Energiekostenhandicap speelt weer op

Auteur: 
Jan Henry

De energiekostenhandicap - het kleine broertje van de Belgische loonkostenhandicap - laat opnieuw van zich horen. De Belgische elektriciteitsprijzen liggen sinds een aantal kwartalen opnieuw een stuk hoger dan in de buurlanden. Ook de aardgasverbruiker kreeg vorig jaar een slinkse tariefverhoging in de maag gesplitst.

De energiekostenhandicap - het kleine broertje van de Belgische loonkostenhandicap - laat opnieuw van zich horen. De Belgische elektriciteitsprijzen liggen sinds een aantal kwartalen opnieuw een stuk hoger dan in de buurlanden. Ook de aardgasverbruiker kreeg vorig jaar een slinkse tariefverhoging in de maag gesplitst.

Het is een oud zeer, maar het raakt maar niet genezen. Meer nog, de wonde is opnieuw open gegaan en doet de Belgische economie en concurrentiekracht pijn. Dat oud zeer is de geflopte vrijmaking van de Belgische energiemarkt en de relatief hoge energieprijzen die Belgische bedrijven betalen voor hun elektriciteit. Op papier zou een goed werkende markt ervoor zorgen dat de consumenten genieten van de lage productiekosten van kernenergie (want de kerncentrales zijn volledig afgeschreven), maar omdat de nucleaire productiecapaciteit grotendeels in handen is van één speler op de Belgische markt (GDF Suez), vloeit deze nucleaire rente niet naar de Belgische economie maar grotendeels naar de resultatenrekening van de Franse nutgigant. De Belgische economie ziet zich zo het competitieve voordeel om over een kostenvriendelijk productiepark te beschikken door de neus geboord.

Deze op papier competitieve troef is sinds kort zelfs verweerd tot een bijkomende kostenhandicap. Was de prijs van elektriciteit op de Belgische markt (zonder rekening te houden met belastingen) de voorbije jaren vergelijkbaar met het prijspeil in de buurlanden en handelspartners Nederland, Frankrijk en Duitsland, dan is de prijs in de loop van 2008 gestegen tot een eind boven de prijs die uw concurrenten over de grens betalen (zie de grafiek). Vorig jaar werd een deel van het verschil goed gemaakt, maar de prijs bleef toch nog altijd 10% hoger dan in de buurlanden.

De belangrijkste motor achter deze relatieve prijsstijgingen in België zijn de fors hogere transport- en distributietarieven voor elektriciteit die in 2008 van kracht werden. Deze tarieven worden gereguleerd door de toezichthouder (de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas of kortweg CREG), die deze tarieven de voorbije jaren gevoelig wist te verlagen door buitensporige kosten van de netbeheerders te verwerpen. De beslissingen van de CREG werden echter juridisch aangevochten. De CREG werd in het ongelijk gesteld en moest op haar stappen terugkeren. In 2008 en 2009 stegen de distributietarieven daardoor vrij fors, wat de finale elektriciteitsprijs met 8% de hoogte injoeg. De winnaars van deze tariefaanpassing zijn de aandeelhouders van de netbeheerders, of dus in hoofdzaak de gemeenten. De hogere tarieven komen dus neer op een impliciete verhoging van de belastingen. Maar niet alleen de gemeenten trakteerden u op een hogere energiefactuur, ook de dominante aardgasleverancier op de markt trok in 2008 zijn prijzen op, wat ook doorsijpelde in de elektriciteitsprijzen. De prijs voor aardgas volgt traditioneel een tariefformule die wat betreft de energiecomponent in de formule is gebaseerd op het verloop van de stookolieprijzen en sinds 2007 ook op de referentieprijs voor aardgas op de spotmarkt van Zeebrugge. De leveranciers kunnen deze formule aanpassen, en in een recente studie (1) wijst de Nationale Bank erop dat de grootste gasleverancier in oktober 2007 deze formule in zijn voordeel aanpaste, wellicht niet toevallig na de ineenstorting van de aardgasprijs begin 2007. De Nationale Bank raamt de impact van deze aanpassing op de aardgasprijs op 14% in 2008. Het resultaat was dat de gasprijs van een niveau onder dat van de buurlanden doorschoot naar een peil boven de aardgasprijs in de buurlanden.

Beide tariefingrepen (hogere distributiekosten elektriciteit en tariefaanpassing aardgas) hebben de energieprijzen permanent naar een hoger niveau getild, omdat ze los staan van de evolutie van de energieprijzen op de internationale markten. Dat betekent dus dat de energiekostenhandicap vrij structureel van aard is.

De Nationale Bank merkt ook op dat de energieprijzen in België harder schommelen dan in de buurlanden, en dat prijsstijgingen op de internationale markten (net als prijsdalingen) sneller doorgerekend worden. Ook de stijging van de energieprijzen sinds het voorjaar van 2009 liet zich hier in de inflatie sneller voelen dan in de buurlanden. Hogere energiekosten vertalen zich in België ook nog eens sneller in hogere lonen, al is dat in een afgezwakte vorm via de lonen die gekoppeld zijn aan de gezondheidsindex. In elk geval heeft de energiekostenhandicap een versterkend effect op de loonkostenhandicap. Stijgen de energieprijzen de volgende jaren verder, zoals toch de verwachting is, dan zal de Belgische energiekostenhandicap nog verder toenemen.

(1) Methodologie of prijszetting: wat verklaart de grotere volatiliteit van de consumptieprijzen voor gas en elektriciteit in België, D. Cornille, Economisch Tijdschrift, Nationale Bank, december 2009

 

Energiekostenhandicap

Bron: Nationale Bank