsidies voor de woningmarkt in het algemeen, is dat ze via prijsstijgingen het vastgoed tot een interessante belegging maken. Die beleggingsvraag stuwt de prijs nog meer in de hoogte waardoor een zeepbel kan ontstaan. De ervaringen in de VS, Ierland en Spanje tonen aan dat dit gevaar niet denkbeeldig is. Hiermee hebben we nog niet gezegd dat de Belgische woningmarkt is uitgegroeid tot een zeepbel. Het spreekt evenwel voor zich dat ook bij ons de prijzen de afgelopen decennia onwaarschijnlijk snel zijn gestegen. Verschillende internationale gezaghebbende bronnen schatten de overwaardering dan ook binnen een range van 20 tot 50%. Ze komen tot die conclusie door de Belgische prijsstijgingen te vergelijken met die in het buitenland. Andere knipperlichten zijn de veel snellere stijging van de huizenprijzen in vergelijking met de huurprijzen of de stijging van onze nationale welvaart. Het beperken of afschaffen van de betreffende fiscale maatregelen zou de overwaardering mogelijks doen terugdraaien. Insiders wijzen in dat geval op de mogelijke gevaren voor een ineenstorting van de Belgische huizenmarkt. Internationale ervaring leert echter ook nu dat het beter is om de lucht – als ze er is - zo vroeg mogelijk uit de bel te laten.

Naar een grote fiscale hervorming

Wat er ook mogen aan zijn van een overwaardering van de Belgische vastgoedmarkt, het subsidiëren van prijsstijgingen in tijden van besparingen, is onhoudbaar geworden. Ook moeten we vaststellen dat in het Belgisch fiscaal systeem de belastbare basis te veel werd onderuit gehaald? De gehanteerde manier van werken heeft bijgedragen tot een steeds grotere complexiteit en ondermijnt de efficiëntie van het fiscaal beleid. Het controleren van de talrijke aftrekposten is bovendien zeer tijdrovend, vaak zelfs ondoenbaar. We pleiten hier zeker niet voor de invoering van een vlaktaks maar het drastisch verminderen van de complexiteit zou ook de efficiëntie van het inningsysteem ten goede komen. Ook via die weg liggen vele honderden miljoenen euro aan besparingen in het verschiet.