Een litteken van 120 miljard euro

Auteur: 
Jan Henry

Het astronomische bedrag van 120 miljard euro is de slotsom van een ruwe berekening en hoeft geen fataliteit te zijn. Maar de potentiële omvang van de ravage die de crisis aangericht heeft en nog zal aanrichten, toont aan dat de grote recessie diepe littekens zal achterlaten op de Belgische economie.

Het astronomische bedrag van 120 miljard euro is de slotsom van een ruwe berekening en hoeft geen fataliteit te zijn. Maar de potentiële omvang van de ravage die de crisis aangericht heeft en nog zal aanrichten, toont aan dat de grote recessie diepe littekens zal achterlaten op de Belgische economie.

De kloof tussen het welvaartspad dat een paar jaar geleden nog perfect haalbaar leek en het welvaartspad zoals uitgetekend door “de nieuwe realiteit”, zal misschien nooit meer gedicht worden. In 2007 stoomde de Belgische economie nog door alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Onze staatshuishouding leek toen nog bij machte om ook de volgende jaren ongeveer 2% per jaar te groeien zonder dat ze tegen haar limieten zou aanbotsen, zo berekenden economen van de Nationale Bank.

De crisis heeft dat beloofde welvaartstraject helemaal weggespoeld. Niet alleen kromp de economie vorig jaar met 3%, het is misschien nog alarmerender dat ook de potentiële groei een flinke knauw heeft gekregen. Dit jaar zou de economie nog maar hooguit 1% kunnen groeien zonder in ademnood te geraken, zo berekenden diezelfde economen van de Nationale Bank. Daarna zou de potentiële groei wat kunnen herstellen, maar de kloof dichten met het oude welvaartstraject lijkt uitgesloten. Het gaat om een achterstand van ongeveer 15 miljard euro bbp per jaar. Ervan uitgaande dat deze kloof gelijk blijft de volgende 10 jaar, dan bedraagt het gecumuleerde verlies in de periode 2009-2019 ongeveer 120 miljard euro, uitgedrukt in euro’s van vandaag (de toekomstige bedragen werden verdisconteerd tegen een rentevoet van 4,5%).

Het is natuurlijk een vrij ruwe berekening en bekeken door de ogen van vandaag was het welvaartstraject in de aanloop naar de crisis best onrealistisch te noemen. Die prestaties zouden vandaag niet meer door de dopingcontrole geraken, wegens gebaseerd op groeihormoon van te goedkoop en te laks krediet, en op amfetamines van een binnenlands expansief budgettair beleid. De kredietinjecties zitten nu achter slot en grendel, en eens het herstel wat duurzamer wordt, zullen ook expansieve begrotingen tot het verboden spul horen. De woorden ‘saneren’ en ‘schuldafbouw’ zullen de boventoon voeren, al dan niet onder druk van de financiële markten. In elk geval: puur op eigen kracht en trainingsarbeid zal de Belgische economie net iets minder sterk presteren de volgende jaren. Met een groei die blijft haperen rond 1% is een recessie nooit ver weg. Eén kleine schok en we hebben prijs.

Kapitaal en arbeid in de lappenmand

Het groeipotentieel van de Belgische economie heeft een flinke knauw gekregen omdat de productiefactoren kapitaal en arbeid in de lappenmand liggen. Bedrijven hebben de investeringskraan dicht gedraaid, waardoor onze kapitaalvoorraad aan het afbrokkelen is. Daarnaast heeft een recessie in België de kwalijke gewoonte om conjuncturele werkloosheid snel te transformeren in structurele werkloosheid. Dit verlies aan menselijk kapitaal zal ons de volgende jaren nog zuur opbreken. Een laatste bron van groei is de efficiëntie waarmee we omspringen met het beschikbare kapitaal en arbeid. Dat is een kwestie van technologie en innovatie, en ook daar horen we niet tot de besten van de klas.

Onderstaande grafiek toont dat het groeipotentieel van de Belgische economie al een decennium aan het afkalven is. Vooral de kennis en efficiëntie (de totale factorproductiviteit) waarmee we de beschikbare productiefactoren inzetten, boert achteruit. Dat is onrustwekkend omdat de Belgische economie mikt op een innovatiestrategie om de bakens te verzetten. Een hogere productiviteit zou de hoge kostenstructuur betaalbaar moeten maken, maar die belofte blijft steken in mooie voornemens. De bedrijven ook maar vooral de overheid investeert te weinig in onderzoek en ontwikkeling. Ons land investeerde vorig jaar een kleine 2% van het bbp in de accumulatie van kennis, ver onder de doelstelling van 3%.

 

Grafiek: Belgische welvaartstoename zwaar geraakt

 figuur

Bron: Jaarverslag Nationale Bank van België

De implicaties van een geamputeerd groeipotentieel dringen nog onvoldoende door bij de beleidsmakers. Het hele sociaal bestel is gebouwd op de veronderstelling van een groei van een kleine 2%. De vergrijzing is maar min of meer betaalbaar als de Belgische economie dat groeiritme de volgende decennia uit de heupen kan schudden. Vergeet ook niet dat onze economie pas jobs creëert als de groei minstens boven de 1% uitsteekt. De ambitie om de werkgelegenheidsgraad op te krikken tot in de buurt van de 70%, ook een must om de vergrijzing op te vangen, is dus volstrekt onrealistisch als de economie vervalt in structurele stagnatie. Ook de houdbaarheid van de overheidsfinanciën komt in het gedrang als de belastingkip te weinig eieren legt. Het refreintje om het roer om te gooien is genoegzaam bekend. Hervorm de arbeidsmarkt, ontvet de overheid, verlaag de lasten op arbeid, investeer meer in onderzoek en ontwikkeling, verbeter de concurrentiewerking in heel wat sleutelsectoren,… Maar wie wil dat refreintje nog zingen?