Fiscaal gunsttarief voor octrooien

Auteur: 
Dirk Callens

De Tijd meldde in een artikel van 15 januari 2010 dat het fiscaal gunsttarief voor octrooien niet begeerd is. Het biotechbedrijf Movetis zou als eerste gebruik gemaakt hebben van de octrooibelastingaftrek terwijl deze nochtans al in het leven is geroepen door een wet van 2007 en van kracht is sinds aanslagjaar 2008.

Dit gunsttarief is in leven geroepen om tegemoet te komen aan twee verzuchtingen. Ten eerste wenste men ondernemingen te motiveren om meer te innoveren. Immers, het fiscaal gunsttarief bezorgt de ondernemingen meer inkomsten zonder extra kosten. Ten tweede wou men bekomen dat ondernemingen hun octrooien wel degelijk in België zelf indienden in plaats van in het buitenland en zo wou men onrechtstreeks buitenlandse octrooicentra naar België lokken.

Deze regeling voorziet dan ook, in een notendop, in de mogelijkheid om de belastingdruk die ondernemingen ondervinden op hun octrooi-inkomsten te doen dalen van 33,99% tot maximaal 6,8%. Tot op heden zijn er echter weinig bedrijven die hier gebruik van gemaakt hebben, waarschijnlijk omdat de regeling niet genoeg bekendheid heeft verworven. We zullen hieronder dan ook even stilstaan bij het begrip octrooi en wat dit fiscaal gunsttarief dan net inhoudt.

Definitie en nut van octrooien

Volgens de site van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie is een octrooi een tijdelijk en exclusief recht op de exploitatie van een uitvinding, dat door de overheid wordt verleend in ruil voor het bekendmaken van de uitvinding.

Dit economisch voordeel t.a.v. eventuele concurrenten compenseert de investering die tot de uitvinding heeft geleid. Men kan het octrooi vervolgens zelf exploiteren of men kan er ook voor opteren om het octrooi aan te wenden als bron van inkomsten door het te verkopen of door het verlenen van licenties. Het verlenen van een licentie houdt in dat men als octrooihouder, via een contract, aan de licentiehouder de toelating geeft de geoctrooieerde uitvinding te exploiteren, gewoonlijk tegen vergoeding.

Uiteraard kan men dit recht niet zomaar verkrijgen. De uitvinding moet immers voldoen aan een aantal strikte voorwaarden, zoals: de uitvinding moet nieuw, inventief, industrieel toepasbaar en toegelaten zijn. Deze vereisten moeten cumulatief vervuld zijn en worden door het octrooibureau onderzocht voorafgaand aan de toekenning van het octrooi.

Een octrooi kan zowel slaan op een voortbrengsel als op een resultaat of werkwijze. Dit wil zeggen dat zowel een nieuw product, materiaal of werktuig als een methode voor het produceren hiervan of voor het bereiken van een bepaald resultaat het voorwerp van een octrooi kunnen zijn.
Wat belangrijk is, is dat men als houder van een octrooirecht gedurende een bepaalde termijn (max. 20 jaar) en binnen een gegeven territorium het recht geniet om iedere derde te verbieden de uitvinding te gebruiken en na te maken. Er zijn een aantal uitzonderingen, maar deze zouden ons te ver leiden.

Het hele octrooisysteem is aldus gebaseerd op een ruilprincipe: in ruil voor het recht om de exploitatie van zijn uitvinding aan derden zonder zijn toestemming te verbieden, stemt de houder van het document van een octrooi in met de publicatie van de details van zijn uitvinding. Het octrooidocument bevat dan ook een volledige omschrijving van de te beschermen uitvinding. Het moet immers mogelijk zijn voor de gemiddelde vakman om op basis van die omschrijving de uitvinding te reproduceren. Octrooidocumenten bevatten dan ook een schat aan informatie en zijn gratis consulteerbaar via internet.

Op wie is het fiscale gunsttarief van toepassing?

Zoals gezegd is de aftrek voor octrooi-inkomsten een stimulans om ondernemingen aan te zetten tot technologische innovatie. Deze regeling geldt dan ook voor alle sectoren en alle ondernemingen.

Het gunsttarief is van toepassing op Belgische vennootschappen (onderworpen aan de vennootschapsbelasting) en Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen (onderworpen aan de belasting niet-inwoners/vennootschappen).

Welke intellectuele eigendomsrechten?

Het gunsttarief is van toepassing op de inkomsten uit octrooien en aanvullende beschermingscertificaten. Het is aldus niet van toepassing op andere inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten zoals fabrieks- of handelsmerken, knowhow (behalve wanneer het gaat om de commercialisatie van knowhow die inherent is aan of onlosmakelijk verbonden is met een geoctrooieerd product of procédé), modellen, …

Niet enkel Belgische en Europese octrooien met gelding in België komen in aanmerking, maar ook octrooien met gelding in andere landen.

Onder octrooien wordt verstaan:

  • Zelf ontwikkelde octrooien: Octrooien of aanvullende beschermingscertificaten waarvan de vennootschap octrooihouder of certificaathouder is en die geheel of gedeeltelijk door de vennootschap zelf werden ontwikkeld in onderzoekscentra die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vormen;
  • Verworven octrooien: Octrooien, aanvullende beschermingscertificaten of licentierechten met betrekking tot octrooien of aanvullende beschermingscertificaten die de vennootschap van derden heeft verworven op voorwaarde dat die geoctrooieerde producten of procedés geheel of gedeeltelijk door de vennootschap verder werden verbeterd in onderzoekscentra die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vorderen ongeacht of deze verbetering aanleiding heeft gegeven tot bijkomende octrooien.

Welke octrooi-inkomsten?

Het gunsttarief is van toepassing op de volgende octrooi-inkomsten:

  • Vergoedingen voor licenties: De vergoedingen, van welke aard ook, voor licenties die door de vennootschap zijn verleend op octrooien, in zover deze vergoedingen in het in België belastbare resultaat van het belastbaar tijdperk voorkomen. Indien er bijzondere verhoudingen zijn tussen de schuldenaar van de vergoedingen en de ontvangende vennootschap, kan de aftrek enkel in zover deze vergoedingen niet hoger zijn dan de vergoedingen die tussen onafhankelijke ondernemingen zouden zijn overeengekomen.
  • Vergoedingen begrepen in de verkoopprijs: De vergoedingen die aan de vennootschap voor het belastbaar tijdperk zouden verschuldigd zijn indien de goederen die door of voor rekening van de vennootschap worden geproduceerd of de diensten die door of voor rekening van de vennootschap worden geleverd, zouden worden geproduceerd of geleverd door een derde op grond van een licentie verleend door de vennootschap op octrooien en indien tussen de vennootschap en de derde zodanige voorwaarden zouden zijn overeengekomen als tussen onafhankelijke ondernemingen en in zover deze vergoedingen in het in België belastbare resultaat van het belastbaar tijdperk zouden voorkomen.

Ingeval de vennootschap vergoedingen ontvangt die niet uitsluitend betrekking hebben op octrooien, komt in beginsel alleen het gedeelte dat betrekking heeft op octrooien in aanmerking. De hierboven vermelde octrooi-inkomsten omvatten niet de bijdrage in de werkelijke kosten van onderzoek en ontwikkeling die door de vennootschap worden gedragen.

Teneinde te vermijden dat Belgische vennootschappen of inrichtingen, octrooien of licentierechten zouden verwerven en deze op hun beurt terug in licentie zouden geven zodanig dat ze enerzijds inkomsten zouden ontvangen die in aanmerking komen voor octrooi-aftrek en anderzijds aftrekbare kosten creëren (de te betalen vergoedingen), heeft de wetgever bepaald dat de volgende elementen in mindering dienen te worden gebracht van de berekeningsbasis voor de octrooi-aftrek:

  • De voor het belastbare tijdperk aftrekbare vergoedingen die door de Belgische vennootschap of inrichting verschuldigd zijn aan derden met betrekking tot de verworven octrooien of licentierechten.
  • De tijdens het belastbare tijdperk toegepaste afschrijvingen op de aanschaffings- of beleggingswaarde van de verworven octrooien of licentierechten.

Berekening van het gunsttarief

De aftrek voor octrooi-inkomsten bedraagt 80% van de hoger vermelde octrooi-inkomsten. De reële belastingdruk op deze inkomsten wordt dan ook verminderd tot een belasting van maximaal 6,789% (i.p.v. 33,99%).

Let wel op, het gaat hier enkel om inkomsten verkregen uit octrooien die vóór 1 januari 2007 nog geen verkopen van geoctrooieerde producten of diensten aan onafhankelijke derden door de Belgische vennootschap (of inrichting), een licentienemer of een verbonden onderneming tot gevolg hebben gehad.

Om van de octrooi-aftrek te kunnen genieten moet de belastingplichtige een opgave bij de aangifte voegen.

Een laatste en technisch aspect is dat de octrooi-aftrek fiscaal technisch plaats vindt na de dbi-aftrek en vóór de notionele interestaftrek, aftrek van vorige verliezen en de investeringsaftrek. De octrooi-aftrek kan worden genoten in combinatie met vermelde aftrekken, doch niet benutte octrooiaftrek is evenwel niet overdraagbaar.