Fair value accounting: Hoe boekhoudkundige regels bijdroegen tot de crisis

Oproepen ten spijt dat het Anglo-Saksische economische model failliet is, zal het kapitalisme, en het financiële systeem zoals we dat nu kennen, blijven bestaan. De zwaarste crisis in de naoorlogse geschiedenis zal hier niets aan veranderen. Een aantal aanpassingen binnen het financiële systeem zijn evenwel allicht wel op hun plaats. Er moeten lessen getrokken worden uit de hele geschiedenis. Deze discussie zal zich, naar ons inziens, kristalliseren rond een aantal punten. Eén van die punten is fair value accounting. Hoewel weinig bekend, hebben boekhoudkundige verplichtingen bijgedragen tot zowel het uitbreken van de crisis als tot de uitdieping ervan.

Fair value accounting

Fair value accounting, ook wel mark to market accounting genoemd, houdt in dat de boekhoudkundige waarde van een activum overeen komt met de huidige marktprijs en aldus kan verschillen met de historische waarde. De maatstaf is de waarde waaraan het activum verkocht zou kunnen worden op de vrije markt. Deze methode moet voorkomen dat banken een incorrecte waarde hechten aan hun portefeuille. Indien bepaalde delen van de portefeuille minder of meer waard zijn dan aanvankelijk gedacht, verandert dit de financiële positie van de bank en komt dit ook tot uiting in de balans. Vanaf 1 januari is elke beursgenoteerde onderneming uit de EU verplicht om te voldoen aan de zogenaamde IFRS 7 regels. Fair value accounting maakt hier deel van uit.

Destabiliserend in crisistijden

Critici verwijten deze boekhoudkundige verplichtingen echter dat ze procyclisch zouden werken. Ze versterken economische crisissen. In een economische neergang daalt de marktwaarde van bankactiva. Aangezien financiële instellen aan bepaalde kapitaalvereisten moeten voldoen, zet een grootschalige afboeking van bankactiva aan tot gedwongen verkopen. Dit zet de waarde van deze activa verder onder druk. Bovendien veroorzaken afboekingen liquiditeitstekorten, wat de kredietverstrekking bemoeilijkt en de conjunctuurverslechtering verder voedt. Een neerwaartse spiraal is met andere woorden nooit ver af. Dit is precies wat er de laatste maanden plaats vond toen de Amerikaanse hypotheekmarkt in elkaar stortte en allerlei financiële producten onverkoopbaar werden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kritiek op de boekhoudkundige regels is aangegroeid sinds het uitbreken van de crisis. Indien de afboekingen gespreid konden worden in de tijd, of minder grote proporties aangenomen hadden, zouden banken minder liquiditeitsproblemen gekend hebben en zouden de gevolgen milder geweest zijn, zo luidt de redenering.

Een bijkomend probleem voor het gebruik van fair value accounting in crisistijd is dat er nauwelijks een actieve markt bestaat voor talrijke activa en de marktwaarde aldus moeilijk te bepalen is. De handel in "commercial paper" is bijvoorbeeld vrijwel stilgevallen door de voortdurende crisis, waardoor het niet duidelijk is aan welke waarde deze producten geboekt moeten worden. Verschillende methodes kunnen toegepast worden, met mogelijk sterk verschillend resultaat.

Economische zeepbellen

Niet alleen crisissen, maar ook economische hausses worden versterkt door fair value regels. De marktwaarde van bankactiva worden immers continu de hoogte ingedreven wanneer het economisch goed gaat. Dit leidt tot extra kredietverstrekking en investeringen. Indien de huizenmarkt bijvoorbeeld een ongekende bloei kent, worden hypotheekleningen meer waard. Hierdoor versterkt de financiële positie van banken gevoelig en gaat men op zoek naar bijkomende investeringsprojecten. Banken verstrekken aldus extra hypotheekleningen en de immobiliënmarkt gaat meer projecten aan. Dit is deel van het verhaal waarom huisprijzen in landen als de VS, Spanje en Ierland zo sterk gestegen zijn de voorbije jaren. De keldering van de huizenmarkt zoals we die momenteel meemaken in deze landen, zou veel beperkter geweest zijn mochten prijzen geen dermate sterke groei gekend hebben.

Weinig alternatieven

Op 13 februari 2008 publiceerde The Financial Times een artikel waarbij de financiële crisis omschreven werd als een test voor fair value accounting. De test is niet bijster goed verlopen. De boekhoudpraktijk heeft de vastgoedzeepbel in de hand gewerkt en de liquiditeitsproblemen van financiële instellingen acuter gemaakt. Het is evenwel niet duidelijk welk alternatief te prefereren is boven mark to market regels. Het lijkt namelijk geen goed idee om de waarde van risicovolle producten te laten bepalen van de eigenaars of volledig los te koppelen van de huidige marktwaarde. Hypotheekleningen, en allerhande ingewikkelde financiële producten, zijn minder waard geworden en de balans moet hier een weergave van bieden. Een aanpassing van het systeem lijkt wel op zijn plaats.

Afwijkingen in uitzonderlijke omstandigheden

Mark to market accounting is in het leven geroepen in de veronderstelling dat de markt een correcte inschatting kan maken omtrent de waarde van financiële producten. Zowel wanneer het economisch bijzonder goed als erg slecht gaat, overreageert deze markt typisch. De marktwaarde van bepaalde activa wordt onrealistisch hoog of onrealistisch laag ingeschat. In deze gevallen zouden de boekhoudkundige regels versoepeld kunnen worden. In de VS is het toegelaten om, in uitzonderlijke omstandigheden, bepaalde beleggingen te herclassificeren om al te zware afboekingen te vermijden. De Europese Unie is heeft in oktober met de International Accounting Standard Board (IASB) overeen gekomen om een gelijkaardige regeling door te voeren. Banken blijven verplicht om de boekhoudkundige waarde te laten overeenstemmen met de heersende marktwaarde, maar er worden uitzonderingen gemaakt tijdens crisissen. Tijdens een economische "boom" zouden de regels echter eveneens aangepast moeten worden. Ook in dergelijke omstandigheden geeft de marktwaarde een vertekend beeld en leidt dit mogelijk tot zeepbellen.

Versoepeling van kapitaalvereisten

Een tweede idee is om de kapitaalvereisten te versoepelen van banken die massaal afboekingen op hun portefeuille moeten doorvoeren. Momenteel ziet een bank in dergelijke situatie zich gedwongen om een deel van haar activa verkopen om aan kapitaalvereisten te voldoen. Dit gebeurt desnoods aan dumpingprijzen, hoewel de activa na de crisis weer fors in waarde kunnen toenemen. Om dergelijke gedwongen verkopen tegen te gaan, zouden supervisors creatiever kunnen omspringen met de kapitaalvereisten in tijden van crisis. Men kan namelijk argumenteren dat de marktwaarde van risicovolle producten onderschat wordt wanneer er nauwelijks een markt voor bestaat.

De kapitaalvereisten, of de opvolging van de regels, momenteel aanpassen kan de heersende onzekerheid mogelijk in de hand werken en is daarom niet zo evident. Een aanpassing kan evenwel baatzaam zijn voor de toekomst. Eén van de weinige voordelen aan de huidige crisis is dat er voldoende opportuniteiten zijn om te leren uit gemaakte fouten. Het boekhoudkundige systeem maakt hier zeker deel van uit.