Federale begroting: gewogen en (te) licht bevonden

Onze federale regering staat voor een immens zware uitdaging. Volgens de Hoge Raad van Financiën dreigt het overheidstekort op te lopen tot 25 miljard euro, ofwel 7.5 procent van het BBP bij ongewijzigd beleid. Gemengde gevoelens overheersen bij de evaluatie van de begroting en beleidsverklaring van Van Rompuy. Aan de ene kant is de begroting meer dan een lege doos, zoals her en der gevreesd werd, vooral na diverse verklaringen uit PS-hoek. Bovendien is het niet evident om forse besparingen door te voeren tijdens de zwaarste naoorlogse recessie. Aangezien het merendeel van de budgettaire ontsporing structureel is en dus niets te maken heeft met de economische crisis, ruimt de huidige regering in zekere zin de puinhoop op van een budgettaire ontsporing van het laatste decennium.

Desondanks beschouwen we deze begroting als een gemiste kans die het land wel eens duur te staan zou kunnen komen. De vooropgestelde maatregelen lezen als een slap compromis van vijf partijen zonder duidelijke lijn. Ondanks de hoge belastingsdruk heeft men eerder de staatsinkomsten verhoogd in plaats van aan uitgavenzijde te werken. Het rijtje nieuwe uitgaven hebben veel weg van onderhandelingstoetjes om de verschillende regeringspartijen tevreden te houden. We hebben hierbij vijf concrete bedenkingen bij het bonte allegaartje van maatregelen dat nu op tafel ligt.

1. De ‘nucleaire bonus’

Allereerst vallen de extra overheidsinkomsten van het langer open houden van onze kerncentrales zwaar tegen gezien de hooggespannen verwachtingen. Energieregulator CREG berekende een aantal weken geleden nog dat het tien jaar langer openhouden van alle kerncentrales 12 miljard euro extra winst oplevert. Desondanks wordt de bijdrage keer op keer teruggeschroefd en komt ze steeds meer in de buurt van de 170 miljoen euro bijdrage per jaar die de energiereus zelf altijd heeft vooropgesteld. De jaarlijkse nucleaire bonus van 215 tot 245 miljoen euro die nu op tafel ligt, is zelfs minder dan de bijdragen die Elektrabel vorig en dit jaar zou moeten leveren (250 en 500 miljoen euro respectievelijk). Aangezien deze bijdragen mogelijk al uit de begroting geschreven zijn (onze minister van Begroting verandert hieromtrent weleens van mening), lijkt ook deze schamele bijdrage voor de komende jaren verre van gegarandeerd. In ruil wordt de monopoliepositie (en de onderhandelingspositie) van de Franse groep verder verankerd en is er ook geen enkele garantie dat de bijdrage niet wordt doorgerekend aan de consument, die al een hoge elektriciteitsprijs betaalt, vooral vergeleken met onze zuiderburen.

2. Belastingen op de banksector

Een gelijkaardige kritiek gaat op voor de jaarlijkse bijdrage van 540 miljoen euro die de banksector onder de vorm van een verzekeringspremie moet ophoesten. Hoewel politiek makkelijker te verkopen dan een additionele belasting voor gezinnen, komt een dergelijke bijdrage wellicht op hetzelfde neer. Banken moeten hun aangetaste balansen herstellen en zullen deze verzekeringspremie naar alle waarschijnlijkheid doorrekenen aan hun cliënten, te zeggen u en ik.

3. Het zoveelste banenplan

Ondanks de wetenschappelijke evidentie dat banenplannen voor specifieke doelgroepen een zware administratieve meerkost met zich meebrengen en veelal ten koste gaan van andere doelgroepen, is er toch 300 miljoen vrijgemaakt voor een nieuw banenplan voor jongeren. Los van de vraagtekens rond de efficiëntie van banenplannen in het algemeen, leert een korte studie ons dat er momenteel al 112 banenplannen in voege zijn, voor zowat alle denkbare doelgroepen. Het is dan ook vreemd dat er toch middelen zijn vrijgemaakt voor banenplan nummer 113.

4. Gebrek aan achtergrondinformatie

Tot slot vragen we ons af waar de tijd is gebleven dat er bij de voorstelling van de begroting omstandige documentatie en achtergrond werd verschaft. De laatste die daarvoor zorgde was Herman Van Rompuy, weliswaar in de hoedanigheid van minister van begroting (in 1999). Een voorbeeld ter zake is de strijd tegen de sociale en fiscale fraude die bij elk begrotingsdebat uit de hoge hoed getoverd wordt. In de horeca zou de deze strijd bijvoorbeeld het mooie ronde bedrag van 50 miljoen euro opleveren zonder dat het duidelijk is hoe dit bedrag berekend wordt. Zonder de noodzaak van fraudebestrijding te willen aanvechten, zou een grondige berekening en een omstandige precisering van genomen maatregelen zeer welkom zijn.

5. Geen structurele aanpak van onze problemen

Dé reden waarom we deze begroting en de beleidsverklaring in het algemeen een gemiste kans noemen, is het gebrek aan een structurele aanpak van ons sociaal-economisch bestel. We noemen terzake vier elementen: onze internationale concurrentiepositie, de talrijke werkloosheidvallen, de sociale zekerheid en het uit zijn voegen gegroeide overheidsapparaat. Zoals we keer op keer benadrukken, zit de internationale concurrentiepositie van onze ondernemingen ongeveer 10% uit koers ten aanzien van de drie buurlanden, vooral ten gevolge van de hoge loonkosten. De regering verzuimt het om hier werk van te maken of om maatregelen te nemen om het investeringsklimaat in ons land aantrekkelijker te maken. De werkloosheidsvallen in België hebben veel te maken met een te gering verschil tussen inkomsten uit arbeid en vervangingsinkomens. Ook deze situatie blijft ten gronde onveranderd. België krijgt haar publieke financiën trouwens nooit structureel onder controle zonder een fundamenteel hogere tewerkstellingsgraad, een doelstelling die nauw samengaat met het wegwerken van deze werkloosheidsvallen.

Bovendien is het betreurenswaardig dat een onbetaalbare erfenis uit het verleden niet wordt herzien. De groeinorm van de gezondheidszorg van 4,5% bovenop de inflatie blijft immers behouden, ondanks de economische dalperiode. De belofte om het niet-gebruikte gedeelte van deze groeinorm aan te wenden voor de vorming van een toekomstfonds ter opvang van de kosten van de vergrijzing, stelt bitter weinig voor en lijkt sterk op een gesofistikeerde broekzak vestzak operatie. Dat het ambtenarenkorps overbevolkt is en gesaneerd kan worden zonder de dienstverlening voor de burger aan te tasten, is het opentrappen van een open deur. In de beleidsverklaring van onze premier is het, buiten saneringen bij defensie, nochtans niet duidelijk welke inspanningen hier geleverd zullen worden.

De door de regering Van Rompuy afgeleverde begroting en de daarbij horende beleidsverklaring stellen alles bij elkaar toch wel teleur. De kans om de crisis aan te wenden om lang uitgestelde structurele hervormingen nu door te voeren, is voor een groot stuk gemist. Zo de indruk die wij alvast hebben dat met deze concrete coalitie allicht geen beter resultaat mogelijk was, correct blijkt te zijn, kan er weinig soelaas gevonden worden in de rustige vastheid die premier Van Rompuy op de hem eigen manier probeerde uit te stralen.