EU is nog niet klaar met haar huiswerk

Het zijn niet de wolven van de financiële markten die de euro bedreigen, het is een gebrek aan begrotingsdiscipline binnen de muntunie.
JOHAN VAN OVERTVELT  en  GEERT JANSSENS  leggen uit hoe dat zit.

Als de financiële markten iets kan worden verweten, is het dat ze te lang hebben gewacht om de tekortlanden binnen de eurozone onder vuur te nemen

De verdedigingsgordel die de zestien landen van de eurozone samen met het IMF om de euro leggen, bedraagt 700 miljard euro. Hoewel lang nog niet alle details van dit imposant fonds duidelijk zijn, vormt het een krachtige politieke respons waar de financiële markten overigens al maandenlang op zaten te wachten. De Griekse tragedie dreigde steeds nadrukkelijker heel de euro mee te sleuren in een vrije val. Het acute gevaar van een euro-implosie lijkt nu van de baan. De vraag is echter: voor hoe lang? Want aan de inherente tekortkomingen aan het eurohuis zoals het ruim tien jaar geleden in de steigers is gezet, verandert er nauwelijks iets.

Het is en blijft onmiskenbaar dat Euroland in belangrijke mate niet voldoet aan de kenmerken die noodzakelijk zijn om van een vlot werkende monetaire unie te kunnen spreken. Zo is er het ontbreken van een krachtdadige politieke bovenbouw. Zeg maar een heuse Europese regering met heuse, over beslissingsbevoegdheid beschikkende, ministers van Financiën, Economie en Begroting. Bovendien moet er binnen een structureel levensvatbare monetaire unie ook voldoende flexibiliteit op en tussen de arbeidsmarkten bestaan en moet ze kunnen terugvallen op budgettaire herverdelingsmechanismen. Die moeten ervoor zorgen dat landen of regio's die door specifieke omstandigheden worden getroffen worden (asymmetrische schokken) enig soelaas krijgen vanuit de globale budgettaire pot. Zowel de flexibele arbeidsmarkten als de geïnstitutionaliseerde budgettaire herverdeling ontbreken in belangrijke mate binnen euroland.

De beslissingen van het afgelopen weekend veranderden nauwelijks iets aan die structurele gebreken. Tegen deze achtergrond klonk de striemende kritiek van zowat alle Europese toppolitici op de financiële markten erg ongeloofwaardig. Zeker, er zijn speculaties geweest, maar ten gronde zien we al maandenlang gebreken aan de oppervlakte komen die inherent zijn aan de euroconstructie. Als de financiële markten iets kan verweten worden, dan is het dat ze te lang hebben gewacht met het onder vuur nemen van tekortlanden binnen de eurozone. In de periode 2000-2007 lieten Griekenland en Portugal, naast escalerende begrotingstekorten, op hun lopende rekening tekorten van gemiddeld meer dan 8procent van hun bbp optekenen. Hadden de markten de rente op overheidsobligaties van deze landen pakweg drie of zelfs vier jaar geleden al in de hoogte geduwd, dan zou de disciplinerende werking die daarvan uitgaat al veel vlugger hebben kunnen spelen. Griekenland, Portugal en Ierland, om het bij die drie te houden, zaten op een trein die onmogelijk op de rails kon blijven. De financiële markten hebben die feitelijke situatie enkel maar vastgesteld.

In Europese beleidskringen hield men de handen voor de ogen. Nochtans kon iedereen zien dat de externe schuldopbouw van deze landen binnen de eurozone vroeg of laat voor spanningen zou zorgen. Spanningen die ook zonder financiële crisis het voortbestaan van de euro in gevaar zouden brengen. Maar vanuit Brussel kwam niet één keer een echt ernstig en geloofwaardig signaal dat er moest ingegrepen worden. De begrotingsnormen van het Stabiliteits- en Groeipact, meer bepaald de fameuze 3procentnorm inzake maximaal jaarlijks deficit, ging zonder verpinken overboord toen Frankrijk en Duitsland hun deficits enkele jaren geleden zagen oplopen. Aan structurele ingrepen inzake de arbeidsmarkt en het concurrentievermogen van de eurolidstaten werd door de Europese Commissie vrijblijvend lippendienst bewezen.

De totale afgang van de hele Lissabon-agenda - in 2000 zwoeren de toenmalige regeringsleiders dat tegen 2010 de euro-economie de meest competitieve van de wereld zou zijn - maakt integraal deel uit van de tijdbom die onder de euro blijft tikken.

De vraag blijft overigens of van een land als Griekenland überhaupt mag verwacht worden te doen wat vandaag door de euro-instanties gevraagd worden. Enige cijfers ter illustratie. Om haar budgettaire situatie enigszins onder controle te houden, moet de Griekse overheid de volgende jaren een saneringsoperatie doorvoeren die drie keer zo zwaar is als diegene waarmee Dehaene ons destijds in de eurozone heeft geloodst. Betere economische groeivooruitzichten kunnen de pil vergulden, maar het hoofdprobleem is dat eender welk pakket structurele maatregelen om de concurrentiekracht te verbeteren minstens enkele jaren nodig zal hebben om enig effect te genereren. Gegeven dat Griekenland lid is van de eurozone, blijft slechts één optie over, namelijk een stevige interne devaluatie die strikt genomen neer komt op een forse inlevering door de gehele bevolking. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen tonen echter duidelijk aan dat er grenzen zijn aan de inleveringbereidheid van een bevolking die jarenlang om de tuin is geleid door politici die de hemel op aarde hebben beloofd. Anders uitgedrukt: kan een democratie als de Griekse de thans geëiste sanering opbrengen en overleven?

We vrezen dan ook dat al gauw duidelijk zal worden dat het belangrijkste nieuws van het afgelopen weekend uit de hoek van de ECB kwam. Wat volgens haar voorzitter Trichet enkele dagen geleden 'niet aan de orde was', ligt nu op tafel. De ECB gaat over tot de inkoop van overheids- en bedrijfsobligaties. Het zou niet gaan om een blanco cheque, al blijft het zeer onduidelijk hoe de ECB naar eigen zeggen de operaties gaat 'steriliseren'. Dat de ECB dit doet om een nieuwe bankencrisis te voorkomen, belet niet dat de eurozone hiermee een enorme monetaire impuls krijgt toegediend. De reden voor de euforische reactie van de markten moet vooral in die hoek worden gezocht.

JOHAN VAN OVERTVELT

GEERT JANSSENS

Wie?  Resp. directeur Ondernemersplatform VKW en senior researcher VKW Metena.

Wat?  De euro is nog niet gered.

Waarom?  Er zijn structurele maatregelen nodig die begrotingstekorten in de eurozone beperken.

© Corelio